Hollandse wonderen in Taiwan

Doordeweeks werkt hij voornamelijk in opdracht van het bedrijfsleven op beurzen, bij sales meetings en personeelsbijeenkomsten, maar sinds enige tijd mag Dick Koornwinder zich tevens “katalysator tijdens Nederlandse handelsmissies” noemen. Vorige week was hij mee naar Taiwan.

Grapjes over onderzeeërs waren uiteraard niet welkom, maar verder ging het er vorige week tijdens het bezoek van de Nederlandse handelsmissie aan Taiwan redelijk ontspannen aan toe. Vooral het Holland Trade Diner in Taipei, in aanwezigheid van de Taiwanese minister van economische zaken, mocht een succes worden genoemd. Tussen de Dutch Chicken Bouillon en de Steamed Norwegian Salmon speelde Emmy Verhey stukjes Bach en Schubert en ter verdere verhoging van de feestvreugde demonstreerde Dick Koornwinder aan alle tafeltjes zijn trucs met kaarten, elastiekjes en ander kleingoed. Ook aan de dis van de minister, die zich opperbest amuseerde.

Omdat het woord goochelaar teveel associaties oproept met kinderpartijtjes, vermeldt het visitekaartje van Dick Koornwinder dat hij wonderen volgens afspraak verricht. Eerder ging hij mee naar China, Indonesië en Japan. Nu was het al de tweede keer dat hij zich in het kielzog bevond van staatssecretaris Van Rooy, die buitenslands de titel Minister of Foreign Trade draagt. Ditmaal ontbrak die titel overigens op de menu-kaart; de bewindsvrouwe presenteerde zich, gezien de gevoelige aard van de Nederlandse betrekkingen met Taiwan, als privé-persoon. Vorig jaar mei, in Tokio, deed dat probleem zich niet voor - toen vertoonde Koornwinder zijn kunsten tussen de Consommé au Xérès en de Fillet Mignon Grillé.

“Ik ben daar om het ijs te breken”, zegt de in table magic gespecialiseerde Amsterdamse goochelaar, terwijl hij ter demonstratie al een stapel blanco kaartjes uit zijn binnenzak heeft gehaald. We moeten ons voorstellen hoe het tijdens zo'n diner toegaat: er is de hoofdtafel met de eregasten en daarnevens bevinden zich de tafels van de deelnemende Nederlandse bedrijven. Elk bedrijf huurt een tafel en nodigt relaties ter plaatse uit daaraan aan te zitten. In het begin van de avond wil deze opstelling wel eens leiden tot een ietwat opgeprikte sfeer. Dan kijkt men op, omdat aan één der tafels enige hilariteit ontstaat - want daar is Dick Koornwinder zijn ronde begonnen. Zijn act, vaak aangepast aan de Holland-promotie, bestaat er bijvoorbeeld uit dat hij op de bovenste van die blanco kaartjes een postzegel plakt. Eén tikje teken het stapeltje en ziedaar: opeens zit op alle kaartjes zo'n postzegel. En in dit geval is dat dan niet zomaar een postzegel, maar een zegel met ons vorstelijk paar.

Ter voorbereiding heeft hij de plattegrond met de tafelschikking reeds duchtig bestudeerd. “Als ik weet dat ergens één van onze banken zit, dan doe ik een paar trucs met geld. Meestal heb ik dan ook al wat bankbiljetten van het desbetreffende land besteld, zodat ik helemaal in de sfeer kan blijven.” De meeste aandacht van zijn opdrachtgever gaat vanzelfsprekend uit naar de reactie van de minister van het gastland. Dat vergt altijd opperste zorgvuldigheid, beaamt de goochelaar: “Ik neem zo'n man bij de neus, dus hij zou geïrriteerd kunnen raken door het feit dat ik hem te slim af ben. Maar mijn ervaring is dat het goed gaat zolang ik ervoor zorg, dat ik een twinkle in my eye heb”. Ter illustratie haalt hij een foto tevoorschijn, waarop hij doende is de Indonesische ambtgenoot van minister Smit-Kroes - in mei 1986 - te bedotten. Het breed lachende gezicht van de bewindsman en diens gulle armgebaren maken duidelijk dat de goochelaar succes boekte. In de banquet hall in Seoul, zo herinnert hij zich, was men erop gebrand dat de Koreaanse minister van handel zo lang mogelijk zou blijven. “Dat lukte, maar later zei een ambtenaar tegen me dat ze mij stand by hadden: zodra die man aanstalten zou maken om op te stappen, zou ik weer op hem afgestuurd worden.”

Dick Koornwinder, die zijn chemie-studie “net niet” afmaakte omdat de magie hem meer trok dan het laboratorium, weet zich met zijn ijs brekende arbeid in goed gezelschap. Reeds in de vorige eeuw verrichtte de goochelkunst nuttige diensten in de internationale diplomatie. Robert Houdin, aartsvader van de moderne goochelarij, werd in 1856 naar het opstandige Algerije gestuurd om de gemoederen tot bedaren te brengen. Hij toverde ten overstaan van de verzamelde stamhoofden kanonskogels uit een lege hoed, om aan te tonen dat de Fransen nog lang niet zonder munitie zaten. Vervolgens nodigde hij de sterkste man onder de aanwezigen uit om een kistje op te tillen, wat opeens niet meer lukte toen hij bij de inboorling “'s mans krachten had weggehaald”. Het slot van zijn optreden bestond eruit, dat Houdin kogels op zich liet afvuren, die hij met ogenschijnlijk gemak tussen zijn tanden opving. Volgens de geschiedschrijving vatte daarna de gedachte dat de Franse overheersers onverslaanbaar waren, weer stevig post.

Uit de eerste hand kent Koornwinder voorts het verhaal van de zakenlieden Verolme en Zwolsman, die in de jaren zestig een bezoek wensten te brengen aan Soekarno. Dat was goed, zei de Indonesische machthebber - op voorwaarde, dat ze Fred Kaps meebrachten. En zo geschiedde. Kaps droeg aanzienlijk bij tot het prettige verloop van het onderhoud. Het doet Dick Koornwinder zichtbaar genoegen dat hij ook in dit opzicht in de voetsporen treedt van de man die ooit zijn grote voorbeeld was.

Foto Jan Swinkels: Goochelaar Dick Koornwinder aan het werk