Onderzoek naar Uni-Invest

AMSTERDAM, 28 APRIL. De Ondernemingskamer van het Amsterdamse Gerechtshof heeft toegestemd in een onderzoek naar vermeend wanbeleid bij vastgoedfonds Uni-Invest. Een Belgische en een Zwitserse aandeelhouder (de groep-Descamps) hadden om zo'n onderzoek gevraagd.

De Ondernemingskamer zegt redenen te hebben om te twijfelen aan de goede gang van zaken bij Uni-Invest tussen 29 november 1985 en 13 september 1991. Volgens de Ondernemingskamer zijn er aanwijzingen dat binnen de onroerend-goedmaatschappij een onverenigbare belangenverstrengeling heeft bestaan. Twee aandeelhouders, R.P.J. Ansema en M. Brouwer, die samen de meerderheid van de aandelen bezaten, zouden in feite de gang van zaken en het beleid bij de onderneming hebben bepaald.

De groep-Descamps beschuldigt de twee vroegere meerderheidsaandeelhouders ervan Uni-Invest ernstig te hebben benadeeld door verschillende dubieuze onroerend-goedtransacties. Daardoor raakte Uni-Invest in grote problemen en dreigde het in het voorjaar van 1991 zelfs failiet te gaan.

De maatschappij werd echter in de zomer gered door de Canadese Homburg-groep, die bij Uni-Invest de touwtjes in handen nam. Die hulp kwam geen ogenblik te vroeg: op het eigen vermogen van Uni-Invest moest 88 miljoen gulden worden afgeboekt.

De nieuwe eigenaren twijfelen niet alleen aan de vorige aandeelhouders, maar ook aan het bewind van de vorige directie en de raad van commissarissen. De groep-Descapms heeft volledige medewerking aan een onderzoek toegezegd. Inmiddels is orde op zaken gesteld en is een einde gemaakt aan verdere misstanden en wanbeleid.

De Ondernemingskamer heeft prof. drs. K.P.G. Wildschut te Driebergen en prof. mr. J.W. Zwemmer te Bussum opgedragen het onderzoek te verrichten, dat niet meer dan 100.000 gulden mag kosten. Indien zij tot de conclusie komen dat sprake is geweest van wanbeleid dient hun rapport tevens gegevens te bevatten over eventueel door de Ondernemingskamer te treffen voorzieningen. (ANP)