Proloog voor Nijdam in zwaarste Vuelta

MADRID, 28 APRIL. Jelle Nijdam heeft gisteren in de straten van Jerez de la Frontera de proloog gewonnen van de zevenenveertigste Ronde van Spanje. De krachtsprinter had maar elf minuten en dertien seconden nodig voor de 9,2 kilometer lange rit. Pas in de laatste kilometer nam hij een beslissende voorsprong op Melchor Mauri, de Catalaanse tijdrijder die vorig jaar nogal verrasend de eindzege behaalde.

De organisatoren van de Vuelta hebben er dit jaar alles aan gedaan om te voorkomen dat hun ronde opnieuw een winnaar krijgt die niet tot de verbeelding spreekt. Mauri moet het met bijna vijftig kilometer tijdrit minder doen en door een uitbreiding van het aantal cols is de Vuelta van 1992 de zwaarste sinds mensenheugenis. Hij lijkt op het lijf geschreven van Pedro Delgado, klimspecialist en nog altijd de Spaanse wielrenner met de langste erelijst. Vorig jaar moest Delgado zijn eigen ambities op ijs leggen om zijn ploeggenoot Miguel Indurain aan de overwinning in de Tour de France te helpen. Maar in Spanje laat Indurain deze lente verstek gaan; hij heeft gekozen voor de Giro d'Italia als voorbereiding op een herhaling van zijn succes van vorig jaar. De Vuelta is de Tour die Delgado mag winnen.

Tot in de details hebben de Spanjaarden de Franse ronde gekopiëerd. Zo kent de Vuelta nu net als de Tour een tamelijk rustige eerste week, dan een aantal dagen waarin bergritten een schifting in het klassement moeten aanbrengen en een derde week waarin nog één bergetappe zit voor het geval er nog extra duidelijkheid nodig zou zijn. De koninginnerit speelt zich zelfs voor een flink deel in Frankrijk af en zou ook in de Tour zondermeer een hoogtepunt zijn.

Op 5 mei worden de renners namelijk geacht achtereenvolgens de Portillon, de Peyresourde, de Aspin, de Tourmalet en de pas naar Luz-Ardiden te beklimmen, ofwel drie bergen van de eerste moeilijkheidsgraad gevolgd door twee hors catégorie. Spelbreker kan echter op deze hoogte en rond deze tijd van het jaar nog altijd het weer zijn. Vorig jaar moest de etappe naar Vall d'Aran (nu op 4 mei) worden afgelast wegens grote sneeuwval.

Het grootste verschil tussen Tour en Vuelta is voorlopig het ontbreken van Franse ploegen. Alleen Franse renners in Spaanse dienst (Philipot) doen mee. De vier Italiaanse equipes hebben met het oog op de Giro hun sterren van eigen bodem thuis gelaten. De Nederlanders zijn echter op volle sterkte vertegenwoordigd. Naast Rooks en Theunisse doet zelfs voor het eerst Erik Breukink mee, die in voorgaande jaren nooit meer dan één grote etappekoers wilde rijden. Het is echter onwaarschijnlijk dat hij zich serieus in de strijd om de eindzege zal mengen.

Die rol is bij PDM weggelegd voor Raul Alcala, die in de proloog verraste met een sterke derde plaats. Breukink moest halverwege het parcours van fiets wisselen en eindigde op 38 seconden van Nijdam op een onopvallende plaats. Een Nederlandse overwinning in de Vuelta, na Jansen (1966) en Zoetemelk (1979), moet vrijwel uitgesloten worden geacht.

Ondanks de internationale allure die de koers serieus nastreeft, gaat men er in Spanje geheel van uit dat de Vuelta dit jaar niet anders dan door een landgenoot gewonnen kan worden. Het Spaanse wielrennen verkeert dan ook een bloeiperiode. Nergens ter wereld wordenr op het ogenblik zoveel etappekoersen gereden en ook het aantal van tien professionele wielerploegen is een record. Niet alleen van Delgado en Mauri, maar ook van Cubino, Chozas en de buitenlandse werknemers Parra, Rominger, Richard en Rincon worden door sponsors en fans in de komende dagen buitengemene prestaties geëist.