Termijnfirma's mogen tijdelijk handelen

DEN HAAG, 28 APRIL. De zeven Nederlandse goederentermijnfirma's die twee weken geleden een handelsverbod kregen opgelegd van het ministerie van financiën kunnen weer even ademhalen. De voorzitter van het College van Beroep voor het Bedrijfsleven verleende gisteren in een door de zeven firma's aangetekend kort geding voorlopige gratie. Op 13 mei volgt een definitieve uitspraak.

De goederentermijnhandelaren die naar Den Haag waren gekomen om de slag van hun advocaten tegen Financiën bij te wonen, toonden zich verheugd over de uitspraak van de voorzitter mr. C. de Gooijer. “Hiermee is bewezen dat Financiën onredelijk tegen ons gehandeld heeft”, zei een van hen. Financiën was teleurgesteld maar had begrip voor de voorlopige uitspraak.

Het College van Beroep prefereerde een zorgvuldige bestudering van de stukken boven een snelle uitspraak. Mr. de Gooijer liet bij zijn unieke tussenvonnis het financiële belang van de zeven bedrijven en van de in totaal circa 300 betrokken werknemers zwaar wegen. Nog eens twee weken verplichte rust zou velen de kop kosten. De Gooijer maakte overigens duidelijk dat zijn uitspraak “geen enkele aanwijzing voor de uiteindelijke beslissing” was.

De zeven firma's mochten sinds 18 april geen nieuwe opdrachten meer aannemen omdat Financiën hun tijdelijke vergunning niet had verlengd. Het personeel van de betrokken makelaars zou volgens het ministerie niet deskundig en betrouwbaar genoeg zijn. Volgens Financiën hebben de zeven betrokken bedrijven “stelselmatig het belang van klanten achtergesteld bij dat van hun eigen onderneming”.

De zeven bedrijven die het kort geding tegen Financiën hadden aangespannen zijn: Abbenhuis & Molenaar Trading (Amsterdam), Aespen Futures (Haarlem), Futures Consult (De Bilt), Hofstee en Van der Laan (Gouda), Inter Invest (Amsterdam), Kesperry Nederland (Amsterdam) en Pelham Trading Company (Haarlem). Slechts twee Nederlandse firma's voldoen aan de norm van het ministerie. Twee andere makelaars moeten nog worden beoordeeld. Deze vier hebben hun activiteiten op de goederentermijnmarkt gewoon kunnen continueren.

Financiën heeft sinds 1 september vorig jaar het heft in handen in de goederentermijnhandel. De markt was daarvoor zelfregulerend met aan het hoofd de toezichthoudende branche-organisatie Nederlandse Vereniging voor de Goederentermijnhandel (NVG). Toen het bestuur van deze organisatie door onderlinge ruzies en conflicten uit elkaar viel, greep Financiën in. Het zette de door speculatie beheerste handel het mes op de keel. Makelaars kregen twee maanden de tijd een nieuwe vergunning aan te vragen. Vervolgens werd de makelaars verboden potentiële beleggers ongevraagd op te bellen.

Er is Financiën veel aan gelegen de goederentermijnhandel voor 15 juni van dit jaar zo "schoon' mogelijk af te leveren. Vanaf dat moment valt de handel volgens de nieuwe Wet Toezicht Effectenverkeer onder toezicht van de Stichting Toezicht Effectenverkeer (STE).

Aan de goederentermijnhandel kleeft al jaren een schimmig imago. Naast de beroepshandel, die niets met het conflict te maken heeft, is de goederentermijnhandel de afgelopen jaren ontdekt als vorm van beleggen. Het speculeren met contracten voor de levering van olie, tin of suiker zorgt jaarlijks voor een omzet van vele miljoenen guldens. De zeven firma's beweren de afgelopen dagen al vele duizenden guldens inkomstenderving te hebben. Bij de grootste makelaars (circa 40 man personeel) wordt zelfs gesproken van een verlies aan inkomsten van een miljoen gulden.

Bij de meeste firma's was een groot deel van het personeel met betaald verlof “of bezig met een non-stop klaverjas competitie aan de bureaus”, aldus een van de aanwezigen gisteren.