Planbureau doet het met woorden

Lang geleden had de krant nog een feuilleton. Dat begon iedere avond met een korte inhoud van het voorafgaande en vervolgde dan het verhaal. Ik wou dat de media nog steeds zo werkten met doorlopende drama's zoals het plan-Simons of de twistgesprekken in het kabinet over de begroting voor 1993. Iedere dag is er nieuws, maar omdat de korte inhoud van het voorafgaande helaas ontbreekt, wordt het voor een modaal mens te ingewikkeld om zulk nieuws nog te interpreteren.

De journalisten beseffen dat ook wel en richten hun artikelen dus steeds meer op aspecten die iedereen ook zonder kennis van de voorgeschiedenis nog kan volgen; wie maakt de beste kans om te winnen, en wie bijt in het stof? Zegeviert Simons, of moet hij aftreden? Zijn de ministers het eens over de begroting, of is er een breuk? Is de vergadering op tijd afgelopen, of wordt het nachtbraken?

Waar de conflicten nu precies over gaan, en of het slagveld tijdens de gevechten misschien onherkenbaar is veranderd, vereist overzicht over het voorafgaande en is dus te moeilijk, maar het gevecht van man tot man en de stoere taal van de protagonisten blijft amusant. Voor goed effect mogen een paar dikke bedragen in het verhaal niet ontbreken (ten minste honderd miljoen, liefst miljarden), maar de portee van die cijfers blijft vaak onduidelijk, en ze zijn te groot om je er veel bij te kunnen voorstellen.

Wat herinnert u zich nu nog van de debatten in januari en februari over het plan-Simons? Dat de particulier verzekerden voor honderden guldens extra werden aangeslagen - maar dat hadden ze zonder krant en tv ook al zelf ontdekt - en dat Simons uiteindelijk zijn hand overspeelde en een octaaf lager moest zingen. Een bescheiden bezinksel van vele weken voorpaginanieuws. Zo besteden wij in onze aan nieuws verslaafde tijd dagelijks een groot deel van onze vrije tijd aan het bijhouden van het nieuws, maar het rendement is gering. Misschien moeten u en ik nog eens nadenken over onze verslaving, en de journalisten over hun falen om ieder bericht te voorzien van een korte inhoud van het voorafgaande.

Ook van de jaarlijkse publikatie in deze maand van het Centraal Economisch Plan (CEP) maken de media een nieuwsbericht: kranten en televisie vertellen de laatste voorspellingen voor de economische groei, de werkloosheid en het financieringstekort. Die cijfers staan er allemaal in, maar dan zijn we niet verder dan de eerste veertien pagina's met de samenvatting. Daarna volgt ieder jaar nog een compleet boek, dat al lang geen Plan meer bevat - laat staan een Centraal Plan - whatever that may be - maar wel vaak slaagt om moeilijk nieuws begrijpelijk te maken. De lezer voelt zich bij het Planbureau ook niet zo onnozel als bij het krantenieuws over Simons of de begroting, waarbij het altijd lijkt alsof hij tekortschiet door zich niet alle eerdere zetten in het politieke spel te herinneren.

Dit jaar las ik het hele CEP met nog meer plezier dan vroeger. Minister Andriessen van economische zaken verdient hulde, want hij geeft het Planbureau meer vrijheid om kritisch te schrijven over het regeringsbeleid dan vroeger mogelijk was. Secretaris-generaal Geelhoed van zijn ministerie is jurist, heeft geen last van de ambitie van zijn voorganger Rutten om allerlei analyses met zijn eigen staf nog eens dunnetjes over te doen, en respecteert dus ook beter de competentie van het bureau. Ten slotte inspireert directeur Zalm de staf met meer succes dan zijn voorganger. Door het fortuinlijk samenspel van deze drie hoofdpersonen kan het Planbureau beter werk doen en is het CEP ook voorbij de samenvatting zeer de moeite waard. Handicap is nog dat alle cijfers die te maken hebben met de overheidssector worden gedicteerd door het kabinet, maar het Planbureau wordt ieder jaar vrijmoediger in de tekst, waar directeur Zalm de vrijheid heeft gekregen om diezelfde cijfers weer in twijfel te trekken.

Uitstekend is dit jaar bij voorbeeld de uitvoerige analyse van de kosten in de medische sector. Het Planbureau legt uit waarom de verpleegsters actie gaan voeren, terwijl de specialisten tevreden lijken: de vrije beroepsbeoefenaren zien kans om de financiële afspraken fors te overschrijden. In 1989 verbonden de specialisten zich om de kosten over de periode 1990-'92 te stabiliseren, maar in feite ontvingen specialisten, huisartsen, verloskundigen en andere medische zelfstandigen in 1990 zes procent meer, en vorig jaar nog eens negen procent extra (drie procent meer dan de ziekenhuizen). Het Planbureau schrijft (pagina 233): “De overschrijding bij de vrije beroepsbeoefenaars wordt verondersteld in 1992 te worden gecompenseerd. In het licht van de historie kunnen bij deze veronderstelling vraagtekens worden geplaatst”. Dit is Planbureau-taal voor: van de regering moeten we deze cijfers opnemen, maar we geloven er weinig van).

Ondertussen is bij de verpleegsters en de andere verzorgende beroepen de ruimte die het kabinet biedt voor loonsverhoging “gezien de signalen van hoge werkdruk en loonachterstand uitermate krap”. Dat is duidelijke taal voor een officieel document van een overheidsinstantie. Als de politieke partijen het moeilijk vinden om klare wijn te schenken en de journalisten bijkans bezwijken onder het nieuws, is het goed wanneer een andere instantie in Den Haag nog licht kan laten schijnen over onze zo gecompliceerde overlegbureaucratie. Alleen zou het Planbureau het recht moeten krijgen om ook voor de overheidssector eigen cijfers te kiezen. Dan zou een alinea als de volgende niet meer nodig zijn: “In 1992 zal naar verwachting de kans op invalide-verklaring teruglopen door de voorgestelde WAO-maatregelen. Met ingng van 1 juli 1992 wordt de WAO-uitkering volgens de binnenkort in te dienen wetsvoorstellen leeftijdsafhankelijk. Voor jongeren zal hierdoor de WAO-uitkering lager worden, waardoor de WAO-regeling naar verwachting minder aantrekkelijk wordt. Het effect is in 1992 nog bescheiden, circa 10.000 minder WAO'ers, maar op termijn zal hierdoor een aanzienlijke reductie van de instroom optreden, zo is de verwachting.” (pagina 120).

Drie keer in één alinea het woord "verwachting', dat is geen gebrek aan taalgevoel bij Zalm, maar is in Planbureau-taal de toegestane code voor: de regering rekent zich rijk, en dwingt ons met haar cijfers te werken, maar wie gelooft dat een wet die in april nog niet is ingediend al per 1 juli effectief zal zijn? Ook in veel andere passages nemen Zalm en zijn staf door hun formulering afstand van cijfers die zijn gedicteerd door de regering, maar waar het Planbureau kennelijk niet gerust op is. De conclusie ligt voor de hand. Maak van het Planbureau een onafhankelijk lichaam zoals de Rekenkamer, zodat het ook voor de overheidssector eerlijke voorspellingen kan maken. Schrap die afschuwelijke naam, Centraal Economisch Plan, die beter past bij Noord-Korea dan bij Nederland. En wees blij met een instantie die zelfs onder lastige omstandigheden meer kan bieden dan het nieuws van de dag.