Effectenbranche aan weerszijden ingehaald

Een bank zond een aantal van zijn cliënten onlangs een brief die zo begon: 'Bij controle van bovengenoemde rekening is gebleken dat de waarde van uw fondsen dusdanig gering is, dat het gezien het relatief hoge bewaarloon niet rendabel is de posities aan te houden. Wij kunnen u dan ook slechts adviseren tot verkoop van bovengenoemde fondsen over te gaan.'

Je denkt bij het lezen van die brief: de bank is bezorgd en houdt de kosten goed in de gaten. In één geval ging het om vijf stukjes van een premielening die in juli geheel wordt aflost en ook nog wat extra hoge prijzen uitloot. Wie wil er nou zo'n lot in het zicht van de haven van de hand doen?

Stel dat je wint. Ga je dan naar die bank om daar de prijs te beleggen? Dat kàn waarschijnlijk niet eens, blijkt uit het vervolg van de brief: 'Met het oog op het geringe saldo dat hierna op uw rekening resteert, vragen wij ons af of het aanhouden van deze rekening door u nog langer zinvol is.' Een portvrije retourenveloppe en een opdracht tot verkoop- en opheffing, die geen enkele andere keuze biedt, zijn bijgesloten.

Moet je woorden vuil maken aan een effectenbank die tijdens de voorjaarsschoonmaak de boeken zuivert van particulieren met een gering saldo en andere kleine parasieten die beslag leggen op de kostbare tijd van de adviseurs en het geheugen van de computer en geen cent opbrengen? Ja, want de brief toont iets van de klantgerichte benadering in de effectenbranche.

In het winkelbedrijf pakt men de zaken anders aan. Zo binden een paar grote warenhuizen kopers met een vaste klantkaart, te vergelijken met een rekening bij een effectenbemiddelaar. Wie weinig koopt zal geen briefje ontvangen met het verzoek om de kaart door te knippen. Juist niet, want wanneer de kooplust taant worden de aanbiedingen, speciale acties en brochures van de winkel steeds verleidelijker. Winkeliers kennen hun pappenheimers. De klant blijft een koning(in), die je moet paaien, prikkelen en amuseren.

In de effectenwereld lijken alleen verzekeringmaatschappijen en pensioenfondsen, dus de grote klanten, zorg en aandacht te krijgen en hangen de particulieren er een beetje bij. Voor hen geen acties of creatieve adviezen: 'Zeg maar wat u wilt kopen, een beleggingsfondsje misschien?'

In de mooie beursjaren tachtig, toen iedereen kocht, waren de bemiddelaars veel vriendelijker. Waarom zijn ze in tijden van afnemende particuliere interesse zo passief? En zó op de cent dat klanten, die misschien verstandig wachten op een goedkopere beurs, met zachte drang worden afgevoerd?

Andere branches jagen wèl op de financiële gunst van de klant. Zelfs de notaris stripteased in een televisie-spot van grijs en stoffig naar een snelle-jongens-combinatie. En wàt hoor je over de beurs: schermenhandel, rapporten van buitenstaanders (hoewel niemand deskundiger is dan de beurs zelf) en omzet die weglekt naar Londen. Als de grote beleggers naar Londen gaan en de kleinen worden weggesaneerd, dan zijn de problemen zo van de baan: dan is er geen beurs meer nodig.

Is dat een ramp? Ja, want de beurs zorgt voor de dagelijkse koersen van stukken (en indirect voor de waarde van miljarden vermogens) die via de beurs van eigenaar verwisselen en samen met alle partijen voor de liquiditeit in die markt. Dat mag je niet bagatelliseren.

Grote banken, beleggingsfondsen en verzekeringmaatschappijen zouden ook zo'n markt kunnen maken, maar dan heb je een andere beurs. Meer niet. Ook een buitenlandse beurs kan het, maar die pikt alleen de grote krenten uit depap en negeert de rest van de fondsen. Beide alternatieven lijken niet zinnig als vervanger voor de huidige effectenbeurs.

Voor wie is het eigenlijk een bezwaar dat de effectenbranche door andere aanbieders en bemiddelaars voorbij wordt gelopen? In ieder geval voor mensen die hun vermogen, om het rendement, willen beleggen in aandelen, obligaties of andere effecten. Zij krijgen niet voldoende informatie en advies over de markt van de effectenbemiddelaars en moeten wel geloven dat kleine en middelgrote beleggers zich maar beter kunnen beperken tot beleggingsfondsen en/of verzekeringen die beleggen in effecten en andere waarden, confectie-producten van verkopers. Het is nooit bewezen of die groothandelaren in financiële producten het beter of slechter doen dan een individuele belegger, die goede adviezen krijgt.