MAKREEL IN WITTE-WIJNSAUS

Het Franse woord maquereau betekent naast makreel ook pooier. Volgens Alan Davidson in diens boek North Atlantic Seafood is dit ongetwijfeld een verwijzing naar de briljante kleuren van deze vis.

Zou het echter niet zo kunnen zijn dat die beroepsgroep zich vroeger graag in streepjespak vertoonde? Maar terug naar de vis. De makreel bevat veel vet (onverzadigd) en moet daarom zo vers mogelijk gegeten worden om elk risico van een ranzige smaak te vermijden.

Voor 3-4 personen

500 gram makreelfilets

100 gram champignons de Paris, schoongeborsteld en grof gehakt

1 kleine ui, gesnipperd

3 eetlepels peterselie, grof gehakt

2 eetlepels bieslook, gesnipperd

1 sjalotje, gesnipperd

zout en versgemalen peper

1 glas witte wijn

4 eetlepels droog broodkruim

20 gram boter, in kleine stukjes

Doe de champignons, ui, peterselie, bieslook en sjalotjes in een ovenschaal. Leg er de makreelfilets op en bestrooi ze met wat zout en peper. Giet er de witte wijn over en bedek met het broodkruim. Verdeel er de stukjes boter over. Zet de schaal 20-25 minuten in een op 180 graden Celsius voorverwarmde oven.