Arti of brûlez moi

Er was eens een man die zijn schilderij “Who is afraid of red, yellow and blue” noemde. Er was een meneer die dat schilderij zag en er zo bang van werd dat hij het met een stanleymes te lijf ging. Hij vatte de tekst letterlijk op. De gevolgen waren gruwelijk voor het arme schilderij.

De directeur van het museum waar het hing verloor voor eeuwig in de Nederlandse kunstgeschiedenis zijn gezicht en een wethouder moest terug achter de wasmachine. Kunst wekt vaak agressie op. Mooie zo goed als lelijke, want daarin is immers geen verschil. Een affiche met een bevallige dame wordt niet zelden bekrast. Zoutzuur op Dürer. Afbijtmiddel op Lucas van Leyden. Door alle eeuwen is de kunst ten offer gevallen aan vernielzucht, verachting, haat en afgunst. Pyramides werden beschoten.

Hele culturen met de grond gelijk gemaakt. Madonna's naar beneden gehaald. Boeken verbrand. Dichters vervolgd, Opera's verboden. Zangers de tong afgesneden. (Waar gebeurd in de 16de eeuw onder Iwan de verschrikkelijke ook wel de Strenge genoemd.) Dat waren de antikunstenaars. De kunsthaters en muzeverachters.

In Amsterdam bestaat de kunstenaarssociëteit Arti en daar hebben nota bene twee kunst minnende leden en een echte kunstenaar Parijse huisvlijt van een kunstartiestenmevrouw van de muur gehaald. Het waren wat treurige gedrapeerde lappen, die voorzien waren van echt Franse teksten als: Déchirez-moi, Brûlez-moi, Détruisez-moi! De heren waren natuurlijk een beetje trots dat ze op de MULO zo goed hadden opgelet.

Brûlez-moi volgden ze gelukkig niet op want anders was de mooie Breitner benevens de nieuwe verlichting boven de bar (ook wel kapotjepikken genoemd) in vlammen opgaan. De teksten waren door de kunstenares natuurlijk niet voor niets bedacht. Misschien hoopten ze zelfs in het geniep dat er iemand in zou stinken om haar bevel op te volgen. De drie heren die zich al een tijd ergerden aan het behang. De bediening, de keuken, het sociëteitsbeleid liepen in de val, pleegden boekverbranding, rukten de kunstlappen van de muur. Dat mag niet.

Een sociëteit heeft iets van een crèche; je mag er wel spelen maar niets kapotmaken. Nu hebben ze straf: ze mogen twee maanden geen dagschotel meer eten. Eigen schuld. Dikke bult.