Andriessen op het goede spoor

Het tweede miljoenencontract waarmee minister Andriessen in Peking compensatie zoekt voor het niet leveren van Nederlandse onderzeeërs aan Taiwan, is binnen. Na de bestelling van 7 Fokker 100-vliegtuigen door China in februari, is gisteren in Peking een basis gelegd voor nauwere economische betrekkingen met een samenwerkingscontract voor de Nederlandse baggeraar Boskalis. Voor minister Andriessen en de Tweede Kamer zal het nog lang niet genoeg zijn, maar het is een begin.

Als Nederland internationaal ergens een sterke positie mee inneemt, dan is het wel met de oer-Hollandse deskundigheid op het gebied van baggeractiviteiten. Boskalis ziet nu, door een combinatie met het Chinese staatsbedrijf Chec en kans om door te dringen tot grote infrastructurele werken, in eerste instantie nog niet in China, maar in de zich snel ontwikkelende landen in Zuid-Oost Azië. Havenaanleg, het uitdiepen van riviermonden, de offshore olie- en gaswinning, landaanwinning en -ophoging kunnen in die regio de komende jaren voor grote orders zorgen.

Onder invloed van de economische malaise heeft er in de Nederlandse baggersector de afgelopen vijf jaar een proces van forse schaalvergroting plaatsgehad. Gedwongen door de teruglopende markt in de jaren 1987 en 1988, zijn baggermaatschappijen gaan fuseren en zijn kleinere bedrijven door de grote overgenomen. Belangrijkste oorzaak van de neergang was de sterk gedaalde olieprijs, waardoor investeringen in de energiesector en in de grote infrastructuur achterbleven. Ook de kolenwinning, het grootschalige alternatief voor olie, met zijn sterk logisteieke belangen, en de aardgaswinning hadden daaronder te lijden.

Baggeraars moeten daarop inspelen, willen ze overleven, legt ir. H. Hangelbroek van de organisatie Nederlandse aannnemers met belangen in het buitenland (NABU) uit. “Ze moeten hun zeer kapitaalintensieve materiaal aan de gang zien te houden, voldoende bezetting is essentieel, anders daalt het rendement te sterk.”

In 1986 beliep de omzet van de Nederlandse baggeraars in het buitenland nog 1,1 miljard gulden, in 1987 daalde dat tot 911 miljoen gulden. Vanaf 1989 was er weer sprake van een stijging, die de laatste jaren is opgelopen tot zo'n 15 procent per jaar. In Nederland zit er weinig muziek in de sector, door een traag investeringsgedrag in de infrastructuur. De Vereniging Centrale Baggerbedrijf verwacht in ons land voorlopig een stabiele markt en de ondernemers moeten het dus vooral van het buitenland hebben, waar een doorgaande groei wordt verwacht.

Daarom komt het Chinese contract voor Boskalis als geroepen. Maar ook een andere Nederlandse baggergigant, Ballast Nedam, heeft onlangs als partner in een internationaal consortium een goede beurt gemaakt, door als laagste inschrijver uit de bus te komen voor het “baggercontract van de eeuw”: de voorbereiding voor de aanleg van een internationale vlieghaven in Hong Kong. Die inschrijving biedt wellicht op korte termijn meer perpectief dan het samenwerkingscontract van Boskalis in China, want met het baggerwerk in Hong Kong, dat binnenkort moet beginnen, zou een bedrag van 32 miljard gulden zijn gemoeid.

Maar ook in andere regio's in het verre buitenland doen zich nieuwe kansen voor in de baggersector. De olieprijs is algeruime tijd stabiel en dat betekent, volgens ir. Hangelbroek, dat de achterblijvende investeringen in infrastructurele werken geleidelijk aan zullen worden ingehaald. “Ik verwacht een doorgaande groei, al zal het niet met sprongen gaan, maar geleidelijk”, aldus Hangelbroek. Opnieuw speelt de energievoorziening op langere termijn daarbij een rol.

De grootste markten zijn het Verre Oosten en Zuid-Amerika, het werelddeel dat zich nu ontworstelt aan de schuldencrisis die de investeringen jarenlang sterk hebben belemeerd. Maar ook het Midden-Oosten biedt voor de baggeraars weer perspectief, nu de Golfoorlog voorbij is en de wederopbouw in Koeweit en op termijn in Irak in gang komt. Het Westen en Japan zullen de komende decennia voor de olievoorziening sterker afhankelijk worden van de Golfregio, waar gigantische bedragen in uitbreiding van de olie- en gasproduktie worden voorzien. Dat heeft een sterke uitstraling naar de bouw- en de baggersector.