Absurdisme

HOEVEEL ONDERLINGE "misverstanden' kan een regeringscoalitie hebben? Heel veel, zo is weer gebleken.

Met de gezamenlijke brief van premier Lubbers, vice-premier Kok en minister De Vries van sociale zaken over de uitleg van de kabinetsbesluiten van afgelopen vrijdag is opnieuw een absurdistisch hoofdstuk afgesloten van het verhaal over de teloorgang van de CDA-PvdA-coalitie. Het wachten is op het vervolg dat wellicht morgen al geschreven kan worden als in de nieuwe Tweede Kamer gediscussieerd wordt over de beroering van de afgelopen dagen. Want het is toch uniek dat uitgerekend op de dag dat de minister-president zegt dat zijn kabinet versterkt uit de besprekingen is gekomen en uitgerekend op de dag dat dezelfde minister-president zegt dat er vanaf nu een eind moet komen aan het cijferfetisjisme, in zijn kabinet een crisissfeer ontstaat over de koopkrachtcijfers. Wederom zal het morgen feest voor de oppositie zijn. En wederom zal de Kamer het toneel zijn van twee partijen die zich in allerlei bochten moeten wringen om de schijn van eensgezindheid op te houden.

Het begint een vast patroon in de Tweede Kamer te worden. Bijna wekelijks wordt de eerste vergaderdag gebruikt voor de stand van zaken in de coalitie. Het kan ook gemakkelijk, want er is voldoende tijd. Concrete wetsvoorstellen zijn er toch nauwelijks te behandelen. Hoe staat het bijvoorbeeld met de wijzigingen in de WAO die vorig jaar zomer werden aangekondigd? Op zijn vroegst zullen ze dit najaar worden behandeld. Gelukkig was daar gisteren, terwijl het hogere echelon van het kabinet nog volop in de weer was met de koopkrachtbrief, minister Maij van verkeer en waterstaat. Met de kordaatheid die we van haar gewend zijn kondigde zij een nieuwe stap aan in de bestrijding van het fileprobleem. De spitsheffing - wanneer hebben we dat toch eerder gehoord - is de methode. Ingangsdatum, dat wil zeggen de beoogde: 1996. Regeren is bij dit kabinet inderdaad vooral vooruitzien.

AAN DE BESCHAMENDE vertoning rondom de besluitvorming in het kabinet over de begroting van volgend jaar is met de uitlegbrief een voorlopig einde gekomen. Met de nadruk op voorlopig want de brief maakt vooral duidelijk dat de hele discussie deze zomer, als de echte begrotingsbesprekingen beginnen, weer zal terugkomen. Dan werkt een bezweringsformule niet meer zoals “het kabinet wil zich ten uiterste inspannen om de koopkrachtachteruitgang geringer respectievelijk zo gering mogelijk te doen zijn”. Dan moeten er echte keuzes gemaakt worden. Tot die tijd zal de discussie ondershuids blijven doorgaan, en daarmee een nog verlammender invloed hebben op de toch al zo geringe daadkracht van het kabinet. Want opgelost is er natuurlijk niets. Waar het CDA zegt dat denivellering als uitkomst van het beleid moet worden geaccepteerd, wil de PvdA daar niets van weten. Dat was vrijdagavond zo, en dat is nu nog steeds zo.

Terwijl het kabinet in Den Haag doormoddert, valt in het land geen rimpeling te bespeuren. Op zich is dat ook een veeg teken. Vroeger kon een kabinet delen van de samenleving enthousiast maken of (bij andere delen) woede opwekken. Dat hield het debat levend en was leerzaam voor de burgers. Maar het huidige kabinet roept hooguit schouderophalen en meewarig gegiechel op. Een dodelijker bejegening kunnen Lubbers, Kok en hun collega's haast niet krijgen.