Carpoolen

Heldring heeft gelijk als hij stelt (NRC Handelsblad, 21 april) dat vrijwilligheid en een zekere anonimiteit belangrijk zijn voor forensen die hun vrijheid opgeven en overgaan op samenrijden.

Evenzeer is het echter zo dat sociaal-psychologen hebben vastgesteld dat voor een succesvolle, blijvende gedragsbeïnvloeding van solistische autorijders vooral vereist is: terugkoppeling van de effecten naar de forens, en: minimale (denk-)inspanning om iedere dag te blijven poolen. Met zijn statistieken en telematica kan het door Heldring genoemde Car-Net systeem juist daaraan voldoen.

Het vinden van partners is de eerste stap, maar het is geen kwestie van eenmalig indelen, blijvende motivatie is nodig: Wie belt er het eerste na dienstreis of vakantie?

Wie belt een ander als de vaste meerijdpartner er niet is?

Wie begint er over geld als onvermijdelijk na enige tijd de één meer gereden heeft dan de ander? Weer dezelfde?

Deze drie vragen duiden op de evenveel sociale barrières die een systeem als Car-Net nodig maken; een plaatselijke aanpak waar Heldring op duidt is terecht, en misschien over enige tijd als we meer steden voorzien organisatorisch ook haalbaar. Nu is nodig: voorlichting en nadrukkelijker steun van overheid (fiscale maatregelen, subsidie aanloopkosten) en werkgever (bijvoorbeeld reiskostenregeling, aparte parkeerplaatsen).

Overigens reden er bij de treinstaking volgens Rijkswaterstaat 100.000 mensen extra samen, maar met de buurman. Dus het kàn, en ook zonder een carpoolparkeerplaats halverwege.