Verbaliseringen voor fraude met huursubsidie

DEN HAAG, 28 APRIL. Een onderzoek naar misbruik en oneigenlijk gebruik van individuele huursubsidie heeft tot dusver geleid tot 40 processen-verbaal. In 300 gevallen is de recherche ingeschakeld.

Dat melden de ministers van financiën en justitie, Kok en Hirsch Ballin, in hun rapportage over misbruik en oneigenlijk gebruik van overheidssubsidies. Het onderzoek naar misbruik van huursubsidie richt zich op 60.000 geconstateerde gevallen van een onjuiste toekenning. Bij geconstateerd misbruik zullen te veel betaalde subsidies worden teruggevorderd. Met de regeling voor individuele huursubsidie is per jaar circa 1,9 miljard gulden gemoeid.

In het totaalonderzoek naar subsidies werd voor 41 miljard gulden aan uitgaven doorgelicht. Het algemene beeld is dat de ministeries in toenemende mate bewust zijn geworden van fraudegevoeligheid. Terwijl sommige departementen al ver gevorderd zijn met het opstellen van controle-protocollen op subsidies en standaard voorwaarden waaraan de subsidie-ontvanger moet voldoen, blijken enkele departementen te kampen met achterstanden en knelpunten.

Met name in de sfeer van inkomensafhankelijke subsidies is controle moeilijk, kostbaar en tijdrovend. Bijna de helft van de subsidies van het ministerie van landbouw, natuurbeheer en visserij is gevoelig voor misbruik en oneigenlijk gebruik. Dat bleek uit een onderzoek naar 92 subsidieregelingen waarmee in totaal 729 miljoen gulden was gemoeid. Sociale Zaken zal, zoals de Rekenkamer al eerder signaleerde ten aanzien van de bijstandsuitgaven, ook op andere subsidieterreinen een inhaalslag moeten leveren. Zo ontbreken dossiers die de basis moeten vormen voor een beoordeling van de subsidies. Een "task-force' die de inhaalslag begeleid zal, zo menen de rapporterende bewindslieden, eind 1992 de achterstanden hebben weggewerkt.

De rechtshulp is de zwakke stee bij Justitie. Aan subsidies voor civiele en straftoevoegingen is bij elkaar ruim een kwart miljard gulden gemoeid. Het probleem ligt vooral bij de controle op en de controleerbaarheid van inkomensopgaven van cliënten.