Birma; De schijn van verandering

"Afgetreden om gezondheidsredenen' betekent voor een heerser in een dictatuur meestal "afgezet', maar er zijn uitzonderingen. Generaal Saw Maung, die vorig week het veld ruimde als militair leider van Birma, was zwak, ziek en misselijk en als zondanig niet langer te hanteren. Al langere tijd ging het gerucht dat Saw Maung zijn zenuwen niet de baas kon, toevallen had en zijn functie nauwelijks meer kon uitvoeren.

Aan vervangers geen gebrek, dertig jaar militaire dictatuur in Birma heeft een keurkorps van uniforme mannen gekweekt die, met kleine onderlinge nuances, allen een zelfde soort politiek voorstaan, gericht op het behoud van de macht voor de oligarchie en op zelfverrijking.

Birma heeft sinds 1962 geen regering meer die werd gevormd na vrije verkiezingen en in september 1988, na het bloedig onderdrukken van de volksopstand, helemaal geen regering meer. De State Law and Order Restoration Council (SLORC), de militaire raad die nu aan de macht is, houdt Birma in een totalitaire greep. Het Middenaziatische land (40 miljoen inwoners), dat rijk is aan grondstoffen en vruchtbaar land, heeft een van de laagste inkomens (200 dollar) per hoofd van de bevolking. Voor de militairen aan de macht kwamen, een hele generatie geleden, behoorde Birma tot de rijkere landen van Azië.

Officieel is generaal Than Shwe vorige week tot opvolger benoemd van Saw Maung als voorzitter van de SLORC. Formeel is hij het staatshoofd en de hoogste politieke leider, maar algemeen wordt aangenomen dat Ne Win, de man die tussen 1962 en juli 1988 de macht had, nog altijd de sterke man is.

Een nieuwe leider moet met nieuwe ideeën komen en die schijn wil Than Shwe graag hoog houden. Binnenlands maken de militairen zich voorlopig geen zorgen, het onderdrukkingsapparaat is nog altijd buitengewoon effectief, maar de druk uit het buitenland nam de laatste maanden zorgelijke vormen aan voor de junta. In december 1991 moest het bewind knarsetandend toezien hoe aan oppositieleidster Aung San Suu Kyi, die sedert juli 1989 onder huisarrest staat, de Nobelprijs voor de Vrede werd toegekend - die ze overigens niet in ontvangst mocht nemen. Daarna nam de roep toe, vooral uit het Westen, om haar vrijlating en die van honderden andere dissidenten en om een volledig herstel van de democratie.

Begin dit jaar zette het regime een oude Birmese traditie voort: het vervolgen van moslims (rohingya's), die bij duizenden de westelijke grens met Bangladesh werden overgedreven. De islamitische landen in de regio, onder meer Maleisië en Indonesië, die tot dan hadden geweigerd de militairen in Birma te kritiseren, protesteerden nu wel tegen de vervolging van geloofsgenoten.

Than Shwe liet zich de afgelopen dagen meteen van zijn goede kant zien: 27 vooraanstaande politieke gevangenen, onder wie ex-premier (in de jaren vijftig) U Nu en enkele naaste medewerkers van Aung San Suu Kyi, werden vrijgelaten. En de Nobelprijswinnaar mag als "concessie' haar Britse Michael Aris en hun twee zonen, die zij twee jaar niet heeft gezien, weer ontvangen.

Vandaag maakt het regime in Rangoon, na overleg met de regering van Bangladesh, bekend de 250.000 gevluchte rohingya's terug te zullen nemen.

In de feitelijke politieke situatie verandert dit niets en dat mag ook niet van de Birmese junta worden verwacht. De militaire heersers weten uit ervaring dat meer vrijheid hun materiële en mogelijk zelfs fysieke ondergang kan betekenen en houden vast aan de macht uit lijfsbehoud. Twee keer ging het de afgelopen vier jaar bijna mis. In 1988 kon de volksopstand maar net worden afgewend en in 1990 verkeek het bewind zich op zijn kundigheid verkiezingen te manipuleren, die daarom door de partij van Aung San Suu Kyi met overgrote meerderheid werden gewonnen. De uitslag werd simpelweg ongeldig verklaard.

De SLORC heeft nu overleg aangekondigd met volksvertegenwoordigers over het opstellen van een nieuwe grondwet. Of hiermee de in 1990 gekozen en dus in merendeel oppositionele parlementariërs worden bedoeld is onwaarschijnlijk. Het is de zoveelste doorzichtige manoeuvre van een hard bewind dat nooit uit zichzelf zal veranderen.