Patiënt moet netjes blijven en begrip tonen voor arts

De specialist, Ned.3, 19.29-20.00u.

"Een bezoek aan een medisch specialist gaat dikwijls samen met gevoelens van onzekerheid en vrees. Hoe zal het onderzoek gaan en hoe de behandeling, zou het pijnlijk zijn en ernstig...' Zo begint de inleiding bij de zesdelige Teleac-cursus De Specialist waarvan vanavond de TV-uitzendingen beginnen. TV- en radioprogramma's en het boek De Specialistengids vormen het cursusmateriaal. Naar het doel van de cursus moet even worden gezocht maar het komt erop neer dat "de patiënt, die enigszins bekend is met de bedoeling en de gang van zaken bij het onderzoek en de behandeling, minder zenuwachtig is en minder reden heeft tot ongerustheid en daarom beter in staat is bij te dragen aan haar of zijn genezingsproces.''

Dit lijkt dus een cursus waar je sneller beter van wordt.

Boek en tv-programma's behandelen gescheiden onderwerpen. De Specialistengids heeft het vooral over de gang van zaken tijdens een eerste bezoek aan een specialist, in de polikliniek, bij een opname in het ziekenhuis. In aparte hoofdstukken worden de rechten van de patiënt uiteengezet, de klachtenbehandeling en hoe de patiënt met zijn gevoelens om moet gaan. De zin van vragen over ziekteverloop, het medisch verleden, de persoonlijke omstandigheden, het nut van het lichamelijk onderzoek en de bespreking van de diagnose worden systematisch uitgelegd. Het is wat ouderwets beschreven allemaal, niets over soorten diagnosen, protocollen en behandelplannen, weinig over het eindpunt van de behandeling, maar zo zal het in de praktijk nog wel toegaan.

Maar in de tv-programma's bij de cursus zien we van al die systematiek en instructies niets terug. In de eerste aflevering treedt huidarts J.L Schuller op, werkzaam in de Drechtsteden ziekenhuizen in Zwijndrecht en Dordrecht. Hij holt van patiënt naar patiënt en heeft het zo druk dat hij in de gang en rijdend in de auto van Zwijndrecht naar Dordrecht of vice versa moet worden geïnterviewd.

In de ene wachtkamer zitten twee dames met spataderen, een jongen met acne, een man met psoriasis en in het andere ziekenhuis een man met verdachte plekjes waarvoor het woord huidkanker maar niet mag vallen. Een van de spataderdames toont zich niet bang, de ander wel. Voor Schuller maakt het allemaal niets uit. Hij stelt met een luisterapparaatje - dat onthutsend suggereert dat de aderen in je benen als wc-stortbak kunnen werken - vlotweg vast dat bij de bange mevrouw in het ene been een aderklep niet functioneert, waarna de ader door de chirurg even zal moeten worden "onderbonden'. Daarna zal hij de spataderen "wegspuiten'. Geen uitleg, geen geruststelling, geen gelegenheid voor een vraag. Specialist Schuller spoedt zich alweer naar het naastgelegen kamertje om bij de niet-bange mevrouw de spataderen weg te spuiten. Spuit, spuit, spuit en Schuller stapt weer in de auto, op weg naar de huidknobbeltjes. Het heet een Teleac-cursus, maar het is dus echt niet de bedoeling dat de handelingen van de specialist bij huisgenoten of -dieren worden geoefend.

Na lezing van de gids mag overigens worden getwijfeld aan het opgegeven doel van de cursus. Misschien is het niet het bespoedigen van herstel van de patiënt, maar begrip kweken voor de specialist. Hij heeft het druk ("laat de dokter leiden en niet lijden'), hij heeft weinig tijd voor u ("niet klagen, maar helder verwoorden'), u moet vaak lang op hem wachten (iets te lezen en wat te eten meenemen naar de wachtkamer) en is niet van plan dat te veranderen. De patiënt moet netjes blijven en begrip tonen. Bijvoorbeeld: wat moet u doen als de specialist u laat weten dat u een hopeloos geval bent? "Wij kunnen niets meer voor u doen,' zegt hij dan soms. De Specialistengids: "In feite is dat een wat ongelukkige uitspraak want behalve op medisch gebied kan uw specialist op andere gebieden vaak nog wel veel voor u doen. (...) Waar we hier wel op willen wijzen, is de manier waarop u uw dokter het best kunt laten weten dat u meer van hem verwacht dan medisch handelen alleen.' Zelfs de ten dode opgeschreven patiënt moet dus nog de verstandigste partij zijn.