Kind als erfstuk (2)

T.P. Barendse-Cornelisse pleit voor een wetswijziging, om de voogdij over kinderen van gescheiden ouders na overlijden van de verzorgende ouder automatisch toe te wijzen aan de langstlevende ouder. Gelukkig biedt de huidige wetgeving de mogelijkheid hiervan af te wijken. Er zijn voldoende bijzondere situaties die dit rechtvaardigen.

Wat te doen als de echtscheiding vooral te wijten is aan specifiek gedrag van één van de ouders (bijvoorbeeld alcoholverslaving, kindermishandeling, seksueel misbruik, criminele activiteiten)? Ook andere overwegingen (bijvoorbeeld geringe emotionele band, praktische onmogelijkheid om de dagelijkse zorg over te nemen) kunnen de keuze op een ander dan de langstlevende ouder doen vallen.

Het is duidelijk dat juist in éénoudergezinnen de druk op de verzorgende ouder groot is om bij overlijden goede voorzieningen voor de kinderen te treffen. Beslissingen daarover zal menigeen (zowel verzorgende ouder als ontvangende partij) de nodige gemoedsrust en strijd kosten. Vooral voor deze kinderen, die al een dubbele klap te verwerken hebben gehad (eerst echtscheiding, dan overlijden), is het van groot belang dat zij verder kunnen opgroeien in een harmonieuze en stabiele omgeving waar zij zich thuis kunnen voelen en zich welkom weten.

Als de verzorgende ouder na zorgvuldig wikken en wegen bij uitzondering tot de conclusie komt dat de kinderen niet bij de langstlevende ouder maar elders beter kunnen gedijen, dan is het een groot goed dat de wet die ruimte biedt. Is deze ruimte er niet, dan zullen de kinderen de dupe worden. Het geeft geen pas om in dit verband, zoals mevrouw Barendse doet, te spreken van "degraderen van kinderen tot erfenis'. De ouder die de moed heeft een afwijkende beslissing te nemen verdient alle respect.