Beleggers in geweer tegen akkoord over bescherming beursfondsen

ROTTERDAM, 28 APRIL. De Vereniging van Effectenbezitters (VEB) vindt de afspraken tussen de Amsterdamse Effectenbeurs en de Vereniging van Effecten Uitgevende Ondernemingen (VEUO) over de toegestane bescherming van fondsen op de Amsterdamse beurs “een stap achteruit.” Dit heeft de VEB gisteren bekend gemaakt. Afgelopen vrijdag maakten de beurs en de VEUO melding van een compromis in hun strijd om de hoeveelheid bescherming die bedrijven mogen inzetten tegen een vijandige overname. “Wij zullen er bij minister Kok van Financiën op aandringen deze regeling niet te accepteren”, zegt VEB-voorzitter mr. R.A.E. de Haze Winkelman in een reactie.

De strijd tussen Beurs en VEUO om de beschermingsconstructies loopt al vanaf 1985. De beurs wil zo weinig mogelijk bescherming van genoteerde ondernemingen omdat de koersvorming daaronder zou lijden, terwijl de ondernemingen zelf zoveel mogelijk bescherming willen. In het vrijdag gesloten compromis is onder meer overeengekomen dat de bedrijven het recht behouden om tot 100 procent preferente aandelen (prefs) uit te geven. In een eerder stadium van de onderhandelingen was dat nog 50 procent. Om de twee jaar mogen aandeelhouders beslissen of de prefs worden gehandhaafd dan wel ingetrokken. Maar omdat de houder van de preferente aandelen zelf mag meestemmen, is van de tijdelijkheid van de prefs in de praktijk geen sprake, vindt de VEB.

Naast de structuurvennootschap, waarin de commissarissen van een onderneming meer bestuurlijke zeggenschap hebben dan de aandeelhouders, mogen beursgenoteerde ondernemingen volgens het compromis voortaan twee beschermingsconstructies voeren. Deze voorwaarde geldt echter alleen voor nieuw genoteerde bedrijven. Voor de ondernemingen die al een beursnotering hebben, gaan de regels pas in wanneer zij een statutenwijziging doorvoeren of het aandelenkapitaal met vijf procent verhogen. De VEB ziet daarin een ongelijkheid. Omdat veel ondernemingen in het kader van het nieuwe Burgerlijk Wetboek zojuist de statuten hebben gewijzigd, zal een volgende wijziging lang op zich laten wachten. Ook voor wat betreft de verhoging van het aandelenkapitaal met 5 procent zal het volgens de VEB nog lang duren voordat alle beursgenoteerde ondernemingen onder de nieuwe afspraken vallen.

Concluderend noemt de VEB het bereikte compromis “het failliet van de zelfregulering op het gebied van de regelgeving door de Effectenbeurs”. Mocht minster Kok toch akkoord gaan, dan zal de VEB zich wenden tot de Europese Commissie. Daar wil de Vereniging druk uitoefenen om de Nederlandse praktijk op het gebied van beschermingsconstructies uit de komende Europese wetgeving te weren.