v.d. Broek wil 1,2 miljard voor Oost-Europa

LEEUWARDEN, 28 APRIL. Minister Van den Broek (buitenlandse zaken) wil 1,2 miljard gulden van de begroting voor ontwikkelingssamenwerking - de portefeuille van zijn collega Pronk (PvdA) - vrijmaken voor hulpverlening aan Oost-Europa en de voormalige Sovjet-Unie. Van den Broek zei dit gisteravond op een CDA-partijbijeenkomst in Leeuwarden.

Nederland besteedt thans 0,93 procent van het bruto nationaal produkt (BNP) aan ontwikkelingssamenwerking, jaarlijks een bedrag van 6.3 miljard, aldus de minister. De interne streefnorm voor rijke landen namens de Verenigde Naties opgesteld door de OESO, de organisatie voor economische samenwerking en ontwikkeling, bedraagt 0,7 procent van het BNP. Het verschil tussen wat Nederland uitgeeft aan ontwikkelingshulp en het lagere streefgetal van de OESO wil Van den Broek besteden aan hulp aan Oost-Europa en de GOS-republieken.

“Met die pot overheidsgeld moeten we prioriteiten stellen. Het is misschien een harde boodschap - ik vecht het huidige beleid niet aan -, maar hierover zou een open discussie gevoerd moeten worden binnen de partij en het kabinet.”

Minister Pronk is bereid hulp aan GOS-republieken te geven als die hulp valt onder de normen die de OESO voor ontwikkelingshulp hanteert. In een recent advies aan het CDA van oud-minister Van Dijk wordt ervoor gepleit de automatische groei van de begroting van ontwikkelingssamenwerking (ongeveer een half miljard gulden per jaar) mede te bestemmen voor hulp aan de GOS-landen en Oost-Europa.

Van den Broek pleit nu voor een herdefiniëring van het begrip ontwikkelingshulp. Volgens de minister is het tijd voor een “ontwikkelingshulp nieuwe stijl” die een “economische aanjaagfunctie” moet vormen voor landen die overschakelen van een centraal geleide economie naar een vrije markteconomie.