Servië en Montenegro in "nieuw' Joegoslavië

BELGRADO, 28 APRIL. Servië en Montenegro hebben gisteren in Belgrado een nieuwe "Federale Republiek Joegoslavië' uitgeroepen, die voorshands alleen bestaat uit deze twee voormalige Joegoslavische deelrepublieken, maar die ook openstaat voor eventuele nieuwe leden. Vrijwel onmiddellijk daarna eiste Bosnië-Herzegovina het vertrek van het Joegoslavische leger van zijn grondgebied.

Het nieuwe Joegoslavië werd gistermiddag geproclameerd in het federale parlement in Belgrado. Eerder op de dag had dit parlement, waaruit al maanden geleden de afgevaardigden van andere ex-Joegoslavische republieken waren weggelopen, zijn goedkeuring gehecht aan een grondwet voor het nieuwe Joegoslavië.

Later op de middag zei een moslim-lid van het Bosnische staatspresidium, Ejub Ganic, dat de militairen van het Joegoslavische leger, dat nu immers dat van een buurland zou zijn, voor de keuze stond toe te treden tot de verdedigingsmacht van Bosnië-Herzegovina of uit Bosnië te vertrekken.

De commandant van het Joegoslavische leger in Bosnië-Herzegovina, Milutin Kukanjac, noemde deze uitlating tegenover journalisten een “oorlogsverklaring”. “We zullen blijven en het leger zijn van degenen die ons accepteren”, aldus de generaal. Hij doelde daarmee kennelijk op de Serviërs in de republiek, waar Servische vrijwilligers in samenwerking met legereenheden nu meer dan de helft van het gebied in bezit hebben genomen en een onafhankelijke “Servische republiek Bosnië-Herzegovina” hebben uitgeroepen.

De ceremonie in Belgrado werd geboycot door de meeste ambassades van Westerse landen.

Pag.5: Westen boycot proclamatie Joegoslavië

Van de landen van de EG kwam alleen de Griekse ambassadeur opdagen. De anderen waren uitgenodigd, maar verschenen niet. China en Rusland zijn tot nu toe het enige landen die de pretentie van de nieuwe staat erkennen, rechtsopvolger van het oude Joegoslavië te zijn. De Westerse boycot houdt verband met het verwijt aan de Servische politieke leiding, een van de voornaamste instigatoren van het oorlosgweld in Bosnië te zijn.

Het geweld in deze republiek ging gisteren door, onder andere in Zvornik, Derventa, Mostar en Sarajevo. In Mostar werd de kraamkliniek van het plaatselijke ziekenhuis langdurig gebombardeerd, in Sarajevo kwam een van de voorsteden onder vuur te liggen. De Bosnische president, Alija Izetbegovic, blijkt de verdere onderhandelingen tussen moslim-, Servische en Kroatische delegaties over een opdeling van de republiek in autonome zones verder over te laten aan zijn minister van buitenlandse zaken, Haris Silajdzic. Deze geheime onderhandelingen werden gisteren onder auspiciën van de EG in Lissabon hervat; over resultaten is nog niets bekendgemaakt. De belangrijkste Servische leider in Bosnië-Herzegovina, Radovan Karadzic, noemde in Lissabon de gesprekken “de laatste kans” om een nog groter drama in de republiek te vermijden. De geweldadigheden hebben tot nu toe aan 250 mensen het leven gekost; 1300 mensen zijn gewond, 1100 vermist en een half miljoen zijn op de vlucht gedreven. President Izetbegovic zei gisteren niet meer bereid te zijn met de Servische leider Karadzic aan één tafel te zitten, omdat deze verantwoordelijk zou zijn voor “terreur tegen de burgerbevolking”.

Het nieuwe Joegoslavië eist voor zichzelf alle ambassadegebouwen en andere bezittingen van het oude Joegoslavië op, omdat de republieken die zich tot nu toe hebben afgescheiden van het vorige Joegoslavië dit vrijwillig zouden hebben gedaan. Voor de verdeling van de omvangrijke schuldenlast van de vroegere federatie wordt echter een staatscommissie ingesteld. Het nieuwe Joegoslavië eist verder de zetel van het oude in de VN op.

Ofschoon in de proclamatie naast democratie en markteconomie ook de eerbiediging van de mensenrechten en de rechten van nationale minderheden uitdrukkelijk worden genoemd als fundamenten van het nieuwe Joegoslavië, maakt de gisteren aangenomen grondwet geen melding van Kosovo en Vojvodina, twee provincies van Servië die in het oude Joegoslavië een autonome status genoten. Servië heeft deze autonomie inmiddels geëlimineerd. Dertien Albanese parlementsleden uit Kosovo boycotten om deze reden gisteren de zitting van het federale parlement.