Westen is nog niet overtuigd en stelt harde voorwaarden; Rusland krijgt fonds voor roebel

WASHINGTON, 27 APRIL. Rusland krijgt een garantiefonds voor de roebel, maar de elf rijkste westerse landen die het geld hiervoor beschikbaar stellen, houden hun hart vast. Als het goed gaat, zal er nooit een beroep op het fonds gedaan worden. Maar als de roebel gesteund moet worden, kan het garantiefonds van 6 miljard dollar “binnen een uur leeg zijn”, aldus de Nederlandse bewindvoerder bij het IMF, G.A. Posthumus.

Het fonds heeft tot doel om de geloofwaardigheid van de roebel te vergroten als de Russische munt vrij inwisselbaar wordt tegen harde valuta.

Op aanbeveling van de zeven rijke industrielanden (G-7) spreken de ministers van financiën van de Groep van tien rijkste IMF-lidstaten (waaronder Nederland) plus Zwitserland (dat geen lid is van het IMF) zich vandaag positief uit over het stabilisatiefonds. Nederland zal voor 300 miljoen dollar aan dit fonds deelnemen. Minister Kok is in Washington overigens afwezig.

Het garantiefonds wordt gefinancierd door de zogenoemde General Arrangements to Borrow, een fonds dat in 1962 is opgezet door de Groep van tien rijkste IMF-lidstaten, waaronder Nederland, plus Zwitserland. In 1983 werd met het oog op de schuldencrisis van de ontwikkelingslanden het gebruik van de GAB uitgebreid naar andere landen dan uitsluitend de rijke deelnemers. De GAB beschikt over een fonds van 42,5 miljard gulden, die ingezet mogen worden in geval van financiële nood of acute bedreiging van de internationale monetaire stabiliteit. Het Nederlandse aandeel is vijf procent (2,1 miljard gulden) en bestaat uit monetaire reserves van De Nederlandsche Bank.

Het is betwistbaar dat de Russische roebel een direct gevaar vormt voor de internationale financiële stabiliteit, dus het gebruik van de GAB voor Rusland vormt een precedent, dat is ingegeven door politieke gronden, namelijk steun aan de hervorming van president Jeltsin. Niet alle industrielanden zijn gelukkig met deze opzet. Helmut Schlesinger, de president van de Bundesbank, zei gisteren dat hij grote moeite heeft met het gebruik van monetaire reserves van Duitsland ter stabilisatie van de roebel. Overigens lopen de G-10-landen zelf geen risico: zij dragen reserves ter waarde van 6 miljard dollar over aan het IMF, dat alle risico's loopt in geval Rusland gebruik maakt van het stabilisatiefonds. “Het vormt een mogelijke bedreiging voor de financiële positie van het Fonds”, aldus Posthumus.

De groep van zeven rijkste industrielanden (G-7) heeft aan de vorming van het roebelfonds, met instemming van de in Washington aanwezige Russische vice-premier Jegor Gaidar, een aantal voorwaarden gekoppeld. Eerst moet Rusland een economisch programma met het IMF overeen zijn gekomen en de Russische regering moet de geloofwaardigheid van dit programma met zijn beleid bewijzen. Het begrotingstekort moet worden teruggebracht, de geldgroei moet drastisch worden verminderd om de inflatie onder controle te krijgen, er moet een juridisch raamwerk komen voor privatisering en particulier eigendom, de landbouw- en energie-sector moeten worden hervormd, de buitenlandse betalingsverplichtingen moeten worden nagekomen en er moet een realistische, door de markt bepaalde koers voor de roebel komen. Naar verwachting zal het IMF-programma vòòr de volgende top van de Groep van zeven machtigste industrielanden in juli zijn goedgekeurd.

Belangrijke technische vragen zullen de komende maanden door de staf van het IMF nog nader worden uitgewerkt. Een daarvan is aan welke munt de roebel gekoppeld zal worden en tegen welke koers. Vanwege de economische chaos en hoge inflatie zal waarschijnlijk gekozen worden voor een geleidelijke devaluatie. Rusland heeft nauwelijks eigen reserves in harde valuta en moet bij een speculatie tegen de roebel dus snel op het stabilisatiefonds terugvallen. Naar verwachting zullen het IMF en de G-10-landen hiervoor toestemming moeten geven, zodat de Russische centrale bank onder direct toezicht komt te staan.

Gisteravond hebben de EG-ministers van financiën een aparte bijeenkomst belegd waar ze gesproken hebben over financiële hulp aan de andere republieken van de ex-Sovjet-Unie. IMF-directeur Michel Camdessus gaf vorige week al aan dat hiervoor in 1992 een bedrag van 20 miljard dollar nodig is, naast de 24 miljard die aan Rusland is toegezegd. Op aandrang van Duitsland steunt de G-7 het voornemen van de Europese bank voor wederopbouw en ontwikkeling (EBRD) om zich bezig te houden met de ontmanteling van onveilige kerncentrales in Oost-Europa en de ex-Sovjet-Unie. Twee weken geleden, op de jaarvergadering van de EBRD in Boedapest, is dit voorstel voor het eerst ter sprake gekomen en het werd toen door de Amerikanen verworpen.