Kijken

Ik kijk naar mijn handen. Ik kijk naar het plafond. Ik begin de ramen te tellen, de lampjes aan de kroonluchters, de pijpen van het orgel.

Zesenveertig ben ik nu en ik kan het nog steeds niet, ik kan nog steeds niet luisteren naar toespraken. Ik kan heel goed wachten, ik kan uren stilzitten, ik amuseer me uitstekend met niksen, maar dit houdt allemaal op zodra in mijn omgeving een toespraak wordt afgestoken. Burgemeesters! Toespraken van burgemeesters dienen onder alle omstandigheden te worden gemeden! Jeuk. Een knellend gevoel aan de slapen. Spiercontracties op plekken waarvan je niet eens wist dat er spieren zaten. Stiekem om je heen kijken om te zien hoe anderen deze beproeving doorstaan. Dat mens daar heeft nota bene haar schoenen uitgeschoven. Wat een knobbels heeft die aan d'r voeten! De opwelling om "gelul' te roepen, of iets ergers. Dwangvoorstellingen van blikseminslag, uitslaande brand, een kleine aardbeving, alles wat maar zou kunnen helpen om een eind te maken aan dat gevoel van gevangenschap, oprukkende waanzin...

Ik zit achter mijn schrijfmachine voor een stukje over het luisteren naar toespraken. Haak mijn ene duim achter mijn broeksband en haal de andere enigszins nerveus over mijn lippen. Kijk naar buiten.

Langs een bleekblauwe hemel bewegen enorme witte wolken. Daar verschiet zowaar de eerste gierzwaluw, het volgende streepje op de presentielijst. Dit is lente: een reünie zonder toespraken.