De wurggreep van "Die Monika'

DUISBURG/BONN, 28 APRIL. Een meisje zit in het wachthuisje van de tram die vandaag in de 550.000 inwoners tellende stad Duisburg in het Ruhrgebied wegens een staking van het stadsvervoer niet zal komen. Ze leest een dik boek. Een kennelijke zwerver zegt dat hij al vanaf zes uur staat te wachten.

De abri is bijna recht tegenover het kantoor van het stedelijk vervoerbedrijf, waar postende stakers in rode plastic hesjes er geen twijfel over laten bestaan: “Wir Streiken”, staat er op, “voor inwilliging van onze gerechtvaardigde eisen.”

In de barstensvolle kantine heeft zojuist voorzitter Monika Wulf-Mathies van de vakbond ÖTV (openbare diensten, transport en verkeer) die men aan haar verschijning te zien mag rangschikken onder de pronte vrouwen, opgeroepen tot solidariteit. Zijn er immers niet berichten binnengekomen dat in de regio Aken een werkgever van een overheidsdienst bereid is te onderhandelen om meer dan de 4,7 procent loonsverhoging die de overheid wil bieden?

Andermaal heeft de vijftigjarige vakbondsleidster, vandaag gekleed in een roze jasje en geruite rok, maar ook ditmaal weer op hoge hakken waarmee barricaden moeilijk te beklimmen lijken, vooral bondskanselier Helmut Kohl op de korrel genomen. Die heeft bij herhaling gezegd dat de 4,7 procent het uiterste bod is. Bovendien, vindt Wulf, heeft hij zich door zich in deze zin uit te laten geplaatst op een stoel waar niet hij, maar minister Seiters van binnenlandse zaken als eerste onderhandelaar behoort te zitten.

“Kohl doet geringschattend over de 25 tot 35 mark per maand die wij meer willen verdienen. Waar is het begrip van de bondskanselier als hij niet beseft dat voor de kleine man elke pfennig telt”, zegt Wulf. Applaus, gebonk op de tafels. Op pamfletten staat “Die Monika” afgebeeld terwijl ze de bondskanselier onder haar arm in een dodelijke wurggreep heeft. “Wij wensen geen loondiktaat. Wij moeten ons niet als breekijzer laten gebruiken”. Voortdurend wordt “onze grote voorzitter, unsere liebe Monika”, zoals voorzitter Alexander graf von Schwerin van de ondernemingsraad van het Duisburger stadsvervoer haar noemt, onderbroken door luide instemming.

In Duisburg was vanmorgen te zien wat de stevig uitgevallen en met talrijke juwelen omhangen arm van Monika teweeg kan brengen. Bussen en trams reden niet, de post werd niet bezorgd, het vuil werd niet opgehaald omdat de werknemers van de vuilverbranding staken. Een staakster komt te laat voor de toespraak van de vakbondsleidster: “Ik zat in een file”. De Duisburgers lieten het ogenschijnlijk gelaten over zich heen gaan. Een werknemer van de spoorwegen die samen met het meisje met het dikke boek tegen beter weten in op de tram wacht, raakt in vuur en vlam: “Wij moeten zo lang met staken doorgaan totdat we een behoorlijke loonsverhoging hebben afgewongen. Met dat bod van 4,7 procent is de inflatie van 4,8 procent niet eens gedekt. Wij zitten altijd in de hoek waar de slagen vallen. Wij zijn de spaarvarkens van de overheid”.

“Wij willen”, zegt Monika Wulf-Mathies “in ieder geval meer dan de 5,4 procent die de arbitragecommissie voorstelde. Wij zijn weer op de geëiste 9,5 procent gaan zitten. Wij zijn niet verantwoordelijk voor de chaos, maar de werkgevers die de 5,4 procent van tafel veegden.” En, voegt ze er aan toe, omdat de ÖTV wel verweten wordt dat ze met haar looneis de arme stakkers in het oosten van het land, die niet meestaken, in de wielen rijdt: “Besef goed dat wij van de openbare diensten voor driekwart bijdragen aan de kosten van de eenwording”.

Monika Wulf-Mathies werd in 1982 voorzitter van de vakbond ÖTV die met 2,3 miljoen leden na de vakbond IG Metall de grootste is in Duitsland. In het begin van de jaren zeventig schreef de onder andere in de Germanistiek afgestudeerde vakbondsleidster voor de toenmalige bondskanseliers Brandt en Schmidt vinnige toespraken over sociale vraagstukken Ze was toen stafmedewerkster van de Bondskanselarij. Na een aanvankelijk schuchter begin ontpopte ze zich als opvolgster van haar legendarische voorganger Kluncker tot een zwaargewicht in het Duitse vakbondswezen. Zij is de enige vrouw die het tot nog toe tot een zo hoge vakbondspositie bracht. Haar wordt dezer dagen wel voor de voeten gegooid dat ze tot de stakingen, die zich als vlooien over de hele Bondsrepubliek verplaatsten en die vandaag onder meer grote delen van de deelstaat Noordrijn-Westfalen plat legden, aanzette om haar herverkiezing in juni van dit jaar veilig te stellen. “Als ze nu door de kieën gaat”, zegt een stakende medewerker van het Duisburger stadsvervoer, “dan is het met haar afgelopen.” Maar zelf verwijst Monika Wulf-Mathies de verdachtmaking af door er op te wijzen dat ze haar herverkiezing in 1984 en 1988 als ÖTV-voorzitter ook gedaan kreeg “en toen waren er geen stakingen”. Als een wervelwind, soms meer als een zorgzame moeder, beweegt ze zich dezer dagen door de Bondsrepubliek. Gisteren was ze in Berlijn. “Monika bleibe hart”, werd haardaar toegeroepen. Monika blijft, zegt ze, hard. “Als het aan ons ligt komt er snel een einde aan de stakingen als de werkgevers ten minste met een redelijk bod komen. Maar anders kunnen we het heel lang volhouden”. De staking kostte gisteren met 75.000 deelnemers de vakbond 7,5 miljoen mark. In de weerstandskas zou volgens onbevestigde berichten 600 miljoen mark zitten.

In tegenstelling tot gisteren trok Monika vandaag wel de belangstelling van de media. Door zijn aangekondigde aftreden had minister Genscher van buitenlandse zaken gisteren alle aandacht op zich gevestigd. Dezelfde Genscher overigens die bij de vorige staking in 1974 welke na drie dagen 8,7 procent loonsverhoging opleverde, als minister van binnenlandse zaken de eerste onderhandelaar was namens de regering.

Toen was Monika nog een jonge vrouw. Nu heeft ze zich ontwikkeld, zoals een krant schreef, tot een “eiserne Lady”, die vanmorgen in Duisburg een in haar ogen belangrijke vrijage aanging met Alexander graf van Schwerin. Die is behalve voorzitter van de ondernemingsraad van het stadsvervoer in Duisburg lid van het dagelijks bestuur van de CDU en wordt als zodanig een belangrijke politieke rol toebedacht. “Als ik morgen de graaf aan mijn zijde krijg”, had Monika op een persconferentie in Bonn gezegd, “dan heb ik een belangrijke medestander erbij”. De graaf wilde wel intiem met die liebe Monika onder een paraplu in de stromende regen. “De solidariteit”, zei hij, “staat vandaag voorop. Arbeid adelt, alleen de komende dagen niet”.