"Schande hoe in Nederland met spelers als Vanenburg wordt omgesprongen'; PSV kijkt al uit naar volgende landstitel

GRONINGEN, 27 APRIL. Hoe voortvarend hij zich als betaald voetbal voorzitter van de KNVB ook probeert te profileren, soms roept Martin van Rooijen zelf het onheil over zich af en maakt de bedrijvige voetbalbestuurder de indruk van een verdwaalde toerist die terecht gekomen is op de verkeerde plaats op het verkeerde moment.

Gistermiddag beleefde Van Rooijen weer één van die ogenblikken in de kleedkamer van PSV, waar doelman Hans van Breukelen druk in de weer was met het vieren van zijn zesde landskampioenschap bij PSV in de laatste zeven jaar. De doelman van het nationale elftal richtte de fles waar de champagne uitspoot op Van Rooijen, waarop de KNVB-voorzitter een wrange glimlach produceerde en beteuterd keek naar zijn stemmig blauwe zomercolbert, dat rijp was voor de stomerij. “Stil jongens, even naar mijnheer Van Rooijen luisteren”, maande Van Breukelen vervolgens ironisch zijn deinende teamgenoten tot kalmte.

De voorzitter hernam zich, hield het kampioensschild dat hij namens de voetbalbond moest overhandigen omhoog en constateerde dat PSV een geweldige prestatie had geleverd en dit seizoen beter had gevoetbald dan Ajax en Feyenoord. Tamelijk kil en emotieloos op een toon die aangaf dat hij opgelucht was dat dit verplichte nummer er weer op zat. Waarbij het uiteindelijk PSV-voorzitter Jacques Ruts was die hem uit de droom hielp wat het Eindhovense voetbalsucces ook voor de komende jaren zal betekenen voor het Nederlandse voetbal. “Het volgende kampioenschap wordt nog mooier. Deze titel is veel indrukwekkender dan de titel die we het afgelopen jaar hebben behaald. We hebben het dit seizoen helemaal gedaan op eigen kracht. Ik heb als voorzitter nu al een paar kampioenschappen meegemaakt, maar de laatste titel is toch altijd de mooiste. En de volgende wordt nog mooier.”

Met slechts één nederlaag en acht gelijke spelen heeft PSV in 33 wedstrijden de concurrentie op een onoverbrugbare achterstand gezet. Zelfs Ajax dat de laatste zeven seizoenen samen met PSV de eerste twee plaatsen in de eredivsie voor zich heeft opgeëist. Het kleinste verschil in punten tussen deze twee topclubs met de nummer drie in de eredivisie bedroeg de afgelopen jaren zeven punten, het grootste verschil zelfs zeventien punten. Maar zelfs Ajax heeft gezien de voor Nederlandse begrippen ongelimiteerde financiële armslag van PSV moeten afhaken.

Het is een situatie die niet alleen de afgelopen jaren heeft gekenmerkt maar ook de komende seizoenen vrijwel zeker zal blijven bestaan. Of zoals PSV-manager Kees Ploegsma dat formuleert: “We hebben natuurlijk een topelftal. Met één of twee gerichte aankopen kunnen we zelfs meedoen aan de Europese top. Hoewel je nooit helemaal zeker kunt zijn. Want voetbal is ook emotie. Zelfs een kwartier voor het einde, met een 3-0 voorsprong, zit ik nog met het zweet in mijn handen te kijken. Zo'n landskampioeschap blijft een fascinerende ervaring, waar je nooit gewend aan raakt.”

Samen met de nieuwe trainer Hans Westerhof en assistent-coach Frank Arnesen heeft Ploegsma de afgelopen weken al vele uren rond de tafel gezeten om te brainstormen over het nieuwe seizoen. Daarbij stond één vraag centraal: blijft Gerald Vanenburg? De frêle middenvelder, goed voor 116 doelpunten in zes seizoenen, schermt met zijn zaakwaarnemer Bob Heerkens en de in Italië goed ingevoerde Engelse voetbalmakelaar Dennis Roach met belangstelling van verschillende Italiaanse topclubs. Terwijl de betrokken Italiaanse verenigingen zelf beweren dat zij de naam Vanenburg nauwelijks kennen.

Meestal is dat precies omgekeerd in het voetbal. Daarom zegt Ploegsma: “Er heeft zich voor Gerald nog geen Italiaanse koper gemeld. Maar ik wil na 3 mei, wanneer de competitie is afgelopen, snel duidelijkheid hebben. Als Vanenburg weggaat kopen we twee spelers. Mocht Vanenburg blijven dan kunnen we voorlopig volstaan met één aankoop. Hij is nog steeds heel erg welkom in Eindhoven. Als Vanenburg naar Italië gaat dan betekent dat wel weer het zoveelste slechte voorbeeld in het Nederlandse voetbal waarmee we er telkens in slagen onze beste spelers naar het buitenland te jagen.”

En Westerhof: “Ik wil zo snel mogelijk met Gerald praten. Dat zal de komende weken wel gebeuren denk ik. Ik heb gesprekken met alle spelers en heb al één keer een afspraak met Vanenburg moeten afzeggen. Maar het is duidelijk dat wat hem betreft snelheid geboden is.”

De middenvelder zelf vindt het voetbalklimaat in de Nederlandse stadions, waar fluitconcerten hem vrijwel wekelijks ten deel vallen, echter dermate verziekt dat hij het min of meer uitgesloten acht dat hij volgend jaar nog bij PSV zal voetballen. Vanenburg: “Ik ga eerst feest vieren, speel volgende week met PSV weer competitie en wil er op dit moment niets meer over zeggen. Iedereen weet hoe ik er over denk. Het ligt voor mij duidelijk. Ik heb daarover uitspraken gedaan waardoor ik niet meer terugkan. PSV is een fantastische werkgever, maar we onderzoeken nu wat de andere mogelijkheden zijn. Dat zal snel blijken.”

Een man die zeker afscheid neemt is trainer Bobby Robson. Hij hield zich in de eerste euforie van zijn tweede achtereenvolgende landskampioenschap in Eindhoven wat op de achtergrond. “Dit kampioenschap geeft me enorm veel voldoening”, sprak de Engelsman die een contract bij Sporting Lissabon heeft getekend. “Ik heb hier twee fantastische jaren gehad. Ik heb gewerkt met correcte en bekwame mensen en zal zo lang als ik leef PSV nooit vergeten.”

Stan Valckx zal Robson wellicht naar Portugal volgen. Hij is in Eindhoven in de aanbieding, evenals spelers als De Jong, Kalusha en Scheepers. Linskens is een twijfelgeval, terwijl Eric Gerets trainer wordt van Club Luik. Aron Winter, Peter Bosz, Gaston Taument en Artur Numan zijn in volgorde van belangrijkheid de voornaamste opties die PSV hanteert waar het versterking voor de toekomst betreft. Maar veel, zo niet alles, hangt daarbij af van het eventuele vertrek van Vanenburg, die minimaal twaalf miljoen gulden moet opbrengen. Van Breukelen echter: “Het is toch schandalig hoe in Nederland met een speler als Vanenburg wordt omgegaan. Het zou doodzonde zijn wanneer hij vertrekt. Het zou hoe dan ook een smet werpen op dit kampioenschap, dat me dit keer persoonlijk bijzonder goed is bevallen.”