School ontdekt als afzetmarkt voor lespakketten

Overheid en bedrijfsleven hebben het basisonderwijs en de lagere klassen van het voortgezet onderwijs ontdekt als afzetmarkt voor lespakketten. Staatssecretaris Wallage (onderwijs) waarschuwde onlangs tegen een overaanbod.

ROTTERDAM, 28 APRIL. Soms wordt hij er niet goed van, directeur J.C.H. Böhmer van basisschool De Bongerd in Capelle aan den IJssel. Hij hoeft maar bij de post te kijken of er ligt weer een folder voor een lespakket over natuurbeheer, milieuproblemen, kindermishandeling, de Derde wereld, de Europese eenwording, het Rotterdamse bedrijfsleven, enzovoort. “Het ziet er vaak fraai uit, maar je kunt het onmogelijk allemaal gebruiken”, aldus de Böhmer. “Je kunt het zo gek niet bedenken of er is een pakket over”, zegt H. Paalvast, hoofd van een basisschool met 237 leerlingen in Maasland. Slechts af en toe bestelt hij een pakket. “We doen nu een milieuproject van Economische Zaken omdat het goed in ons lesprogramma past - dat is het belangrijkste criterium.”

Overheid en bedrijfsleven hebben het basisonderwijs en de lagere klassen van het voortgezet onderwijs ontdekt als afzetmarkt voor lespakketten en ander in opdracht vervaardigd onderwijsmateriaal. Bedrijven sponsoren lesmateriaal over hun produkten, departementen vragen aandacht voor hun beleidsterrein. Van het farmaceutisch bedrijf Organon kunnen de scholen een pakket kopen over de anticonceptiepil, van Ontwikkelingssamenwerking één over het dagelijks leven in de Derde wereld.

Het adviesbureau voor "educatieve communicatie' DST in Baarn, het grootste bedrijf dat in de produktie van lespakketten is gespecialiseerd, zag zijn omzet toenemen van acht ton halverwege de jaren tachtig tot 8,5 miljoen gulden vorig jaar. Tachtig procent komt uit het maken van lespakketten, ongeveer een kwart daarvan uit overheidsopdrachten. In 1986 werkten er vier mensen, nu dertig. Naast DST opereren andere professionele bureaus, soms ontwikkelen bedrijven ook zelfstandig voorlichtingsmateriaal voor scholen.

Een greep uit het aanbod van het afgelopen jaar:

De "Aktiviteitenmap Europa', ontwikkeld door het Centrum voor Internationale Vorming in het Nederlandse Onderwijs. Bevat puzzels, rollenspellen, tafelvlaggen, tv-weerberichten en een Europese hymne, waarmee basisscholen "Euro-aktief' hun leerlingen kunnen informeren over het Europa van na 1992. Ongeveer vijfhonderd scholen zouden de map hebben besteld.

"Post uit Suriname', een doos met bouwplaten, een voorleesboek, een familiealbum, zakjes rijst en kokos. Ontwikkeld door DST in opdracht van de minister voor ontwikkelingssamenwerking, als eerste in een serie pakketten over Derde-wereldlanden om “kinderen in contact te brengen met andere culturen en zo vroeg mogelijk vooroordelen weg te nemen”, aldus een woordvoerster. Van het pakket zijn zo'n 2.000 verkocht aan scholen.

"McPower', een lespakket van DST over energie, ontwikkeld in opdracht van onder meer het ministerie van economische zaken en de Gasunie. Bevat een videoband, 35 "kijk-lees-en-doe-boeken', een software-pakket met simulatieprogramma's. Op te bergen in een gratis "Energiekoffer'. Doel: leerlingen laten kennismaken met de begrippen energie en energiegebruik. Een succes, want besteld door ruim 4.000 van de 8.000 basisscholen.

Directeur B. Kranendonk van DST schrijft de groei van de markt voor lespakketten toe aan de veroudering van veel lesmateriaal. “Lesboeken moeten meestal wel een jaar of tien, twintig mee. Dat betekent dat je moeilijk op allerlei actuele ontwikkelingen kunt inspelen. Bovendien zijn de boeken vaak te theoretisch.”

Ondanks de klachten over het grote aanbod aan lespakketten worden sommige op duizenden scholen gebruikt, onderstreept hij. Het energiepakket "McPower' bij voorbeeld, of "Rikketik' van de Hartstichting, besteld door 6.000 scholen. De pakketten kosten rond de 75 of 100 gulden, een zwaar gesubisidieerd pakket als "Post uit Suriname' slechts 25 gulden.

Staatssecretaris Wallage (onderwijs) waarschuwde eind maart in een rede in Putten tegen een overdaad aan pakketten en riep de ministeries op scholen niet te bestoken met maatschappelijke problemen. Kort tevoren was minister Pronk voor ontwikkelingssamenwerking met "Post uit Suriname' gekomen en minister Hirsch Ballin van justitie met een "socio-moreel opvoedingspakket' over criminaliteit, voor het middelbaar beroepsonderwijs.

Twee dagen na zijn toespraak presenteerde Wallage zelf het pakket "Waterstof', een project van verschillende ministeries over de rol van water in milieu en samenleving. “Maar dit project is ontwikkeld in het kader van het gehele kabinetsbeleid”, zegt een woordvoerder. “Wat Wallage bedoelde, was meer dat departementen niet langs elkaar heen moeten werken.” Onderwijs is van plan de departementen daar met een brief nog eens op attent te maken.

Veel pakketten van overheid of particuliere instanties zijn gericht op "bewustwording' of gedragsverandering. In het project "Waterstof' maken kinderen een "waterbesparings-plan' voor de school, "Post uit Suriname' moet begrip kweken voor andere culturen, het pakket "Ik ben anders' van het Instituut voor Zorg en Welzijn wil hetzelfde voor de gehandicapte medemens.

“Ik heb daar een hekel aan”, zegt H. van der Velden, directeur van de Rotterdamse scholengemeenschap Libanon. “De verleiding om kinderen te koppelen aan een goed doel is natuurlijk groot - van zeehondjes tot gezond eten - maar ik vind dat je hen niet lastig moet vallen met jouw idealen over de maatschappij. Wat voor zin heeft het dat een negenjarige wakker ligt van de milieuproblematiek? Spontane discussies op school, zoals bij ons ontstonden tijdens de Golfoorlog, vind ik veel beter dan al die preken van buitenaf. Zulk gemoraliseer kan ook juist averechts werken.”

Andere schoolleiders zijn minder fel en beklagen zich eerder over de hoeveelheid dan over de aard van het aanbod. “Als je het allemaal op ze los zou laten hou je geen kinderen meer over”, zegt het hoofd van een Amsterdamse Montessorischool. “Er blijft dus nogal wat liggen in de kast. Maar als het aansluit bij je lesprogramma is het soms best nuttig om een pakket te gebruiken.”

DST-directeur B. Kranendonk vindt de kritiek op het moralisme van de lespakketten “kortzichtig”. “Je moet kinderen niet de problemen van de samenleving onthouden, alleen moet je ze wel op hun eigen niveau aanspreken. Dat is geen indoctrinatie maar puur een kwestie van opvoeden, kinderen in staat stellen keuzes te maken.” Een lespakket, zegt hij, moet daarom ook verschillende kanten van een probleem tonen - nooit alleen maar het gezichtspunt van de opdrachtgever.

Kranendonk: “Ik zou, als extreem voorbeeld, best een pakket willen maken voor de Zuidafrikaanse regering over apartheid, als de anti-apartheidsbeweging daarin maar evenveel ruimte zou krijgen om haar standpunt ongecensureerd naar voren te brengen. Trouwens, als we eenzijdig lesmateriaal zouden maken, zou dat ons opbreken, want dan nemen de scholen het gewoon niet meer af.”

DST heeft inmiddels al een volgend pakket voor de overheid klaar: een lespakket voor het basisonderwijs over de Tweede Kamer en de Nederlandse politiek, voor het ministerie van onderwijs.