Kunstenplan: orkesten gefuseerd, kortingen op toneelgezelschappen, film meer geld, nieuw advies over mime gevraagd; Minister d'Ancona wijkt flink af van advies van de Raad voor de Kunst

DEN HAAG, 28 APRIL. Minister d'Ancona (WVC) wijkt in haar voorstel voor het nieuwe Kunstenplan op een groot aantal punten af van het advies van de Raad voor de Kunst. Zo wordt het advies om acht ton te korten op de subsidie voor Het Nationale Ballet niet opgevolgd. Ook houdt de minister zich niet aan het advies het bewegingstheater Bewth en de Dogtroep op te heffen. Aan mime wil de minister elf miljoen minder besteden dan de Raad voorstelde en ze wil daarover een nieuw advies. Voor de geadviseerde verhoging met een miljoen gulden van de subsidies aan de middelgrote muziekgezelschappen is geen geld. Het Noord Nederlands Toneel krijgt wegens grote twijfels aan het huidige functioneren slechts één miljoen gulden in plaats van de geadviseerde twee miljoen.

Het Theater van het Oosten in Arnhem krijgt slechts drie miljoen van de minister, 1,2 miljoen minder dan de Raad voor de Kunst bepleitte. Het idee van de Raad voor de Kunst om een Dansplatform op te richten wordt wegens gebrek aan weerklank terzijde gelegd. In plaats daarvan reserveert de minister een half miljoen voor een nog nader te omschrijven initiatief op het gebied van de moderne dans, waaraan de gemeente Amsterdam ook een half miljoen gulden bijdraagt. Bovendien wordt het budget voor dansprojecten met twee ton verhoogd. De minister wil bezien of ze nog extra steun kan geven aan het Nationale Toneel in Den Haag, dat als gevolg van een gemeentelijke subsidievermindering van negen ton in zijn voortbestaan wordt bedreigd.

Het zuiden en het oosten van het land moeten volgens de minister elk één orkesteenheid van 145 musici krijgen, die beide naast het geven van symfonische concerten ook als taak krijgen operavoorstellingen van het nieuwe Forum en van Opera Zuid te begeleiden. In het zuiden vormen het Limburgs Symphonie Orkest en het Brabants Orkest met respectievelijk 66 en 79 mensen hiervoor de basis. De orkesten blijven in naam afzonderlijk bestaan maar dienen bestuurlijk en organisatorisch met elkaar verbonden te zijn. In het Oosten worden Het Gelders Orkest en Forum Filharmonisch samengevoegd. Het Noord Nederlands Orkest gaat terug van 92 naar 79 musici omdat het geen opera hoeft te begeleiden en de zaalbezetting volgens de minister veel te laag is.

Opera Forum wordt conform het raadsadvies vervangen door een nieuwe produktie-eenheid die, ook weer vanuit Enschede, 75 voorstellingen geeft van vijf produkties per jaar. Wanneer het huidige Forum precies verdwijnt is nog onduidelijk, evenals de manier waarop het nieuwe gezelschap wordt geformeerd. De minister houdt de mogelijkheid open dat het huidige Forum met de aanstelling van een nieuwe hoogwaardige artistieke en zakelijke leiding toch wordt omgevormd tot de nieuwe produktie-eenheid, die minder dan tien miljoen gulden subsidie krijgt.

Opera Zuid, dat volgens de Raad voor de Kunst niet langer voor vaste subsidiëring in aanmerking kwam, krijgt van de minister met 1,5 miljoen twee keer zoveel subsidie als nu, waarbij ook van de plaatselijke overheden extra steun wordt verwacht. Daardoor kunnen twee produkties met in totaal twintig voorstellingen worden verwezenlijkt, of bij voldoende lokale steun wellicht drie. Als De Nederlandse Opera dan nog minstens één reisopera per jaar maakt, blijft het opera-aanbod in de regio nagenoeg gelijk. De Nederlandse Opera vindt dat het voor de reisproduktie 1,5 miljoen extra zou moeten krijgen.

Volgens de minister is de verdeling van de subsidies tussen de Randstad en de regio nu “zeer evenwichtig en verantwoord”. De orkesten blijven groter dan in haar aanvankelijke plannen en verder krijgen theatergezelschappen als Reflex en Introdans meer subsidie. Door de korting met 2,5 procent ten bate van de incidentele subsidies moet de Randstad tien miljoen inleveren en de regio 1,7 miljoen. De overheid legt nu 89 gulden bij een kaartje voor het Gelders orkest en 60 gulden voor een kaartje voor het Rotterdams Philharmonisch Orkest.

Film

Voor de film blijft de minister bij haar aanvankelijke voornemen de rijksbijdragen fors te verhogen, van 21 naar 26 miljoen gulden jaarlijks. De Raad voor de Kunst had slechts een verhoging met 3,3 miljoen geadviseerd. Wel zal deze uitbreiding gefaseerd plaats vinden, van 3,7 miljoen in 1993 naar 5 miljoen in 1996.

Ten opzichte van het raadsadvies gaat vooral het Nederlands Filmmuseum er op vooruit. Geleidelijk zal de bijdrage van het rijk aan de kwaliteitsverbetering van de publieksfunctie van het Filmmuseum geen 4,79 miljoen gulden maar 5,54 miljoen per jaar bedragen. De ondersteuning van de Fondation Européenne Joris Ivens gaat geleidelijk omhoog naar 250.000 gulden, het dubbele van wat de Raad adviseerde.

Het Nederlandse film- en bioscoopbedrijf had een extra bijdrage van een miljoen gulden per jaar aan de filmproduktie gekoppeld aan het voornemen van de minister de subsidiëring van deze sector met vijf miljoen te verhogen. Een andere voorwaarde was haar bereidheid toepassing van het lage BTW-tarief op bioscoopvertoningen bij haar collega van financiën te bepleiten. Aan de laatste voorwaarde voldoet d'Ancona door dit punt in haar nota nog eens te benadrukken. De gefaseerde verhoging van het filmbudget zal waarschijnlijk voor het bioscoopbedrijf aanleiding zijn tot een vergelijkbare fasering van zijn eigen inspanning.

Aan verdere internationale culturele contracten zal drie miljoen gulden extra worden besteed, stelt minister d'Ancona voor, eventueel via een speciaal bureau dat moet worden opgezet met behulp van het ministerie van buitenlandse zaken. Er komt een speciaal programma om de samenwerking met landen in Midden- en Oost-Europa te versterken.

Minister d'Ancona wil de incidentele subsidies voor vormgeving met 1,1 miljoen verminderen. Het Stimuleringsfonds beeldende kunst en vormgeving moet vier ton besparen op de organisatie. Het nu in aanbouw zijnde Architectuurinstituut in Rotterdam krijgt voorlopig vijf miljoen in plaats van de geadviseerde zes miljoen. Het Berlage Institute voor voortgezette architectuuropleiding in Amsterdam krijgt niet de geadviseerde 1,5 miljoen gulden, maar één miljoen.

De door de Raad voor de Kunst geadviseerde stopzetting van de subsidiëring van de Federatie van Kunstenaarsverenigingen wordt niet doorgezet. De minister vindt dat de cultuurpolitieke betekenis van de federatie belangrijker is dan de niet subsidiabele directe belangenbehartiging.

Cultuurbeheer

Naast het Kunstenplan bestaat de nota Cultuurbeleid uit sectornota's over het cultuurbeheer en media, letteren en bibliotheken. Het is voor het eerst dat het gehele cultuurbeheer integraal wordt benaderd. De minister wil ook de beleidsadvisering op één lijn brengen door de Raad voor de Kunst, de Raad voor het Cultuurbeheer, de Mediaraad en de Rabin (voor het bibliotheekwezen en informatieverzorging) te laten opgaan in een Raad voor het Cultuurbeleid.

In het cultuurbeheer krijgt het Deltaplan voor Cultuurbehoud de prioriteit. De niet-rijksmusea krijgen 6,3 miljoen geld voor het inlopen van achterstanden. Voor de zelfstandig wordende rijksmusea wordt een Aankoopfonds voorbereid samen met het Prins Bernhardfonds en de Vereniging Rembrandt.

Op het monumentenbudget wordt 4,5 miljoen gulden bezuinigd. Er komt minder aandacht voor het individuele monument, maar meer voor het monument in zijn omgeving. De Rijksdienst voor de Monumentenzorg zal in een aantal voorbeeldgebieden zogenaamde "cultuurhistorische verkenningen' gaan maken.

Op archeologisch terrein is het besluit genomen dat de verstoorder betaalt: wie een "bodemarchief' vernietigt, moet opdraaien voor de kosten van het daardoor noodzakelijk geworden intensievere archeologische onderzoek.

Tenslotte is er de sectornota Media, Letteren en Bibliotheken. Recente nota's over media stellen dat publieke radio en tv een veelzijdig aanbod van “waardevolle programma's” voor een breed publiek moeten hebben. De nieuwe zenderindeling is daarop ook gericht.

Door het Stimuleringsfonds, dat 28 miljoen gulden per jaar krijgt, en de verscherpte programmavoorschriften zal de culturele taak van de omroep verder accent krijgen. Tenslotte wordt de bijdrage aan het Europese coproduktiefonds, Eurimages, verhoogd tot 1,5 miljoen gulden.

Op het gebied van de letteren en de bibliotheken zal de minister meer aandacht geven aan het vertalingenbeleid. Verder wordt het subsidiebedrag van Poetry International in de komende vier jaar jaarlijks met een ton verhoogd. Zoals uit de bibliotheeknotitie reeds bleek, wordt leesbevordering een speerpunt in het bibliotheekbeleid. Verder wordt er nog dit jaar begonnen met een aantal projecten op het terrein van de conservering en het behoud van het literaire erfgoed.