Democratie en Design

Parlementen hebben altijd hun plaats moeten bevechten. Heersers geven niets cadeau. De discussie over de nieuwbouw van de Tweede Kamer is geen uitzondering: sinds de jaren zeventig heeft de Kamer de strijd met de regering over de parkeerfaciliteiten voor het parlement keihard gespeeld. Om maar te zwijgen van het gevecht om de "restauratieve faciliteiten' in de nieuwe Kamer: zelfbediening of niet.

Nu onze parlementaire democratie een nieuw leven is begonnen, zal geleidelijk meer aandacht vallen op het detail dat het meest vrijblijvend en summier is besproken in meer dan twintig jaar bouwvergaderingen en -rapporten: de vorm van de grote zaal. Het lijkt een uiterlijkheid, maar wel één die de choreografie van het nationaal debat bepaalt. En daarmee veel betekent voor de geloofwaardigheid van het parlement.

Natuurlijk, er is over vorm en indeling gesproken. Maar steeds uit de losse pols, alsof het over de kleur van het schuurtje ging. Typerend was de commissie die in 1975 de huisvesting van de Kamer onderzocht: “De vorm van de zaal (heel-, half- of kwartrond, vierkant, rechthoekig met voorzitter langs de lange of de korte wand, etc.) hangt niet alleen af van de praktische bouwtechnische punten, maar ook van de principiële uitgangspunten over de verhouding Regering/Parlement, voorzover die gevisualiseerd kunnen worden”.

Dat "etc.' stond er letterlijk zo. Bekijk het maar, betekent dat. De term "principiële uitgangspunten' klonk betekenisvol, maar de principes volgden nooit. Kennelijk was iedereen het er over eens dat we niet vastzaten aan die rechthoekige zaal met die groene bankjes, dat het open en modern moest worden. Zoiets amfitheater-achtigs als ze in andere landen hebben.

De Bouwcommissie van de Kamer schreef in 1979 dat “de ruimtelijke opstelling recht moet doen aan de eigen en gescheiden verantwoordelijkheden van Regering en volksvertegenwoordiging binnen de "overlegsituatie' die in de vergaderzaal aan de orde is. Die opstelling mag dus ook geen onderschikking van één der partijen suggereren waar die niet aanwezig is”.

Een vage samenvatting? Nee, de letterlijke tekst. De Kamer wilde een overlegsituatie zonder te veel onderscheid tussen regering en volksvertegenwoordiging. En de bouwcommissie relativeerde haar summiere opmerkingen over de verhouding tussen onze staatsinrichting en de zaalinrichting nog door te schrijven: “De hierboven gestelde overwegingen zijn slechts als voorbeeld te beschouwen van gedachten over dit onderwerp. Zij zijn niet uitputtend. Het denken hierover van de ontwerper zelf dient hij in zijn werk tot uitdrukking te brengen”.

Heel democratisch. De architect mocht zelf in zijn ontwerp laten zien hoe hij zich de verhoudingen tussen regering en parlement zo'n beetje gedacht had. Halfrond dus. Met perehouten tafels, een blauwe sterretjeshemel en een lichtgroen tapijt.

Waarom nakaarten vóór we amper een dag hebben kunnen zien hoe het nationaal praathuis functioneert in zijn nieuwe behuizing? Omdat de democratie een feestelijk circus mag zijn, maar geen geintje is. Geen projectvoorstel uit het nationaal Kunstenplan. Het wonderbaarlijke van het parlementaire proces is dat het de afhandeling van 15 miljoen zorg- en zeurpunten aanvaardbaar maakt. Leden van het parlement zijn geen haar beter dan de rest van het volk, maar wanneer zij in een publiek debat met de regering tot compromissen komen, dan hebben die binnen het grondgebied van dit koninkrijk de magische kracht van het hoogste gezag. Als dat proces onverschilligheid oproept, zijn we ver van huis.

Het in jaren gegroeide stelsel van visuele en formele tradities die dit gezag afdwingen, is een kostbaar bezit. Daar laat je geen designers op los. Zelfs niet als het om een begenadigd en geduldig architect als Pi de Bruijn gaat. Dit land heeft een zodanig gevoel voor zijn eigen geschiedenis dat het dit alles in de opruiming doet zonder er zelfs bij stil te staan. Een vooruitstrevend volkje? Of een ondiep gewortelde democratie?

Churchill was er van overtuigd dat een geloofwaardig parlement vol moet zitten. H.A. van Wijnen heeft er in Het Parool en in deze krant meer dan eens aan herinnerd: hoe meer Kamerleden uit hun banken vallen of staand het spektakel meemaken, hoe beter de sfeer in Westminster. De geaccepteerde wijsheid bij Kamer en bouwmeester in ons land is dat we zulke nostalgische onzin ontgroeid zijn. De Bruijn viel zaterdag in Trouw voor het gemak ook Churchills democratisch gehalte nog even aan, kennelijk om met deze knagende ervaringsregel af te rekenen.

Parlementaire democratie leeft bij de gratie van steeds weer bevestigd vertrouwen in een redelijke en eerlijke afweging van al onze instincten, nobel en hebberig door elkaar. Daarom is het verkeer op de nationale invoegstrook, het zichtbare ritueel dat leidt tot besluitvorming, van essentieel belang.

Het Kamerlid Ina Brouwer (Groen Links) veronderstelde gisteravond in NOS Laat dat de nieuwe zaal zo groot is “dat je wel moet zeggen wat je vindt, je kunt je niet meer verschuilen”. Haar collega Mateman (CDA) had er een harder hoofd in de 220 miljoen die de nieuwbouw heeft gekost te rechtvaardigen: “Het maakt niet uit of je in een oude schuur of in deze zaal vergadert. Het gaat erom of we voldoende spreekbuis zijn van de bevolking”.

Stel dat zij allebei gelijk hebben. En stel dat het nog een paar generaties duurt voor het vak "retorica' in de basisvorming is opgenomen en helpt. Dan moet de Kamer in de tussentijd zorgen dat de plattegrond van het nationaal debat niet de indruk versterkt dat het daar in die nieuwe zaal mooi heen en weer praten is tussen het dagelijks bestuur en de leden van één en de zelfde club.

De historiezieke Britten met hun studentikoze parlement toonden deze week een soort rijpheid die met geen tien perehouten zalen te bereiken is. Zij kozen een voorzitster die lid is van de net verslagen Labour-partij, gewoon omdat een meerderheid haar de beste vond. Jammer voor de Conservatieve ex-minister die ook reflecteerde, maar perfect voor de magie van het Huis.

De nieuwe zaal nodigt de Tweede Kamer uit ernst te maken met het hervinden van het eigen gezicht, de eigen verantwoordelijkheden. Anders rest politici op zoek naar de kiezersaandacht niets anders dan schuitjevaren, de helderheid van de schipperspet.