Opnieuw dreigt roemloze ondergang van Zwarte-Zeevloot

Een rode vlag die gehesen wordt aan boord van een slagkruiser in de haven Odessa. Een verschrikte, onder vuur liggende menigte op de grote stenen trap die naar de kade leidt. Een eenzame kinderwagen die hobbelend over de treden van dezelfde trap zijn ondergang tegemoet rijdt. Wat ook de toekomst van de veelbesproken Zwarte-Zeevloot moge zijn: voor velen blijft deze vloot in ieder geval onverbrekelijk verbonden met deze beelden uit de klassieke film "Pantserkruiser Potemkin' van Eisenstein.

Met hun reeds maandenlang voortslepend geschil over de verdeling van de Zwarte-Zeevloot schrijven de Russische president Jeltsin en zijn Oekraïense collega Kravtsjoek immers een nieuw hoofdstuk in de annalen van de vele dieptepunten kennende geschiedenis van deze vloot. Aanvankelijk is de geschiedenis van de Zwarte-Zeevloot er vooral één van eeuwenlange Russische strijd tegen Turkije. Een strijd waarin deze Russische vloot diverse malen roemloos tenonderging.

Zo eindigt de Russisch-Oostenrijkse oorlog tegen Turkije (1735-1739) in een verbod voor Rusland om oorlogsschepen in de Zwarte Zee en de Zee van Azov te stationeren. Ruim een eeuw later wordt in de Krimoorlog, tijdens de belegering van Sebastopol (1854-1855) de gehele Zwarte-Zeevloot vernietigd. De Vrede van Parijs die deze oorlog beëindigt, verbiedt Rusland naast het stationeren van een vloot in de Zwarte Zee ook het bezit van oorlogshavens.

Nadat de Conventie van Londen in 1871 dit verbod opheft, begint Rusland met de nieuwbouw van een door stoom voortgestuwde pantservloot. Op 27 juni 1905 schrijft de reeds eerder genoemde pantserkruiser Potemkin wereldgeschiedenis door de matrozenopstand aan boord. Uiteindelijk krijgt de bemanning politiek asiel in Constanta in Roemenië en wordt het schip aan Rusland teruggegeven.

In juni 1918 gaat de Zwarte-Zeevloot wederom een roemloos einde tegemoet. Op bevel van Lenin worden tien schepen als versperring tot zinken gebracht en vallen de resterende oorlogsbodems in Sebastopol in Duitse handen. Het besluit van de communistische partij in 1921 tot de bouw van een Russische vloot geeft de aanzet tot de nieuwe Zwarte-Zeevloot. Tijdens de Tweede Wereldoorlog steunt deze vloot voornamelijk de landoperaties van het Rode Leger.

Door zware oorlogsverliezen sterk uitgedund, kent de Zwarte-Zeevloot in de jaren zestig en zeventig een ware opbloei. Onder de toenmalige opperbevelhebber der Sovjet-zeestrijdkrachten, de fameuze admiraal Sergej Gorsjkov, groeit de Sovjet-Unie in die jaren uit tot een mondiale, maritieme mogendheid die zich overal op de oceanen kan doen gelden.

Een belangrijk deel van de oppervlakteschepen van de Zwarte-Zeevloot vormt het permanente Middellandse-Zeesquadron dat als tegenwicht van de Amerikaanse Zesde Vloot in deze zee gaat verblijven. Tijdens en na de Yom Kippur-oorlog in oktober 1973 breidt het aantal Sovjet-schepen in het oostelijk deel van de Middellandse Zee zich uit tot 95, waaronder 23 onderzeeboten. Voor het eerst sinds de Tweede Wereldoorlog wordt de Amerikaanse marine de volledige beheersing van de zee ontzegd.

Wegens de grote economische problemen en het "nieuwe denken' van Gorbatsjov in de jaren tachtig komt echter geleidelijk aan een eind aan de permanente Sovjet-militair/maritieme presentie in de Middellandse Zee. Wat is nu de militaire betekenis van de momenteel zo veel besproken Zwarte-Zeevloot? Na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie het afgelopen najaar bedroeg de sterkte van de Zwarte-Zeevloot 380 schepen met 79.000 man personeel. Reeds eerder was echter vorig jaar het aantal vaardagen van deze schepen tot vrijwel nul gereduceerd.

Hoewel de Zwarte-Zeevloot in haar totaliteit nog in staat is de nodige gevechtskracht op zee te leveren, is enige relativering echter wel op zijn plaats. Allereerst beschikt de Zwarte-Zeevloot, in tegenstelling tot de Noordelijke en Stille-Oceaanvloot, niet over strategische onderzeeboten die uitgerust zijn met intercontinentale raketten.

In de tweede plaats bestaat het overgrote deel van de 380 schepen uit patrouille- en hulpschepen. Ten slotte zijn veel van de kruisers, fregatten en onderzeeboten sterk verouderd. Een groot deel ervan staat zelfs op de nominatie uit dienst te worden gehaald. Een voorbeeld: de twee in de jaren zestig in het Westen veel opzien barende helikopterkruisers Moskva en Leningrad (beide 19.300 ton) gaan binnenkort wegens "doctrinaire en economische redenen' de vaart uit.

Onverbrekelijk verbonden met de verdeling van de Zwarte Zeevloot is de toekomst van de Krim, waarop zich de belangrijkste thuisbasis van de Zwarte-Zeevloot, Sebastopol, bevindt. Sinds Catharina de Grote in 1783 de Krim annexeerde maakt het een vast onderdeel van het Russische rijk uit. Ter viering van het feit dat de Oekraïne zich 300 jaar eerder had aangesloten bij Rusland, gaf partijleider Chroesjtsjov de Krim in 1954 aan de Oekraïne. Van de inwoners van de Krim is tweederde Russisch, een kwart Oekraïener en de rest Tataar.

Tijdens het Sovjet-bewind bood de Krim met haar luxe datsja's rondom Jalta en de marinebasis Sebastopol gastvrijheid aan de twee meest gepriviligeerde klassen: de nomenklatoera van de communistische partij en de krijgsmacht. Gezien haar ligging is zonder de Krim met Sebastopol een Zwarte-Zeevloot nauwelijks denkbaar. De Oekraïne heeft echter twee sterke troeven in handen tegen een eventuele afscheiding van de Krim.

In de eerste plaats grenst de Krim alleen aan de Oekraïne waarvan zij het merendeel van haar water en 80 procent van haar elektriciteit betrekt. In de tweede plaats lijken de strijdkrachten aan de kant van de Oekraïne te staan. Tweeënzeventig procent van de Zwarte-Zeevloot stemde voor de onafhankelijkheid van de Oekraïne. Maar wat zijn nu, los van de Krim-problematiek, de vooruitzichten voor een verdeling van de Zwarte-Zeevloot?

De bevelhebber van de voormalige Sovjet-zeestrijdkrachten, admiraal Tsjernavin, ziet voor de vloot van de Oekraïne twee taken weggelegd. Naast de bescherming van de zeegrenzen van de Oekraïne moeten deze zeestrijdkrachten tevens tegen smokkel op zee kunnen optreden. Het onder centraal commando van het Gemenebest van Onafhankelijke Staten (GOS) staande "strategische' deel van de Zwarte-Zeevloot dient volgens Tsjernavin voor inzet in de Middellandse Zee en voor de strategische bescherming van de zeegrenzen van de GOS-staten.

De Oekraïne is echter fel gekant tegen een vloot die alleen in staat is tot het uitvoeren van kustwachttaken. Als soevereine staat gelegen aan zee wil het beschikken over een echte vloot die behalve noodzakelijk ook statusverhogend is.

Ook indien de Oekraïne en het GOS nader tot elkaar komen over een verdeling van de Zwarte-Zeevloot zijn de praktische implicaties hiervan uiterst gecompliceerd. Het gaat immers om een evenwichtig samengestelde vloot, die gebruikmakend van dezelfde havens over twee staten verdeeld moet worden. Na verdeling rijst ook onmiddellijk een aantal vragen. Welk eenduidig onderscheid bestaat er tussen de taken van de zeestrijdkrachten van de Oekraïne en het GOS? Hoe is de samenwerking tussen de beide vloten in vredestijd en bij militaire conflicten? Hoe zijn de bevoegdheden geregeld in de territoriale zeeën van de Oekraïne, Rusland en Georgië? Hoe denkt de Oekraïne de 8 miljard gulden voor de onderhoudskosten van haar vloot op te brengen?

Misschien lossen al deze problemen zich echter vanzelf op. Al maandenlang ligt de Zwarte-Zeevloot immers voornamelijk in de havens. Naar verluidt is er ook op grote schaal sprake van achterstallig onderhoud. Kortom, wanneer Jeltsin en Kravtsjoek binnen afzienbare tijd tot overeenstemming komen, lijkt de Zwarte-Zeevloot haar zoveelste roemloos einde tegemoet te gaan.

Foto: Een oorlogsschip van de Zwarte Zeevloot in de haven van Sebastopol. (Foto Reuter)