Kind als erfstuk

In NRC Handelsblad van 24 april schrijft T.P. Barendse-Cornelisse over "het kind als erfstuk'.

De wet zou volgens Barendse gewijzigd moeten worden ten gunste van de ouder-toeziend voogd. Barendse bedoelt waarschijnlijk de artikelen 292 en verder van het Burgerlijk Wetboek, waarin is bepaald dat een voogd bij testament kan laten vastleggen wie in geval van zijn dood de voogdij over de kinderen zal uitoefenen.

In het geval naar aanleiding waarvan Barendse schrijft is een juridische strijd om de kinderen ontstaan tussen de voogdes die door de nu overleden moeder is benoemd, en de vader-toeziend voogd. Met alle respect voor de vader in deze zaak en voor alle vaders-toeziend voogden die strijden voor een beter contact met hun kinderen, wil ik toch opmerken dat in de praktijk blijkt dat veel vaders-toeziend voogden zich helaas weinig bekommeren om het wel en wee van hun kinderen.

Het getuigt van een juist gevoel van verantwoordelijkheid indien ouders bij testament vastleggen aan wie zij, in geval van overlijden, de zorg voor de kinderen willen laten. Indien na echtscheiding de ouderlijke macht niet voortduurt, is het de taak van de voogd (meestal voogdes) dit zo goed mogelijk te regelen. Is een toeziend voogd het niet eens met een door de voogd uitgekozen testamentair voogd, dan kan hij de rechtbank verzoeken zelf tot voogd te worden benoemd - een procedure die vaak onaanvaardbaar lang duurt.

Een kort geding kan in familiezaken echter slechts in zeer uitzonderlijke gevallen uitkomst bieden. In de door Barendse besproken zaak lijkt mij dat, juridisch gesproken, de president van de Familiekamer van de rechtbank Den Haag geen andere beslissing kon nemen.