Nationalisme in Tsjechoslowakije hoeft niet tot bloedbad te leiden

Oud minister van buitenlandse zaken Max van der Stoel en zijn (Tsjechische) medewerker internationale betrekkingen voerden begin april in Tsjechoslowakije gesprekken met de Slowaakse premier Carnogurski en de Tsjechische premier Pithart, de voorzitter van het Slowaakse parlement Miklosko, de leider van de Slowaakse nationalistische partij Meciar, de federale vice-premier Rychetsky, minister van buitenlandse zaken Dienstbier en president Havel. Op basis hiervan maken zij de balans op van dertig maanden post-communisme in Tsjechoslowakije.

Als de Tsjechen en Slowaken begin juni naar de stembus gaan, zijn dertig maanden verstreken sinds de beide volken in grote eensgezindheid de communistische machthebbers verjoegen. De eendrachtige afwijzing van de dictatuur heeft plaatsgemaakt voor verdeeldheid over de opbouw van het land na ruim veertig jaar wanbeheer. Drie vraagstukken beheersen de politieke en maatschappelijke discussie: de vervanging van het totalitaire systeem door democratie, van de communistische commando-economie door een doelmatiger stelsel en het probleem van de constitutionele verhoudingen tussen de Tsjechische en Slowaakse landsdelen, nu vanuit Slowakije steeds meer de roep klinkt om een verdergaande erkenning van de eigen nationale identiteit dan binnen het thans geldende federale systeem te verwezenlijken valt.

Voortgang is geboekt met de opbouw van de democratische rechtsorde, zoals ook blijkt uit de toelating van Tsjechoslowakije tot de Raad van Europa, die de deur gesloten houdt voor staten die niet aan de vereisten van democratie en respect voor mensenrechten voldoen. Toch zijn ook op dit terrein nog vele moeilijkheden te overwinnen. Als veertig jaar lang eigen verantwoordelijkheid en initiatief is ontmoedigd, kost het tijd voordat democratische structuren weer wortel schieten en voldoende democratisch talent tot ontwikkeling komt.

Zorgelijk is ook de overvloed van partijen. Burgerforum, dat in 1990 als grote overwinnaar uit de verkiezingen kwam, maar daarna in drie partijen uiteenviel, is niet in staat de aanvankelijke eenheid te herstellen. Wel lijkt er na de verkiezingen een redelijke kans dat alle drie ex-Forumpartijen in de regeringscoalitie zullen terugkeren.

Minister van financiën Klaus, leider van de meest rechtse ex-Forumpartij, die vermoedelijk in Bohemen en Moravië als sterkste uit de bus zal komen, doet al het mogelijke om vaart te zetten achter het proces van economische hervormingen. Opvallend is de grote publieke belangstelling voor de in het kader van zijn programma van privatisering van staatsbedrijven uitgegeven vouchers, die de aanschaffers het recht geven aandelen te kopen in het bedrijf van hun keuze. Na aanvankelijke aarzeling besloten ruim acht miljoen Tsjechen en Slowaken tot aankoop. Klaus is ervan overtuigd dat het zoveel mogelijk onaangelengd slikken van het bittere medicijn van welvaartsdeling, sluiting van onrendabele bedrijven en dientengevolge grotere werkloosheid, de beste kansen biedt voor het leggen van een gezonde basis voor toekomstige welvaartsgroei. Zijn tegenpool is de sociaal-democratische leider Komarek, die met zijn programma van hervormingen met minder pijn en een groter sociaal vangnet de sociaal-democratische partij in Bohemen en Moravië nieuwe levenskansen lijkt te geven.

Behalve Komarek vindt Klaus echter ook vaak de Slowaken op zijn weg. Ervan overtuigd dat de minister van financiën onvoldoende rekening houdt met de in vergelijking met Bohemen en Moravië veel zwakkere economische structuur van Slowakije, zijn zij herhaaldelijk erin geslaagd Klaus' wetgeving te blokkeren. Klaus verwijt zijnerzijds onrechte de Slowaken, dat zij wel klagen maar niet met alternatieven komen.

Ongelukkigerwijs wordt Tsjechoslowakije temidden van dit moeizame economische omschakelingsproces hard getroffen door een aantal internationale economische ontwikkelingen. De ineenstorting van de economie van de voormalige Sovjet-Unie komt hard aan, omdat Tsjechoslowakije nauwe economische banden met het GOS-gebied had. De burgeroorlog in Joegoslavië is voor Tsjechoslowakije een economische verliespost. In het kader van het voormalige Oostblok exporteerde Tsjechoslowakije ook veel naar landen als Irak, Syrië en Libië. Anderzijds leidt het associatieverdrag met de Europese Gemeenschap slechts in zeer bescheiden mate tot vergroting van de afzet in West-Europa. Deze economische tegenslagen doen zich vooral voelen in Slowakije, waar een groot deel van de wapenindustrie is gevestigd. Dit draagt bij tot de Slowaakse frustraties, evenals het feit dat de (nog te schaarse) Westelijke investeerders de voorkeur geven aan Bohemen boven Slowakije.

Het meest acute probleem is het vinden van een staatkundige structuur waarin enerzijds een federaal gezag op essentiële terreinen als defensie, buitenlands en monetair beleid wordt gehandhaafd, en waarin anderzijds aan de verlangens van een militant Slowaaks nationalisme tegemoet wordt gekomen. Een nationalisme dat mede moet worden gezien tegen de achtergrond van de situatie van vóór de Eerste Wereldoorlog. Terwijl Hongarije in de oude dubbelmonarchie een verwaarloosde, agrarische provincie bleef, ontwikkelde Bohemen zich tot het Roergebied van het Habsburgse Rijk. Een voorsprong die noch onder de eerste Tsjechoslowaakse republiek in het interbellum, noch tijdens de communistische periode door Slowakije kon worden ingehaald.

Willen de Slowaken zich nu, naar het voorbeeld van de volkeren van Joegoslavië en de voormalige Sovjet-Unie, geheel uit het bestaande staatsverband losmaken? Opiniepeilingen wijzen uit dat een meerderheid wel grotere Slowaakse zelfstandigheid wil, maar niet geheel met de Tsjechen wil breken. Het zou overigens ook de vraag zijn of een onafhankelijke Slowaakse staat voldoende levensvatbaarheid zou bezitten. In de eerste plaats is er het probleem van de interdependentie van de (sterkere) Tsjechische en de (zwakkere) Slowaakse economie. Voorts is er een groot risico dat de Hongaarse bevolkingsgroep in Slowakije, met 590.000 inwoners meer dan tien procent van de bevolking van het land vormend, zich zou gaan roeren. Deze groep stelt zich loyaal op tegenover het huidige staatsbestel, maar zou van een onafhankelijk Slowakije autonomie verlangen, vermoedelijk met sympathie en steun vanuit Boedapest.

Zuiver rationeel bekeken brengt onafhankelijkheid voor Slowakije meer nadelen dan voordelen. Maar het nationalisme is een sterke factor in Slowakije, en nationalisten plegen zelden op zuiver rationele gronden hun prioriteiten te stellen. In dit verband is het programma van Meciar, de leider van de thans sterkste partij in Slowakije interessant. Volgens recente peilingen kan hij rekenen op steun van ongeveer dertig procent van het Slowaakse electoraat (bijna een kwart heeft overigens nog geen keuze bepaald).

Meciar, die recentelijk is beschuldigd van hand- en spandiensten aan de communistische staatsveiligheidsdienst, verzekerde ons dat hij geen heil meer ziet in hervatting van de vastgelopen constitutionele onderhandelingen. Hij wil onmiddellijk na de verkiezingen uitroeping van de Slowaakse soevereiniteit, opstelling van een Slowaakse grondwet vóór 31 augustus, een Slowaaks referendum ter bekrachtiging hiervan, en eerst daarna het voeren van nieuw overleg met de Tsjechen over wat hij verkiest aan te duiden als "een Unie, met federale en confederale elementen'. Hoe zelfstandig Slowakije binnen deze Unie zou moeten blijven, demonstreerde hij met de stelling dat Slowakije en het Tsjechische gedeelte van de huidige Federatie als afzonderlijke staten tot de Europese Gemeenschap zouden moeten kunnen toetreden.

Optimisten klampen zich vast aan het feit dat Meciar in het Unieverdrag ook federale elementen wil opnemen. Ook menen zij dat de soep niet zo heet zal worden gegeten als Meciar deze thans opdient. Maar er zijn ook pessimistischer inschattingen. Wellicht overvraagt Meciar, zo wordt dan geredeneerd, maar zal hij zich tijdig kunnen losmaken van de geesten die hij heeft opgeroepen? Bovendien dreigt een ander gevaar, namelijk dat bij een verder provocatief optreden van Meciar het geduld aan Tsjechische zijde opraakt. Reeds nu zijn er onder de Tsjechen veel frustraties omdat eindeloos onderhandelen met de Slowaken niets heeft opgeleverd, de gedachte van een referendum over het al of niet behouden van een federale structuur door hen is afgewezen en tal van wetsontwerpen op Slowaakse obstructie zijn gestrand. Voortzetting van dit alles na de verkiezingen zou bij de tot dusver de Federatie zo getrouwe Tsjechen de reactie kunnen oproepen dat het beter zou zijn om de Slowaken dan maar hun eigen staat te laten stichten. Wellicht, zo redeneert thans menige Tsjech, bereiken wij sneller economisch herstel als wij het armere Slowakije niet langer meer met ons mee hoeven te torsen.

Hoewel een eerdere toespitsing van de tegenstellingen door het uitroepen van de soevereiniteit door het Slowaakse parlement niet geheel valt uit te sluiten, zal vermoedelijk de uitslag van de verkiezingen in juni van beslissende betekenis zijn voor de kansen op behoud van een Tsjechoslowaaks staatsbestel met een reële federale structuur. Als de partij van Meciar, tezamen met een kleinere nationalistische partij die onafhankelijkheid nastreeft en een dissidente nationalistische christendemocratische groepering, meer dan de helft van de stemmen krijgt - en op grond van recente opiniepeilingen zou men moeten aannemen dat de kans daarop groot is - dan zal het uitermate moeilijk worden het uiteenvallen van Tsjechoslowakije nog te voorkomen.

Enkele optimistische gesprekspartners bleken echter ervan overtuigd dat het tij zal keren en dat de voorstanders van het behoud van de Federatie de overhand zullen houden. In de eerste plaats verwachten zij dat het duidelijk maken van de nadelige consequentie van het uiteenvallen van de federatie effect op het Slowaakse electoraat zal hebben. Bovendien wijzen zij erop dat met name in Oost-Slowakije, waar men overheersing door Bratislava vreest, het verlangen naar behoud van de federale structuur sterk is. Ook hechten zij er veel betekenis aan dat de Slowaak Dubcek, die in Slowakije veel gezag heeft, zich onomwonden voor het behoud van de federatie heeft uitgesproken en als nieuwe leider van de Slowaakse sociaal-democraten een belangrijk tegenwicht kan vormen tegen de nationalistische partijen. En ten slotte zal de zich voor herverkiezing ter beschikking stellende president zijn gewicht in de schaal werpen ten gunste van de Federatie.

Pessimisten vrezen daarentegen dat Meciar, door in één adem onafhankelijkheid en een Unie met de Tsjechen te beloven, veel voorstanders van behoud van een federale band met de Tsjechen een rad voor de ogen zal draaien. En Dubcek zal, zo vrezen zij, hoezeer ook van goede wil, toch, evenals vroeger, te veel een aarzelaar blijken te zijn.

Ook als de pessimisten gelijk krijgen, lijkt bloedvergieten onwaarschijnlijk. De federale regering heeft al laten weten dat zij in geen geval met geweld het behoud van de federale structuur zal afdwingen. Anderzijds zal, ook als de optimisten gelijk krijgen, het probleem van de constitutionele hervormingen nog lang niet uit de wereld zijn.

Foto: President Havel (Foto: Roel Rozenburg)