Polen wanhopig op zoek naar stabiliteit

Polen is onbestuurbaar sinds de kiezers vorig jaar een hopeloos versplinterd parlement kozen. Sindsdien is getracht een werkbare regering op de been te brengen. Vergeefs. De crisis spitst zich toe.

ROTTERDAM, 28 APRIL. Polen staat - tenzij er een wonder gebeurt - voor een nieuwe crisis. President Lech Walesa haalt zich in steeds sterkere mate het ongenoegen van de natie op de hals, de politici zijn uitgekeken op hun blunderende premier, de vakbonden dreigen naar het wapen van de algemene staking te grijpen, het parlement weet niet meer welke economische reddingsboei te grijpen en intussen wordt Polen nu al een half jaar niet naar behoren bestuurd.

De Poolse kiezers kozen bij de verkiezingen van eind vorig jaar een hopeloos verdeeld parlement met liefst 29 partijen met vaak exotische namen als de "Vrouwenbond tegen de Hardheid van het Leven', "Groot Polen en Pools Comité' en de "Piast Boerenbond'. Moeizame coalitie-onderhandelingen resulteerden in december in de vorming van een zevenpartijencoalitie onder leiding van premier Jan Olszewski, een briljante jurist, maar geen briljante politicus en al helemaal geen briljante econoom. Zijn kabinet wordt gedomineerd door de christen-democratische partij ZChN en de Centrum Alliantie (PC), de partij die in 1990 werd opgericht om Lech Walesa aan het presidentschap te helpen maar die inmiddels grondig op de voormalige vakbondsleider is uitgekeken.

Omdat dit minderheidskabinet niet bijzonder effectief was - het economische programma van Olszewski werd al direct weggestemd - werden zeven weken geleden contacten gelegd met drie oppositiepartijen over de mogelijkheid, het uit te breiden tot een tienpartijencoalitie. In twee van die drie oppositiepartijen, de Democratische Unie (UD) van ex-premier Mazowiecki en het Liberaal-Democratisch Congres (KLD) van ex-premier Bielecki, was de politieke en economische expertise aanwezig die Olszewski in zijn ploeg hard nodig had. Het overleg mislukte toen Olszewski uiteindelijk niet bereid bleek, de nieuwe coalitiepartners ook maar één van de sleutelposten in het kabinet te geven; op 22 april liepen Bielecki en Mazowiecki dan ook weg uit het overleg.

Dat fiasco heeft Olszewski's toch al niet erg grote prestige in eigen kring geschaad. Binnen de regeringspartijen wordt sindsdien gerept van een interne "coup' tegen Olszewski. Een nieuwe premier, zo wordt geredeneerd, zal zich tegenover Mazowiecki en Bielecki wat redelijker opstellen. Er circuleren in Warschau al namen van kandidaten voor de opvolging van Olszewski. De belangrijkste zijn die van Sejm-voorzitter (en ZChN-leider) Wieslaw Chrzanowski en minister van financiën Andrzej Olechowski.

De politieke ruzie heeft de afgelopen maanden daadwerkelijk regeren onmogelijk gemaakt. En wat er door Olszewski is ondernomen, vooral economisch, is mislukt. Olszewski kwam aan het bewind op het tij van de sociale ontevredenheid. Na twee jaar lang stil maar morrend de schoktherapie van Leszek Balcerowicz te hebben ondergaan hadden de Polen er genoeg van en keerden ze zich af van de partijen die dat harde-handenbeleid hadden uitgevoerd. Olszewski's pogingen, de bittere pil van de hervormingen te verzoeten door concessies op sociaal gebied zijn evenwel stukgelopen. Het IMF draaide pardoes de kredietkraan dicht toen bleek dat de concessies tot een begrotingstekort van 13,5 procent zouden leiden. Olszewski moest zijn plannen inslikken en bracht het begrotingstekort terug tot 5,5 procent, wat altijd nog neerkomt op een bedrag van 4,7 miljard dollar.

Nauwelijks was die klus geklaard, of het parlement boog zich vorige week over een voorstel, een wet, waarmee vorig jaar de staatspensioenen werden verlaagd, alsnog terug te draaien. Als dat voorstel zou zijn aangenomen, zou het begrotingstekort weer zijn opgelopen tot 7,6 miljard dollar en zou de moeizaam verkregen instemming van het IMF alsnog verloren zijn gegaan. Uiteindelijk werd het debat twee weken verdaagd. Het is evenwel niet van de baan.

President Lech Walesa, de man die zijn verkiezing vooral te danken heeft aan zijn populistische beloften over radicale koerswijzigingen en zijn opstelling tegen de "nieuwe' establishment in de Poolse politiek, raakt inmiddels steeds ongeduldiger. Vrijwel dagelijks trekt de president van leer tegen de politici. In radio-uitzendingen waarin hij zich met bellende burgers onderhoudt over 's lands wedervaren houdt hij hun voor dat ze het verkeerde parlement hebben gekozen en dat het uiteindelijk allemaal hun eigen schuld is. “Jullie klagen over mij, maar ik klaag over jullie. Als Walesa jullie vraagt te stemmen op mensen die goede resoluties maken en jullie goed vertegenwoordigen, luistert maar de helft van de samenleving naar Walesa. Jullie hebben deze mensen gekozen, en ze vertegenwoordigen jullie navenant. (...) Jullie hebben niet geluisterd, jullie luisteren niet naar Walesa, jullie eisen alleen maar”, zo zei hij tijdens zo'n radiopraatje. De afgelopen dagen heeft hij een uitbreiding van zijn eigen bevoegdheden geëist en gezegd dat Polen een boven de partijen staande regering van technocraten nodig heeft. Het huidige parlement, zo zei hij het afgelopen weekeinde, bestaat uit “ruziemakers” en is “de destabilisator van Polen”.

Maar Walesa mag kwaad zijn op de politiek, de politiek is het ook op hem, vooral zijn voormalige vrienden. En ze slaan terug. Jaroslaw Kaczynski, de man die met zijn tweelingbroer Lech meer dan wie ook heeft gedaan om Walesa in zijn presidentiële residentie te krijgen, sloeg vorige week hard toe. Walesa, zei hij, is incompetent. Hij stond in augustus vorig jaar, toen Michail Gorbatsjov door een communistische putsch aan de macht werd gezet, zelfs op het punt coupleider Janajev een mooie felicitatiebrief te sturen toen die hem op het allerlaatste moment uit handen werd gegrist. Walesa, aldus Kaczynski, heeft geen politiek beleid en geen politieke lijn, hij is ongeschikt voor zijn werk, hij is onberekenbaar en hij heeft zich omringd met lakeien en bewonderaars.

Het is een gevoel dat wordt gedeeld door nogal wat - zo niet alle - politici. Het beleid van Walesa wordt voor een belangrijk deel bepaald door zijn belangrijkste (en langzamerhand ook zijn laatste) adviseur, Mieczyslaw Wachowski, ooit zwartwerker in een Londense garage, later chauffeur en lijfwacht van Walesa, nu minister van staat en chef van Walesa's kabinet en dankzij zijn openlijke bemoeienis - hij ondertekent tegenwoordig al de open brieven die de president aan zijn volk richt - immens impopulair, zelfs bij de aanhangers van Walesa.

Het probleem van Walesa is dat hij de grenzen van zijn macht niet kent of erkent. Hem staat, zo zei hij dit weekeinde, een presidentieel systeem van Franse snit voor ogen, waarin de rol van de premier wordt gedegradeerd tot die van chef-uitvoerder. Of de Polen daar veel voor voelen is twijfelachtig. De president heeft zijn aanhangers onder arbeiders die in hem nog altijd de drakendoder van Gdansk zien. Maar dat legioen slinkt. Bij de laatste peiling bleken Tadeusz Mazowiecki en Jan Krzysztof Bielecki de grootste aanhang te hebben, gevolgd door generaal in ruste Wojciech Jaruzelski. Pas op de vierde plaats kwam Walesa, met net acht procent van de stemmen, op de voet gevolgd door uitgerekend de zwarte piet van het communistische verleden, Edward Gierek, partijchef in de jaren zeventig.

De permanente Poolse crisis belooft weinig goeds voor de toekomst. Polen heeft weinig te kiezen: er is economisch maar één alternatief, de voortzetting van de harde hervormingen van Balcerowicz die sociaal niet langer worden geaccepteerd. Die toestand wordt gecompliceerd door een aantal onaangename bijkomstigheden in de vorm van een president die zijn grenzen wil verleggen, een zwak, verdeeld en besluiteloos parlement vol onbekende en onervaren politici en een gecompliceerd kiessysteem dat door maar vier procent van de Polen wordt begrepen. Het is geen rooskleurig beeld.

B. mensen meer te zeggen geven over de beslissingen van de regering