Sceptische Chinese reacties op de benoeming van Patten

PEKING, 28 APRIL. China heeft de hoop uitgesproken dat de benoeming van de voorzitter van de Britse Conservatieve Partij, Chris Patten, tot gouverneur van Hongkong “bevorderlijk zal zijn voor continuïteit in de uitvoering van de Chinees-Britse Gezamenlijke Verklaring”, het document van 1984 waarin de overdracht in 1997 is neergelegd. Dit heeft de woordvoerder van het Chinese ministerie van buitenlandse zaken bekendgemaakt.

Hij sprak tevens de hoop uit dat de nieuwe gouverneur zal bijdragen aan de stabiliteit en welvaart op lange termijn en aan een soepele overdracht in 1997. De twee leidende communistische dagbladen in Hongkong, die onder instructie van Peking staan, hebben echter met meer scepticisme gereageerd. De opzienbarende benoeming is immers een breuk met een lange traditie van carrière-gouverneurs uit de koloniale dienst en nadien uit die van het ministerie van buitenlandse en Gemenebestzaken.

De vorige twee gouverneurs waren China-specialisten uit de buitenlandse dienst, zogenaamde "foreign office-mandarin' die een groot deel van hun carrières als zodanig werkzaam zijn geweest. China had gehoopt op een voortzetting van deze traditie omdat het alle "mandarijnen' kent van hun vorige banen in Hongkong of op de Britse ambassade in Peking.

Tijdens de ambtsperiode van de aftredende gouverneur Lord Wilson zijn er verschillende conficten met China geweest over de mate van democratisering en over de bouw van een nieuw vliegveld. Lord Wilson werd in vele kringen als te toegeeflijk tegenover China gezien en sinds het najaar van 1991 zijn steeds krachtiger pleidooien gehouden om hem te vervangen door een politicus van top-kaliber, die meer bestuurservaring heeft en door zijn rechtstreekse toegang tot Downingstreet 10 meer respect bij de Chinezen afdwingt.

Chris Patten is zo'n man maar hij heeft vrijwel geen China- en Hongkong-ervaring. Ondanks zijn eigen persoonlijke verkiezingsnederlaag beschouwen de Chinese media Patten als een rijzende ster. Maar het ene communistische blad Wen Wei Po ziet in het sturen van zo'n hoogvliegend politicus een bewijs dat Londen Hongkongs belangen niet op de eerste plaats stelt, maar het wil gebruiken voor zijn eigen economische belangen in het snel groeiende Verre Oosten en het Britse gewicht in de nieuwe wereldorde.

Het andere communistische blad Ta Kung Pao vermaant Patten om niet te ondernemend te zijn op politiek gebied, maar zich te concentreren op de verdere spectaculaire economische ontwikkeling van Hongkong. Het blad noemt als grootste potentiële twistpunt de wetsontwerpen die de Britse regering de resterende jaren in Hongkong nog wil doorvoeren, met name een wet inzake de mensenrechten, een politiewet en een wet op de corruptiebestrijding.

Het blad noemt deze in strijd met de basiswet, die China zelf met enige inspraak uit Hongkong heeft gedicteerd en acht die niet in het belang van de stabiliteit en welvaart van Hongkong. De meeste vrije media in Hongkong hebben de benoeming van Patten verwelkomd of nemen een afwachtende houding aan. De onder locale intellectuelen gezaghebbende Ming Pao is echter uiterst negatief.

“Het feit dat Hongkong gedurende de laatste vijf jaar van de overgangsperiode zal worden geleid door iemand die niet alleen onbekend met de situatie hier en in China is en bovendien net een nederlaag heeft geleden in de Britse politieke arena is inderdaad een grote klucht ... John Major's minachting voor Hongkongs belangen en de opvattingen van de Britse media zijn ook teleurstellend” aldus Ming Pao. De Britse media hebben breed uitgemeten over de fraaie troostprijs voor Patten: een salaris van 140.000 pond (twee maal dat van Major), een marmeren paleis, een buitenverblijf met golfbaan, een jacht, een Rolls Royce en twee Daimlers.