Canberra's pragmatisme versus Haags moralisme

Zowel Australiërs als Nederlanders namen vorig jaar november met verontwaardiging kennis van de schietpartij in Dili op Oost-Timor. In tegenstelling echter tot de moraliserende opstelling van Nederland, reageerde Canberra puur pragmatisch. Het gevolg is dat de Indonesische leiding de ontwikkelingsrelatie met Nederland verbrak, terwijl de nieuwe Australische premier Paul Keating vorige week op een staatsbanket in Jakarta aanschoof naast president Soeharto.

Op grond van geografische logica, strategische en economische realiteiten is Keating begonnen een nieuwe rol voor zijn land te bepalen als volledige partner in de Aziatische regio en de Pacific. Bovendien weet hij wanneer hij zijn mond moet houden. De Australische regeringsleider is er, meer dan welke van zijn voorgangers ook, van doordrongen dat de traditionele buitenlandse relaties van zijn land radicale herziening behoeven: de toekomst van Australië ligt in Azië.

Keating zei in Jakarta: “Veel te lang hebben we onze prestaties afgemeten aan die van Groot-Brittannië, Europa en de Verenigde Staten. We dachten respect te kunnen krijgen als we ons vastklampten aan de oude imperiale machten en culturen. Het is nu tijd om onder de koloniale schaduw vandaan te komen en onze positie duidelijk te maken: We zijn Australiërs en we zijn verbonden met Azië. We verschillen in cultureel, historisch en politiek opzicht, maar we kunnen die verschillen aan”.

De koloniale banden met Groot-Brittannië zijn eigenlijk al sinds het toetreden van dat land tot de EG in 1970 ongewenste ballast. ”Moeder Engeland' heeft zelfs geen economische verplichtingen meer aan de voormalige strafkolonie. Veel Australiërs erkennen dat, maar voelen zich niettemin nog ongemakkelijk wanneer ze weer eens met de symbolische consequenties van de doorgeknipte navelstreng worden geconfronteerd.

Op dat gevoelige politieke terrein opereert Keating overigens weinig diplomatiek. Twee maanden geleden pleitte hij, in gezelschap van koningin Elisabeth, formeel nog steeds koningin van Australië, voor de invoering van een republiek. Keatings in Nederland geboren vrouw haalde zich bij dat bezoek de woede van conservatief Australië op de hals door geen buiging te maken voor de vorstin.

In Indonesië stelde Keating vorige week voor om de Australische vlag, die naast het Zuiderkruis-sterrenbeeld voor een kwart bestaat uit de Britse Union Jack, te vervangen voor één die “de Australische identiteit beter zou vertegenwoordigen”. Oppositieleider John Hewson zei dat Keating in de Indonesische hoofdstad uit was op ”goedkoop Indonesisch applaus'. De discussies over een nieuwe vlag duren echter al jaren. Een nieuwe Australische identiteit, met bijbehorende symboliek, is volgens Keating een essentieel ingrediënt van de sollicitatiebrief naar het lidmaatschap van de Azië-club.

Niet alleen de band met Londen verandert. Het einde van de Koude Oorlog betekent tevens dat de alliantie met de Verenigde Staten niet langer automatisch een garantie op militaire veiligheid en economische welvaart biedt. Het Amerikaanse landbouwbeleid houdt trouwens al jarenlang geen rekening met de belangen van Australische boeren. Met het verdwijnen van een Sovjet-dreiging voelt Australië zich minder zeker van Amerikaanse militaire bijstand in geval van een ”Aziatische invasie'.

De zekerste weg naar veiligheid loopt volgens Keating via economische verwevenheid met Azië en het bevorderen van regionale stabiliteit. Ten opzichte van Indonesië komt dat neer op het gedogen van het bewind-Soeharto, inclusief de slechte kanten daarvan. Hoewel Australië eens deel uitmaakte van het machtigste rijk ter wereld, aanvaardt Canberra vandaag dat het de noordelijke buurman, met een elf keer zo talrijke bevolking, niet langer moreel de les kan lezen.

De weigering van Keatings regering om de aanzienlijke Australische ontwikkelingshulp aan Indonesië van 140 miljoen gulden per jaar afhankelijk te maken van mensenrechtencriteria, werd overigens in Australië in brede kring veroordeeld. Binnen de linkervleugel van Labor, door oppositieleider Hewson en door de talrijke Oosttimorese actievoerders in Australië, is Keatings pragmatische opstelling gehekeld. Vanuit de traditionele Westerse humanistische optiek ging Keating dan ook tamelijk ver. De eer die hij president Soeharto persoonlijk bewees tijdens zijn loftuitingen aan het moderne Indonesië, schoot veel Australiërs in het verkeerde keelgat.

De Australische premier gaf toe dat de situatie op Oost-Timor de betrekkingen tussen beide landen in het verleden heeft belast. Keating voelde de sfeer in Jakarta echter goed aan. Hij voegde er in één adem aan toe dat de problemen van Oost-Timor zijn begonnen met de verwaarlozing van het gebied tijdens de bezetting door Portugal. Keating distantieerde zich ook van recente Portugese diplomatieke manoeuvres en hij bestempelde de acties van de Indonesische regering na de schietpartij in Dili als ”vertrouwenwekkend'.

De ergernis van de met de Oosttimorezen begane Australiërs was extra groot, omdat Soeharto in zijn antwoord op Keatings rede verklaarde dat zijn land wel vriendschappelijk bedoelde kritiek op het niet naleven van mensenrechten aanvaardt, maar geen immenging in binnenlandse aangelegenheden duldt. Die opmerking werd opgevat als een botte waarschuwing aan het adres van Canberra Indonesië niet over Oost-Timor te kritiseren. Dat was natuurlijk even pijnlijk voor Keating, maar hij was niet van plan het succes van zijn missie te ondermijnen door een discussie met de Indonesische leiders.

Er stond daarvoor te veel op het spel. Behalve het in 1989 overeengekomen verdrag over de gezamenlijke exploitatie door Australië en Indonesië van de aanzienlijke olievoorraden in de Timorzee, is Indonesië voor Australië van enorm economisch belang. Het buurland vormt met 180 miljoen inwoners en de met zeven procent per jaar groeiende economie een enorme potentiële afzetmarkt. De afgelopen drie jaar nam de Australische uitvoer naar Indonesië met 66 procent toe. Darwin is maar een uurtje vliegen van Timor. Indonesië is verder een belangrijke potentiële klant voor hoogwaardige technologie en adviesdiensten, waarvoor de binnenlandse markt te beperkt is.

Australië wil de afhankelijkheid van laagwaardige landbouwprodukten- en delfstoffenuitvoer beperken. De Zuidoostaziatische markten spelen in die strategie een sleutelrol. Wat dat betreft lijkt Keatings reis al succes te hebben gehad. Zaterdag werd gemeld dat Australië een contract in de wacht heeft gesleept voor de aanleg van telecommunicatieverbindingen in Sumatra en Oost-Java.

Verder is Indonesië een pleitbezorger voor een grotere rol van APEC, de door Keatings voorganger Bob Hawke begonnen economische samenwerkingsconferentie tussen twaalf landen rondom de Stille Oceaan (de zes ASEAN-landen, de Verenigde Staten, Canada, Japan, Zuid-Korea, Nieuw-Zeeland en Australië). APEC, opgericht in 1989, heeft nog maar weinig status.

Machtige ASEAN-landen zoals Maleisië voelen weinig voor een sterkere rol van de nieuwkomer, omdat deze de homogene ASEAN-organisatie zou kunnen ondermijnen. Tot vreugde van Australië, bang te worden buitengesloten in verdere Zuidoostaziatische economische integratie, heeft Indonesië echter actieve steun aan APEC toegezegd.

Een ander succes voor Keating in Jakarta waren de afspraken over militaire samenwerking. Toch zullen in 2001 zestig procent van de Australische strijdkrachten ten noorden van de steenbokskeerkring gelegerd zijn. Ondanks de ontluikende vriendschap met Indonesië, kan de enig mogelijke bedreiging van Australië, uit of via Indonesië, uit het noorden komen.

Hoe succesvoller Keatings gelonk naar Azië is, hoe kleiner de kans dat zo'n schrikscenario ooit bewaarheid wordt.