Olivier Messiaen 1908 - 1992; Tussen aarde en hemel

Met het overlijden van Olivier Messiaen is een uniek componist heengegaan. Messiaen, die vannacht na een operatie in een ziekenhuis in Parijs is gestorven, was de grand matre van de twintigste-eeuwse muziek: een van de belangrijkste na-oorlogse compositiedocenten, een bevlogen theoreticus, een groot organist en de componist van een oorspronkelijke, onvervreemdbare, intense en kleurige muziek.

Vanaf zijn eerste composities, uit het midden van de jaren twintig, heeft Messiaen gezocht naar de waarheid van God in de hemel en God op de aarde, in de natuur. Daarbij kwam als vanzelfsprekend een ander, stoffelijker zoeken: naar de relatie tussen klank en kleur, ritme en tijd, oost en west.

De kiem van dit alles vormde een enkele droom: het mysterie van de trias God, mens en natuur tot in zijn diepste wezen in een zo waarheidsgetrouw mogelijke muziek vast te leggen. Zijn katholieke geloof, zijn liefde voor de natuur en zijn muzikale scheppingen waren een. Daarom heeft hij in de ware zin van het woord ook nooit iets uitgevonden. Hij kon ”domweg' niet anders componeren dan hij deed.

Olivier Messiaen werd op 10 december 1908 geboren in Avignon. In 1929 behaalde hij het diploma in de klas van Marcel Dupré, in 1930 dat van compositie bij Paul Dukas. Reeds een jaar later werd hij benoemd als organist van de Eglise de la Trinité in Parijs. Na de Tweede Wereldoorlog volgde zijn aanstelling als professor in de compositie aan het Parijse Conservatoire National, waar hij sinds 1955 ook muziekfilosofie doceerde.

“Ik heb het geluk katholiek te zijn,” zei Messiaen. “Ik ben gelovig geboren en het schijnt dat heilige teksten mij vanaf mijn vroegste jeugd bijzonder getroffen hebben. Een aantal van mijn werken is dus voorbestemd theologische waarheden van het katholieke geloof in het licht te zetten. Dat is het belangrijkste aspect van mijn oeuvre, het meest nobele en ongetwijfeld het meest nuttige en waardevolle; het enige wellicht waar ik wanneer ik sterf geen spijt van zal hebben.”

Het was Messiaen vooral om theologische visies te doen, op de geboorte van Jezus (La nativité du Seigneur), op het kindeke Jesus en de aan hem verbonden heilige personen (Vingt regards sur l'enfant Jézus), op de goddelijke beschikking (Visions de l'amen) en het heilige sacrament (Livre du Saint Sacrement). Daarnaast vinden we ook theologische beschouwingen als Les corps glorieux, Couleurs de la cité céleste en Méditations sur le mystère de la Sainte Trinité.

Tot na de Tweede Wereldoorlog was Olivier Messiaen in de eerste plaats een kerkmusicus, die enige opzien had gebaard met meer wereldlijke, voor de concertzaal bedoelde werken als Les offrandes oubliées, de Hymne, L'ascension en de Poèmes pour Mi. Pas door het Quatuor pour la fin du temps en de Turangalila-Symphonie brak Messiaen als componist internationaal op de grote concertpodia door.

Messiaens houding als ”musicus theologicus' werd gekenmerkt door zijn positivisme, zijn optimistische kijk op het geloven en het belijden. Voor hem geen hel en verdoemenis, maar bovenal het feest van het geloven, de stralende almacht van God, de zaligheid van de opstanding en de hemelse vrijheid, de oogverblindende hemels stad, de wonderbaarlijke visioenen van Sint Franciscus.

Zelfs de ”verschrikkelijke' kant van het geloven, van de ”schrikbarende' verschijning van Christus, van de almacht van God, van het lijden van Christus bezag Messiaen uitsluitend vanuit het positivistisch oogpunt. Sidderen van verrukking was bij hem geen loze kreet. En steeds weer schiep hij afgronden en onoverbrugbare rotswanden van geluid. Zijn muziek is als het ware een klinkende gelijkenis van de schrikbarende alomtegenwoordigheid van God. Gitzwarte momenten in zijn partituren dienen om de stralende nog oogverblindender uit te laten komen.

Ook de beroemde ”liefdesepistels' van Messiaen, de liederencyclus Harawi, de Turangalila-Symphonie en de Cinq rechants voor koor a cappella, zijn niet alleen vruchten van zijn liefde voor de pianiste Yvonne Loriod, die, na de dood van zijn eerste vrouw, de violiste Claire Delbos, in 1962 zijn echtgenote zou worden. Ze zijn tevens klinkende parabels. De hogere liefde van God wordt immers tegenover de hoogste mensenliefde gesteld. En deze is altijd minder dan Gods liefde.

Yvonne Loriod was Messiaens belangrijkste en meest fervente vertolkster, een trouwe discipel, zijn steun en toeverlaat. Voor haar schreef hij sinds 1942 zijn complete pianorepertoire, alle vogelconcerten met niet zelden de kleine, zo goed gebekte Loriot, de wielewaal, op een prominente plaats. En samen met haar bezocht Messiaen in 1944 voor het eerst Nederland, om in Amsterdam zijn Visions de l'amen uit te voeren. Vergetelheid zoekend in het verzamelen van duizenden vogelzangen, heeft Olivier Messiaen bijna twintig jaar op haar gewacht.

In het verlengde van zijn ”theologische' composities staan de natuurevocaties. De patronen van de natuur transformeerde hij in patronen van klank; de symbolen in de natuur in muzikale symbolen; de natuurlijke tijd in een muzikale tijd. De natuur was voor Messiaen een weerspiegeling van God en tevens het bewijs van de alomtegenwoordigheid van God op aarde. We luisteren in zijn muziek via de natuur naar het goddelijke. Zijn landschaps- en vogelcomposities zijn dus in feite evenzeer theologische werken, maar in de vorm van parabels.

Vanaf de oorlogsjaren heeft Olivier Messiaen vele duizenden vogelgezangen opgetekend en omgewerkt naar ons gelijkzwevende toonsysteem. De vogels waren volgens hem zijn belangrijkste leermeesters. Want de vogels zijn de grootste en veelzijdigste musici op aarde. Dat resulteerde in zulke uiteenlopende composities als de Cataloque d'oiseaux, de Réveil des oiseaux, Oiseaux exotiques en Chronochromie (met op enkele plaatsen maar liefst achttien verschillende vogels door elkaar). Stuk voor stuk muzikale volières, de ene kleuriger dan de andere. Niet zonder trots vermeldde hij op zijn visitekaartje naast een omvangrijke lijst onderscheidingen specialismen als ”ornitholoog en ritmicus'.

Kleuren hebben in Messiaens muziek altijd een belangrijke rol gespeeld. Kleur en klank zijn in zijn muziek niet van elkaar te scheiden. Akkoorden en toonreeksen heeft hij als complexe kleurstellingen ervaren. Zijn kleurenbeleving - want hij beleefde deze inderdaad zeer direct - was geen verbeelding. De kleuren zijn levensecht aan de klanken verbonden.

Na 1950 ging Messiaen met atonale akkoordopeenvolgingen en complexe ritmische figuren experimenteren, hoewel nog steeds op basis van de boven gestelde uitgangspunten. Door het gebruik van reeksentechnieken, die hij overigens vrijwel geheel onafhankelijk van Schönberg en Webern ontwikkeld had, werd hij toen als een van de meest opvallende naoorlogse avantgardisten beschouwd.

In zijn kielzog volgden meerdere generaties leerlingen, van Pierre Boulez, Karlheinz Stockhausen, Ton de Leeuw en Yannis Xenakis via Toru Takemitsu, Jean Barraqué, Makoto Shinohara en Gilbert Amy tot George Benjamin. Toch is ook in de geavanceerde werken uit deze jaren, waaronder Mode de valeurs et d'intensités, Livre d'orgue en de vogelstukken Réveil des oiseaux en Oiseaux exotiques, de gehele techniek afgeleid van dezelfde klank-kleur-ritme theorie die al voor de oorlog zijn werk bepaald heeft.

Deze periode van zijn leven werd door een vierde, veel lyrischer gevolgd. De vogelgeluiden in bijvoorbeeld Des canyons aux étoiles en nog meer in de opera Saint François d'Assise zijn zo vanzelfsprekend en natuurlijk in een kleurige harmonische, soepel ritmische en helder structurele taal ingevoerd, dat gedachten aan technische vingeroefeningen in de vorm van klinkende volières zich nauwelijks meer opdringen. De vogels staan als symbolen ten dienste van een hogere boodschap, als onderdeel van een natuurbeschrijving of een prachtig ingekleurd heiligenleven.

Messiaen kende een gouden levensherfst. Zijn roem breidde zich na 1970 over de gehele wereld uit. Niet langer was hij de notoire avantgardist, de weinig begrepen theoloog en ornitholoog, maar een gevierd componist, van publiekstrekkers als de Turangalila-Symphonie en La transfiguration de Notre Seigneur Jésus-Christ. Olivier Messiaen had in ons land een groot aantal geestdriftige fans. In 1971 werd hem de Erasmusprijs verleend, in 1981 organiseerde het Residentie Orkest een geslaagde concertserie rond zijn werk, in 1986 was Messiaen gastdocent aan het Koninklijk Conservatorium en in 1990/91 organiseerde de VARA eveneens een uitgebreide serie rond zijn muziek.

Messiaen was een even intelligente als kinderlijk naïeve tovenaar, die bij tijd en wijle niet genoeg leek te krijgen van zijn eigen invallen. Zijn composities hebben zeker de laatste kwart eeuw steeds meer het uiterlijk van klinkende bidsnoeren gekregen, nu eens introvert dan weer geëxalteerd, en steeds zichzelf herhalend.