FRANCESCO COSSIGA; Stille notaris die woesteling werd

ROME, 28 APRIL. Gisteren een audiëntie bij de paus, vandaag een kranslegging bij de onbekende soldaat. Daarna is het afgelopen. Aan het einde van de dag, ten overstaan van de top van leger en politie, zou Francesco Cossiga zijn handtekening zetten onder zijn aftreden als president van Italië.

De "cycloon Cossiga', zoals hij wel werd genoemd, gaat liggen. De president die de spreekbuis wilde zijn van de gewone man, verdwijnt uit de mediaschijnwerpers waarin hij twee jaar lang vrijwel onafgebroken heeft gestaan.

Het is waarschijnlijk het einde van een lange carrière met veel gedaanteverwisselingen: van een man van het partij-apparaat in de “trieste kangoeroe”, en later van de stille notaris in de president die met houweelslagen een woeste aanval begint op de versteende partij-apparaten.

Cossiga, op 26 juli 1928 geboren in Sardinië, gold al snel als een grote belofte. Hij was snel van begrip en intelligent en qua overtuigingen een model christen-democraat: uitgesproken pro-Westers en diep gelovig. Beide overtuigingen is hij heel zijn leven trouw gebleven. Dat hij niets wilde weten van mogelijke uitwassen van het geheime verzetsnetwerk Gladio, waarvan leden mogelijk betrokken zijn geweest bij extreem-rechtse terreur, had vooral te maken met zijn soms blinde vertrouwen in de verdedigers van de Westerse orde, leger en politie. Daarom zei hij ook, tot algemene verbijstering, dat de topofficieren die op de ledenlijst van de verboden vrijmetselaarsloge Propaganda Due stonden, “patriotten” waren.

De eerste dertig jaar van Cossiga's carrière verliepen zonder schokken. Parlementslid in 1958, staatssecretaris voor defensie in de jaren zestig (als zodanig stelde hij een reglement voor Gladio op) en later verschillende ministersposten.

De eerste schok, het eerste teken dat Cossiga anders was, kwam in 1978. Hij was minister van binnenlandse zaken toen zijn partijgenoot en vriend Aldo Moro werd ontvoerd en vermoord door de linkse terreurgroep de Rode brigades. De dag nadat het lijk van Moro werd gevonden, trad Cossiga af. Hij nam de verantwoordelijkheid voor de weigering van zijn partij om te onderhandelen - een keuze die hij overigens steeds verdedigde - en voor het onvermogen van de politie om de plaats te vinden waar Moro gevangen was gehouden.

De pers doopte hem hierna "de trieste kangoeroe' en Cossiga trok zich terug uit de politiek. Maar toen hem veertien maanden later werd gevraagd premier te worden, zei hij ja, en ging zijn carrière verder. In 1983 voorzitter van de Senaat, in 1985 president van Italië.

De eerste vijf jaar deed Cossiga zijn nieuwe bijnaam, de stille notaris, eer aan. Maar in 1990 veranderde er iets. Hij zei dat hij wat “steentjes in mijn schoen” kwijt wilde, en begon een felle en soms ongerichte campagne. Tegen corruptie en cliëntelisme binnen de partijen, tegen de verstarring in het politieke stelsel, tegen het onvermogen om de mafia, het begrotingstekort of de falende overheidsdiensten aan te pakken. Maar tegelijkertijd vocht hij persoonlijke vetes uit waarbij jaren van opgehoopte rancune naar buiten kwamen, en hij ging daarbij regelmatig buiten zijn boekje. Cossiga preekte en dreigde, maar hij schold en trapte ook, en de ex-communistische Democratische Partij van Links begon geïrriteerd aan een tot mislukken gedoemde poging de president tot aftreden te dwingen.

Cossiga heeft steeds gezegd dat de veranderde internationale verhoudingen en het failliet van het communisme de oorzaak zijn van de radicale ommezwaai twee jaar terug. De tweedeling die sinds 1945 Italië heeft beheerst, tussen christen-democraten en communisten, heeft geen zin meer. Dat betekent dat je kritiek kan leveren op de christen-democraten zonder daarmee automatisch in het andere kamp terecht te komen.

Het wordt tijd voor ingrijpende politieke vernieuwing, zei Cossiga. Zijn aanvallen werden feller toen bleek dat zijn voormalige partijgenoten (de president is per definitie partijloos) hem lieten vallen. Cossiga trok het kleed aan van de man die stem wil geven aan de wijdverbreide onvrede onder de kiezers. De rol streelde zijn ijdelheid, en hij zorgde ervoor voortdurend de media te halen met nieuwe aanvallen.

Vanaf morgen is de 63-jarige Cossiga weer parlementslid, want als ex-president wordt hij senator voor het leven. De schijnwerpers gaan uit, maar dat betekent niet dat Cossiga ophoudt met praten.