Vurige tongen.

Vurige tongen

Sic 1992/1. 60 blz.ƒ14,50. Postbus 358, 5000 AJ Tilburg

Eretitel Litfass 53. 108 blz. 12DM. Thomas Müller Verlag, Brunnenstraße 141 O-1040 Berlin

Pretpark LiteraturMagazin 29, Rowohlt Verlag, 190 blz. 16 DM

Vurige tongen

Een postmodernistisch schrijver mag dan zijn werk graag larderen met citaten uit andermans boeken, maar Paulus Cornelius Bogaers spant in dat opzicht wel de kroon. Hij schreef een korte roman, Tropenwee, die uitsluitend bestaat uit zinnen van anderen. Die knipte hij uit 83 verschillende boeken en maakte er in twee jaar tijd een nieuwe tekst van. Sic publiceert het eerste hoofdstuk van de debuutroman van Bogaers in dit genre van de "kleptografie'. "Opmerkelijk en bewerkelijk" zegt de redaktie er zelf voorzichtig van. Bogaers was wel zo handig een rode draad aan te leggen, in dit geval een speurtocht naar een jonge vrouw met witte schoentjes. Het resultaat is niet eens onaardig, al vraag je je geregeld af van wie hij dit of dat zinnetje "geleend' heeft - "De hyena's moeten van mijn komst een voorgevoel hebben gehad, want zij lachten den geheelen nacht" of "Vurige tongen woelen in mijn hersens".

Een "echte reisschrijver', Jan Brokken, opent dit nummer met proza over een verblijf in Caïro, begin 1974, en een wonderlijke maaltijd van woestijnkonijn. Wim Zaal is aanwezig met een weinig elegante variatie op Oscar Wilde's Portrait of Dorian Gray, die ook niet geestig genoeg eindigt.

Dit keer werd meer poëzie opgenomen dan gewoonlijk, zoals van Job Degenaar:

Wie mij te na komt, wondt zich

aan glas dat haaks uit

mijn omheining steekt.

Van Pieter A.Kuyk (1922) zijn er drie gedichten uit een bundel op komst, Wanda, 1922-1944, Auschwitz.

Charles Vergeer kreeg in Maatstaf (1991-6) de mantel uitgeveegd door Harry Prick om zijn boek Toen werden schoot en boezem lekkernij. Erotiek van de Tachtigers. Vergeer sloeg in hetzelfde tijdschrift terug (1992-2) en Sic plaatst zijn repliek nu nóg eens, maar dan wel met zo'n vijf bladzijden aan tegenargumenten minder. Een vreemde gang van zaken en zonde van 14 Sic-pagina's.

Sic 1992/1. 60 blz.ƒ14,50. Postbus 358, 5000 AJ Tilburg

Eretitel

Het "Berliner Zeitschrift für Literatur' Litfass is niet gelukkig met de hereniging. De commercie heeft gewonnen, de waarde en vrijheid van de mens is nu aan inflatie onderhevig. Waar het privébelang heerst heeft behalve de medemenselijkheid ook de cultuur geen leven vindt deze redaktie, die daarom het werk maar overdraagt aan een andere. Als de eenwording met haar zeker voor de literatuur moeilijk te voorspellen gevolgen inderdaad de reden is om ermee op te houden is de Litfass-redaktie belachelijk laf. Er zal vermoedelijk iets anders achter zitten dan angst voor een teloorgang van geëngageerde literatuur.

Nog iets opmerkelijks: bij de uiterst summiere biografische gegevens over medewerkers wordt aangegeven of iemand zomaar in Berlijn woont of in de opstandige voormalige Oostberlijnse wijk Prenzlauer Berg - kennelijk is het wonen in dit grandioos vervallen stadsdeel al een literaire eretitel geworden.

Hoe ver de Europese volkeren van elkaar en het Amerikaanse verwijderd zijn beschrijft de Praagse Libuse Monková in een klein cynisch verhaal over een internationaal congres van pedagogen. Elders krijgt de zwervende dichter Lothar Walsdorf de ruimte voor 15 korte, woedende teksten, zoals dit "Kindheit (Stalinismus)':

Wir wohnten gerade An der Himmelsbrücke 3

als die Ratten einfielen, zu Tausende über

die Mandau kamen. Sie fraßen die Menschen,

die Tiere, die Bäume. Sie fraßen die Steine

aus den Bergen, die Mauern der Kirchen,

die bronzenen Glocken, und den Straßenbelag.

Jetzt, dreißig/vierzig Jahre später,

ist das alles vergessen.

Van een der Prenzlauer-Bergdichters, Steffen Mensching, werd een lang gedicht opgenomen dat zes jaar eerder ook al verschenen is: "ich glaubte noch immer nur an die Wiedervereinigung / aller Menschen staatenlos / unter einem Himmel friedlichen neuen Bannern / Luftballons". Het gedicht gaat onder andere over belastende gegevens in archieven over de Tweede Wereldoorlog. De dichter ging echter niet grif in op het verzoek van de redaktie deze lijn gewoon door te trekken naar de openbaarmaking van de Stasi-archieven nu.

De criticus Hans-Georg Soldat waarschuwt in "Zwischen Wahn und Wirklichkeit' voor al te snelle beschuldigingen (Wolf Biermann) van collaboratie met de Stasi aan het adres van schrijvers (Sascha Anderson). Naar schatting waren 300 tot 350 auteurs betrokken bij werk voor de Stasi, hoofdzakelijk Berlijnse.

Hernán Aguilar:

Das Geld ist der Kot des Teufels.

Klar! Der Dünger, der Dung, der Tod.

Der Tod? Ja! MORS. Die Amortisierung,

die Investition.

Voor zulke poëzie zullen in Berlijn wellicht eerder meer dan minder lezers te vinden zijn, straks.

Litfass 53. 108 blz. 12DM. Thomas Müller Verlag, Brunnenstraße 141 O-1040 Berlin

Pretpark

Het halfjaarlijkse Literaturmagazin van Rowohlt heeft dit voorjaar als titel "Verkehrte Welten - Barock, Moral und schlechte Sitten' en "Moral' is het sleutelwoord. Het grootste deel van dit nummer gaat over het boek Ursprung des deutschen Trauerspiels van Walter Benjamin (1928) en zijn invloed, stilistisch maar vooral ethisch, op moderne en postmoderne schrijvers. Dit zijn grondige, humorloze, verantwoorde en ondoorworstelbaar saaie verhandelingen in de beste Duitse traditie.

Ulrich Holbein monteerde een tekst van dertien pagina's uit zinnen en gespreksflarden die hij opving tijdens een symposium over carnaval, extase en maskering in het denkbeeldige pretpark Literatopia. "Mami, ich will noch 'n Hamletburger!" Dit proza zit vol met speelse verwijzingen naar titels en namen en is juist weer van een heel flauw, overtollig soort humor.

Honderddertig bladzijden van Literaturmagazin bevallen slecht. Wat overblijft zijn afdelingen "Vor kommenden Kriegen' en "Von schlechten Sitten'. In de laatste schrijft Thomas Schmid over de zure gevolgen van de Duitse eenwording, ook de literatuur blijft niet gevrijwaard van "het nieuwe Duitse onbehagen'. De Duits-Duitse Literaturstreit begon met een kalme discussie over de kwaliteit van de DDR-literatuur, tot Christa Wolfs pamflet Was bleibt de vlam in de pan deed slaan, en nu is de strijd in volle gang met de Stasi-Literatur-Connection, waarin het hoofd van Sascha Anderson al rolde. Volgens Schmid kón de Oostduitse literatuur onmogelijk goed en zuiver blijven, omdat ze volledig van de rest van de wereld afgesloten was. "Es spricht nicht gerade für die DDR-Literatur, daß vieles von ihr ohne den schützenden Kokon des Staates, in dem sie entstanden war, augenblicklich unreif, bramarbasierend (op de borst klopperig), kitschig und wie Schnee von Gestern wirkt." Een DDR-auteur die wilde schrijven wat het regime niet wilde lezen moest óf inbinden óf naar het Westen gaan. Schmid wil geen morele veroordeling uitspreken over de blijvers, wil wel dat erkend wordt dat blijven consequenties voor de kwaliteit had en deelt vervolgens een paar harde klappen uit, waarbij hij allerminst de linkse Westduitse auteurs spaart. Dit stuk maakt wel wat goed.

Een ander artikel met pit is van Elfriede Jelinek en gaat in op vreemdelingenhaat en antisemitisme in Oostenrijk, en het "collectieve verlangen naar eeuwige onschuld'.

LiteraturMagazin 29, Rowohlt Verlag, 190 blz. 16 DM