Joegoslavië III

DE ENIGE PLAATS waar gisteren in het nieuwe Joegoslavië feest werd gevierd was de receptiezaal van het parlementsgebouw in Belgrado: daar hieven de Servische en Montenegrijnse leiders het glas op het nieuwe Joegoslavië, het derde al, na het koninkrijk van voor de oorlog en de socialistische federatie van erna.

Maar buiten die zaal bleef het stil: de bevolking zag weinig reden de straat op te gaan en de commentaren die er waren, waren sceptisch. Met reden, want de problemen zijn gebleven.

Daarbij komt het internationale isolement. Servië, de dominerende republiek binnen de nieuwe federatie, is de boeman van Europa. Het was en is de drijvende kracht achter het geweld in achtereenvolgens Slovenië, Kroatië en Bosnië. De haast, waarmee de nieuwe Joegoslavische federatie is uitgeroepen, is mede ingegeven door de vrees dat de CVSE (Conferentie over Veiligheid en Samenwerking in Europa) morgen wel eens zou kunnen besluiten "Joegoslavië' uit haar gelederen te stoten. Om dat te voorkomen, heeft de nieuwe staat onderstreept géén aanspraken te maken op het grondgebied van andere landen.

HET IS EEN verzekering die niet overtuigt. Artikel 2 van de nieuwe grondwet zegt dat de Federale Republiek Joegoslavië bestaat uit Servië en Montenegro. Maar in de volgende zin wordt gesteld dat “andere republieken/leden kunnen toetreden als ze zich conformeren aan deze grondwet”. Wie denkt daarbij niet aan de republieken die de Servische minderheden in Bosnië, Krajina en Oost-Kroatië eenzijdig hebben uitgeroepen?

Enerzijds moet Europa worden overtuigd dat het Derde Joegoslavië geen territoriale aanspraken heeft op het grondgebied van andere landen, anderzijds wordt de Servische minderheden verzekerd dat de oorlog die ze hebben gevoerd of nog voeren, kan leiden tot een toekomst binnen het Derde Joegoslavië.

OF EUROPA en die Servische minderheden zich zo makkelijk om de tuin laten leiden is geen vraag meer. De Serviërs buiten het nieuwe Joegoslavië voelen zich al geruime tijd door Belgrado in de steek gelaten. En op de Grieken na hebben de Twaalf en alle andere Westerse landen de uitroeping van de nieuwe staat geboycot. Zij wachten met erkenning tot “de Federale Republiek Joegoslavië aantoont zich te verbinden aan de zaak van vrede, internationale samenwerking en territoriale integriteit”, zoals een woordvoerster in Washington het uitdrukte.

De scepsis kan door het nieuwe Joegoslavië zonder moeite worden weggenomen. Bijvoorbeeld door Kroatië, Slovenië, Bosnië-Herzegovina en Macedonië als onafhankelijke staten binnen de bestaande grenzen te erkennen. En door het federale leger in Bosnië, dat nu formeel een buitenlands en dus bezettingsleger is, uit die republiek terug te trekken. Maar van beide initiatieven wil men in Belgrado niets weten. Het nieuwe Joegoslavië lijkt aldus verdacht veel op het oude: dezelfde gezichten, dezelfde problemen, dezelfde intenties. En hetzelfde isolement.