Onenigheid met Lubbers; Duisenberg: tekort moet verder omlaag

DEN HAAG, 28 APRIL. De verlaging van de BTW waartoe het kabinet in principe heeft besloten is “zeer gewenst”, mits het overheidstekort verder omlaag gaat. Dat zegt president dr. W.F. Duisenberg van De Nederlandsche Bank vandaag in een vraaggesprek met deze krant.

Van de suggestie van premier Lubbers dat het tekort een jaar lang niet hoeft te dalen wil Duisenberg niets weten. Vorig jaar sloeg Duisenberg de ontwikkeling van het overheidstekort nog “met schrik om het hart” gade. Nu zegt hij: “Ik ben over de structurele trend van het tekort zonder meer positief.” Maar, vervolgt Duisenberg, “het is moeilijk om door de cijfers heen te kijken”. Dit als gevolg van een “opeenstapeling van "kasschuiven', "primacheques' en andere incidentele maatregelen”.

Duisenberg constateert dat Nederland een van de weinige EG-landen is waar het tekort in 1991 daalde, conform de richtlijnen van de toekomstige Europese Monetaire Unie. Het tekort kwam zelfs uit beneden het afgesproken "tijdpad': het bedroeg 4,25 procent van het nationaal inkomen, waar het maximaal 4,75 mocht bedragen.

Rekening houdend met tegenvallers (EG, Oost-Europa, asielzoekers) moet het kabinet echter volgens Duisenberg opnieuw structureel ruim vijf miljard gulden bezuinigen. Inclusief lastenverlichting moet zelfs acht miljard gulden worden omgebogen. Duisenberg: “Dan spreek ik een groot woord gelaten uit, maar dat blijft de problematiek.”

Volgens de president van De Nederlandsche Bank werd en wordt de economische groei in 1991 en 1992 door lastenverzwaringen geheel opgeslokt door de collectieve sector. Daarom is er toch “reden tot zorg” en is lastenverlichting dringend geboden. Een verlaging van de BTW is “zeer gewenst om tegendruk te geven aan de oplopende inflatie.”

Duisenberg stelt vast dat De Nederlandsche Bank door de liberalisering van de internationale geld- en kapitaalmarkten grote moeite heeft de geldgroei te beperken. Duisenberg: “Maar dat zie je overal in Europa. Dat is geen specifiek Nederlands verschijnsel.” Noodgedwongen moest het instrument van de kredietrestrictie, waarvan zijn voorganger Zijlstra zo nodig gebruik maakte, worden afgeschaft.

Omdat de gulden sinds 1985 zit vastgeklonken aan de D-mark moest De Nederlandsche Bank de renteverhogingen van de Bundesbank volgen. Duisenberg: “Ik hoor wel eens het verwijt dat Nederland in dezelfde richting moet beslissen als Duitsland, of we dat nu leuk vinden of niet. Maar het leven is nu eenmaal niet anders.”

Over de verschillen in de EG-landen tussen sociale en fiscale stelsels zegt Duisenberg: “Door goed overleg kan het verschil van twee kanten worden overbrugd.”