Palestijnse leiders willen intifadah op lager pitje zetten

AMMAN, 28 APRIL. De intifadah, de Palestijnse volksopstand in de door Israel bezette gebieden, is “erg vermoeid”. Daarom zoeken de leiders in de bezette gebieden naar andere wegen. Zij kunnen de intifadah nooit afgelasten omdat die veel verder gaat dan alleen een strijdmethode: het is de diep gevoelde overtuiging van de Palestijnen dat er een eind moet komen aan Israels bezetting.

Als de Palestijnse leiders zouden meedelen dat de intifadah zijn tijd heeft gehad, zouden zij onmiddellijk van verraad worden beschuldigd. Daarom proberen zij de intifadah op een lager pitje te zetten. Zij worden door de PLO-leiding in Tunis gesteund in hun opvatting dat de verplichte winkelstakingen afgeschaft moeten worden, dan wel beperkt tot maximaal twee à drie dagen per maand. Ook moet er een eind komen aan de golf van inter-Palestijnse moorden, waarmee ook veel familievetes en persoonlijke vijandschappen onder het mom van “bestraffing van collaborateurs met Israel” worden uitgevochten.

De PLO "binnen' de bezette gebieden en de PLO "buiten' de bezette gebieden (dat wil zeggen in Tunis) zijn het erover eens dat de Palestijnse samenleving door die inter-Palestijnse moorden ernstig wordt ontwricht en dat de door de intifadah opgelegde stakingen de Palestijnse bevolking veel meer treffen dan de Israelische bezetting. In Israel werkzame Palestijnen kunnen bij voorbeeld hun boodschappen op stakingsdagen uitsluitend bij Israelische winkeliers doen, waarmee het tegendeel wordt bereikt van één van de heiligste doelstellingen van de intifadah: dat de Palestijnen economisch minder afhankelijk van Israel worden.

De door de intifadah sterk verarmde Palestijnse bevolking in de bezette gebieden snakt naar rust, veiligheid en een minimum aan economische zekerheid. Anarchistische groepjes jongeren proberen daarentegen met vuurwapens en steeds meer geweld de situatie nog verder op de spits te drijven - zeer tegen de zin van de overgrote meerderheid van de bevolking. De meeste groeperingen binnen de PLO zijn daarom voor versoepeling van de intifadah-regels: Al-Fatah, de communistische partij (nu omgedoopt in Palestijnse Volkspartij PPP) en één deel van het in tweeën gesplitste Democratische Front voor de Bevrijding van Palestina (DFLP) onder Yasser Abed Rabbo. Alleen het Volksfront voor de Bevrijding van Palestina (PFLP) van dr George Habash en het stukje DFLP dat onder leiding van Nayef Hawatmeh de traditionele strijdleuzen handhaaft, zijn tegen. De buiten de PLO opererende moslim-fundamentalistische Hamas heeft zich nog niet duidelijk uitgesproken, maar blijkt in de praktijk genoeg realiteitszin te hebben om niet tegende wensen van de bevolking in te gaan.

Tot dusver werd opheffing van de winkelstakingen tegengehouden omdat het Verenigd Leiderschap van de Intifadah formeel zijn beslissingen bij consensus neemt, waardoor elk van de vier deelnemende groepen vetorecht heeft. Maar volgens Faisal Husseini, die de afgelopen dagen in Amman besprekingen voerde, moet het afgelopen zijn met die consensus-regel. Hij is één van die zeldzame leiders in de bezette gebieden die een groot persoonlijk gezag genieten bij de Palestijnse bevolking in de bezette gebieden en tevens een vertrouwensrelatie met PLO-leider Yasser Arafat hebben.

“Wij hebben op een heleboel manieren dringend behoefte aan verandering in de intifadah”, stelde Faisal Husseini met grote nadruk. “Wij moeten het doel aanhouden, maar de methoden wijzigen. De stakingen waren een succesvolle strijdmethode tegen de bezetting. Maar we kunnen de bezetting ook door een nieuwe en andere aanpak bestrijden. Daardoor kunnen we misschien zelfs de intifadah in een hogere versnelling brengen.”

Hij vertelde dat men in sommige plaatsen al een besluit heeft genomen over andere stakingstijden. De winkels mogen nu drie uur langer open blijven. “Misschien doen we dat ook in Jeruzalem, maar daarover wordt nog steeds gediscussieerd. Een paar maanden geleden hebben we het al uitgeprobeerd. In één stad hebben we de winkels gedurende een week permanent open gehouden. Dat ging goed. En nu zijn we aan het bespreken of het ook goed is voor een langere periode. Andere omstandigheden vereisen andere methoden. En een nieuw spel vereist nieuwe regels.”

Op de vraag “Geldt hetzelfde ook voor het stenen gooien”, antwoordde Husseini: “Wij zijn geen minnaars van stenen” - waarmee hij in feite lijnrecht inging tegen de leuzen die de PLO de afgelopen vier jaar zo nadrukkelijk lanceerde.

Toch moest hij zich wollig uitdrukken, omdat er ernstige meningsverschillen zijn hoe men verder met de intifadah moet omgaan. Faisal Husseini zei dat er nieuwe structuren in de bezette gebieden moeten komen, omdat er veel te weinig beslissingen op centraal niveau worden genomen. “In Ramallah bijvoorbeeld is het niet duidelijk wie tot de stakingen oproept. We hebben een centraal gezag nodig.”

Hij vertelde dat de discussie over zin en nut van de stakingen reeds anderhalf jaar geleden begon. “Eén van de problemen van het Verenigd Leiderschap in de bezette gebieden is dat alle beslissingen unaniem moeten worden genomen en dat nu meer dan één partij de beslissingen neemt. Daarom moeten wij overgaan naar het principe van de meerderheidsbeslissing. De minderheid moet zich dan bij de wil van de meerderheid neerleggen, precies zoals dat al gebeurt in het parlement, de Palestijnse Nationale Raad.”

Op de vraag hoe hij dat voor elkaar dacht te krijgen, zei Husseini: “De omstandigheden leggen ons dat eenvoudig op.” De inter-Palestijnse moorden zullen naar zijn zeggen “over een paar maanden niet helemaal afgelopen zijn, maar wel een stuk minder. Laat dat maar aan ons over.”

Tegelijkertijd met Faisal Husseini en de Palestijnse onderhandelingsdelegatie naar de vredesbesprekingen in Washington was ook Yasser Abed Rabbo in Amman. Hij is lid van het Uitvoerend Comité van de PLO (het dagelijks bestuur) en hij bevestigde dat ook de PLO-leiding vindt dat de stakingen beperkt moeten worden. “Ze moeten een politiek doel dienen en dat doel moet duidelijk zijn voor de bevolking. Nu zijn die stakingen een echte straf voor de bevolking geworden.”

Als leider van de afgesplitste vleugel van het DFLP ging hij nog een stuk verder: “Wij van het DFLP vinden dat er een eind moet komen aan de stakingen. Wij hebben druk uitgeoefend om de openingstijden te verlengen. Daarvoor is officiële steun van de PLO-leiding. Wij vinden dat het opgelost moet worden. Maar de mensen in de bezette gebieden moeten erover praten en zij moeten besluiten hoe het lijden van de bevolking kan worden verminderd.”

In feite maakte Yasser Abed Rabbo duidelijk dat de PLO-leiding in Tunis zelf niet de verantwoordelijkheid wil nemen voor een beslissing die zij als noodzakelijk, maar ook als vernederend beschouwt. Daarom laat de "buiten'-PLO in Tunis het over aan de "binnen'-PLO in de bezette gebieden om formeel de inkrimping van de intifadah aan te kondigen.

Maar hoe dat moet gebeuren en wie dat precies zou moeten doen, blijft onduidelijk. Yasser Abed Rabbo vindt bijvoorbeeld - in tegenstelling tot Faisal Husseini - dat de demonstraties wel degelijk moeten doorgaan “want zij dienen een doel”. Hij geeft toe dat er “nu veel kritiek is op de wijd verbreide anarchie die er heerst. Je kunt een eind maken aan het negeren van de bevelen van het centrale leiderschap door meer mensen op te nemen in het besluitvormingsproces - niet alleen organisaties, maar ook politiek onafhankelijke figuren. Het Verenigd Leiderschap van de Intifadah moet worden uitgebreid. Zo kunnen we de regels van de intifadah acceptabeler maken voor de mensen.” Hij besluit: “Nooit eerder was er zo'n behoefte aan veranderingen, omdat het vredesproces, de intifadah en een eensgezinde PLO alleen maar succes kunnen hebben als we de zaak veranderen.”