IRMGARD SCHWAETZER; Vrouw die in de FDP-puzzel past

BONN, 28 APRIL. Het was gisteren een hele puzzel in het bestuur van de Duitse liberale partij, de FDP, nadat minister Genscher zijn aanstaande aftreden had bekendgemaakt. De stukjes kwamen uiteindelijk zo te liggen: als Irmgard Schwaetzer als opvolgster van Genscher naar Buitenlandse Zaken doorschuift kan zij volgend jaar niet meedingen naar het FDP-voorzitterschap, want die twee functies (die Genscher vroeger wèl combineerde) achten de Duitse liberalen onverenigbaar. Daar komt nog iets bij: wie zegt dat de FDP straks in 1994, na de Bondsdagverkiezingen voor een andere kandidaat dan Genscher wéér Buitenlandse Zaken krijgt?

Voorts: als de ambiteuze Jürgen Möllemann, de minister van economische zaken, volgend jaar FDP-chef wil worden, moest hij dus maar aanblijven op zijn huidige departement. En Klaus Kinkel, de minister van justitie die pas begin '91 FDP-lid werd maar sindsdien zeer snel steeg in de informele partijhiërarchie? Hem had men op Buitenlandse Zaken graag verwelkomd, maar hij mag niet weg van zijn voor de FDP belangrijke ministerie.

Kinkel moet voor volgend jaar trouwens óók in de markt blijven als kandidaat-partijvoorzitter, terwijl zijn vertrek van Justitie het bovendien bijna onvermijdelijk zou maken dat de zeer liberale juridische specialist van de FDP-Bondsdagfractie, Burckhart Hirsch, opvolger zou moeten worden. En met alle delicate wetgeving die de komende anderhalf jaar tot stand moet komen (die inzake abortus bij voorbeeld) zou zó'n liberaal op Justitie een oorlogsverklaring aan de CDU/CSU zijn.

Zo ongeveer, calculerend langs lijnen van partij-interne en coalitiepolitieke opportuniteit, moet de FDP gisteren haar voordracht hebben bepaald voor de opvolging van Hans-Dietrich-Genscher, voor de ministerspost op Buitenlandse Zaken van het politiek en economisch zwaarste land in Europa dus. Dat moet ontnuchterend zijn voor de Duitse buren: de toch al zeer moeilijke opvolging van de veteraan Genscher gezien als een partijpolitiek dilemma. De gekozen oplossing bevredigt trouwens niet alom in de FDP, zoals al direct bleek uit kritisch reacties uit partijafdelingen.

Wat allemaal niet wegneemt dat de vijftigjarige Irmgard Schwaetzer, sinds kort in tweede echt gehuwd met een televisiejournalist, op zichzelf haar sporen in de FDP heeft verdiend. Zij is in 1942 in Münster geboren en koos, nadat zij haar apothekersdiploma had gehaald, voor een baan in de industrie. Zij werd in 1975 FDP-lid en had zich in de door politici als Lambsdorff, Genscher en Möllemann gedomineerde grootste partij-afdeling (Noordrijn-Westfalen) via lokaal politiek werk al behoorlijk omhooggeworsteld toen zij in 1980 lid van de Bondsdag werd. In '82, toen Hans-Dietrich Genscher de SPD als coalitiepartner ruilde voor de CDU/CSU, besloot zij de partij niet te verlaten, zoals de huidige financieel specialiste van de SPD, Ingrid Matthäus-Meier wèl deed, maar met de meerderheid van de FDP-fractie SPD-kanselier Schmidt ten val te brengen. Tijdens het hevige interne debat in de FDP dat daarop volgde, en ondanks tijdelijke grote electorale schade aan het boegbeeld Genscher, leverde zij er vervolgens als secretaris-generaal een stevige bijdrage aan dat de FDP bij de Bonddagverkiezingen van 1983 toch nog de vijf-procentbarrière wist te nemen. Daarna nam zij als penningmeester de sanering van de partijfinanciën ter hand. De beloning kwam in 1987, toen de politiek weer geheel gerevalideerde Genscher haar vroeg om staatssecretaris (Staatsminister) op Buitenlandse Zaken te worden.

In 1991, nadat zij haar vriendenkring in de FDP-top had verkleind met een (mislukte) aanloop naar het partijvoorzitterschap, kreeg zij een moeilijke ministerspost: Volkshuisvesting. Daar kreeg zij ook de erfenis van het bouwbeleid van de coalitie-Kohl, die midden jaren tachtig had besloten om de woningbouw verder maar aan “de markt” over te laten en daarbij natuurlijk geen rekening had gehouden met de miljoenen vluchtelingen en immigranten die in de jaren daarna werk en huisvesting in de Bondsrepubliek kwamen zoeken. Die zware erfenis laat zij nu liggen om het nóg zwaarder wegende erfgoed van Hans-Dietrich Genscher te gaan beheren. Misschien maar tot 1994, want dat risico moest zij gisteren aanvaarden.