Oosterschelde in de Hofstad

Nu de kwestie rond "het gordijn' ook is opgelost, staat niets een prachtige opening morgen van de nieuwe Tweede Kamer meer in de weg.

Het gordijn was nog een hangpunt. Mag de buitenwereld, door de grote ramen heen, permanent zicht hebben op om de vergaderzaal heen flanerende en bekokstovende Kamerleden of niet, dat was de vraag. Het was allemaal wel erg open, werd geconstateerd door met name het CDA-deel in het presidium van de Tweede Kamer.

En is het geen goede Hollandse gewoonte om voor glas een gordijn te hangen, was de volgende naar een oplossing riekende constatering. Het zou weliswaar de dolkstoot hebben betekend voor de gedachte achter het ontwerp van architect Pi de Bruijn, maar ach.

Open of dicht, dat probleem hebben we toch eerder gehad, moet een doortastende geest hebben gedacht. Inderdaad, de Oosterschelde, splijtzwam ten tijde van het kabinet Den Uyl. Dicht zei rechts destijds met een verwijzing naar de veiligheid voor de inwoners van Zeeland, open zei links met een verwijzing naar het milieu. Het werd zodoende een Hollandse oplossing bij uitstek: een halfdoorlatende dam die zowel open als dicht kan.

De nieuwe Tweede Kamer krijgt nu zijn eigen Oosterscheldedam. Want, het zat er in, er komt voor de omstreden glaswand wèl en géén gordijn. Namelijk een zonwerend geheel met als neveneigenschap dat je er van buiten niet doorheen kunt kijken, maar dat ook helemaal omhoog kan, waardoor vrij zicht gewaarborgd is. Voor moeilijke vergaderingen worden nog slechts zonnige dagen uitgezocht. (MK)