Adresprobleempje escaleert

De Nationale ombudsman, mr. M. Oosting, en de staatssecretaris van financiën, drs. M.J.J. van Amelsvoort, hebben een probleem waar ze samen niet uitkomen. De Tweede Kamer heeft er zich nu in gemengd. Op het eerste oog lijkt het om een formaliteit te gaan. Moet men een artikel van de Invorderingswet wel of niet letterlijk opvatten? Het betreft evenwel niet een saaie futiliteit voor dorre juristen. Het gaat om de grens aan de vrijheden die de fiscus zich kan veroorloven.

De ontvanger der belastingen moet er voor zorgen dat iedereen zijn belasting betaalt. Er zijn twee uitzonderingen. In de eerste plaats de mensen die te arm zijn om hun belastingschuld te betalen. De tien jaar geleden nog bestaande lankmoedigheid tegenover de mensen zonder werk of geld verdwijnt ook op het fiscale terrein langzaam maar zeker. Voordat iemand zijn belastingschulden onbetaald mag laten moet hij tegenwoordig op heel wat meer zwart zaad zitten dan enkele jaren geleden. Of hij zou tot de tweede uitzonderingscategorie moeten behoren. Dat zijn de mensen die de fiscus te snel af zijn. Die lieden verschuilen zich achter wetten die de fiscus beperkingen opleggen. De belastingdienst wil daarom zo min mogelijk van zulke wettelijke beperkingen en zo veel mogelijk uitvoeringsregels met ontsnappingsclausules.

De steen des aanstoots voor het conflict tussen de ombudsman en de staatssecretaris is aangedragen door mevrouw Krol uit Alkmaar. Die had in de zomer van 1986 de woning betrokken van iemand die naar Amstelveen was verhuisd. De vorige bewoner had netjes adreswijzigingen rondgestuurd. Toch bleven veel overheidsinstellingen de post naar het oude adres sturen. Aanvankelijk retourneerde mevrouw Krol zulke stukken, maar na een tijdje gooide ze die gewoon weg. Dat had nare gevolgen.

De vorige bewoner maakte zich in 1989 schuldig aan zwartrijden. De belastingaanslag met boete ging naar Alkmaar, evenals de aanmaning om te betalen. Drie jaar na de verhuizing was het voor mevrouw Krol inmiddels een routine geworden om ze in de prullenbak te gooien. Maar van de fiscus kom je niet zo gemakkelijk af en in april 1989 rolde er bij mevrouw Krol een dwangbevel in de bus. Dat is andere koek. Zo'n dwangbevel geeft de deurwaarder grote macht. Onder extreme situaties mag hij met de politie zelfs meteen de meubels uit huis halen of een bedrijf sluiten.

Dat zijn zulke vergaande bevoegdheden, dat de ombudsman vindt dat er maximale waarborgen moeten zijn tegen vergissingen. Oosting eiste van staatssecretaris Van Amelsvoort dat voortaan, voordat een dwangbevel zou worden uitgevaardigd, eerst het adres gecontroleerd zou worden. Van Amelsvoort was het eigenlijk wel met Oosting eens, maar hij vond dat zo'n controle te veel tijd ging kosten. Bovendien had mevrouw Krol een aanmaning in de bus gekregen; wel verkeerd geadresseerd, maar hij was er toch maar.

Dit schoot Oosting in het verkeerde keelgat. Hij eiste dat bij verkeerd geadresseerde en dus onrechtmatige aanmaningen de gedupeerde zelfs een kostenvergoeding zou krijgen. Van Amelsvoort vond dat best, maar struikelde over de kwalificatie "onrechtmatig'. Zijns inziens is het stikt juridisch gezien helemaal niet nodig dat er eerst een aanmaning wordt gestuurd voordat er een dwangbevel de deur uitgaat. In het escalerende conflict beet de ombudsman zich in deze stelling vast. In de wet las hij duidelijk dat er eerst een goed geadresseerde aanmaning moet zijn voor er zelfs maar mag worden gedacht aan een dwangbevel. “Dan kent u te veel waarde toe aan de letterlijke tekst van de wet”, zo repliceerde Van Amelsvoort.

De bewindsman wilde alle mogelijke concessies aan de ombudsman doen. Hij weigert nu evenwel de door de ombudsman gesignaleerde wettelijke beperking te accepteren. Oosting daarentegen stelt dat de wet duidelijk de gevallen noemt waarbij een aanmaning achterwege mag blijven. De belastingdienst mag daar niet zomaar eigen uitzonderingen bij bedenken. “Dat kan uiteraard niet de bedoeling van de wetgever zijn”, aldus de Nationale ombudsman. Met deze provocerende stelling legde hij het probleem tactvol op het bordje van de Tweede Kamer. Deze houdt zich nu bezig met het adresprobleempje van mevrouw Krol, die wel zal opkijken van de opschudding die haar klacht teweegbrengt.

Ombudsman Oosting rekent er op dat de Kamer zich sterk zal maken voor haar eigen positie als wetgever. Daarbij staan de Kamerleden voor een keuze. Mag de fiscus zich buiten de wet om vrijheden permitteren, als hij belooft die alleen in extreme situaties te gebruiken, of moet de fiscus zich aan de letterlijke tekst van de wet houden, met alle misbruik die slimme lieden van die beperking weten te maken? Van Amelsvoort en Oosting kwamen er niet uit. De politici zullen binnenkort de knoop doorhakken.