Kamer op afstand

DE ZAAL IS groot, straalt ook een zekere allure uit. “Onhollands” is het nieuwe onderkomen van de Tweede Kamer wel genoemd.

En inderdaad, van kneuterigheid is weinig meer te merken. De volksvertegenwoordiging heeft vanaf morgen een zaal die veel weg heeft van grandeur. Een arena waarin - om D66 fractievoorzitter Van Mierlo te citeren - de wilde-beestenlucht van de oude Kamer nooit meer zal terugkeren. Het is allemaal anders, hoewel? De zaal is vernieuwd, maar hoe staat het met de parlementariërs? De verhuizing blijkt voor velen een mooie gelegenheid weer eens na te denken over het functioneren van het parlement. Als onderdeel van de feestelijkheden rondom de ingebruikneming van de nieuwbouw wordt er volgende week zelfs een heel symposium aan gewijd met als spraakmakende titel: Overleeft de Tweede Kamer Europa?

Qua maatschappelijk klimaat had de Tweede Kamer haast geen slechter moment kunnen kiezen om te verhuizen. De stemming is anti-politiek. Nu is dat niet echt uniek. Dat "ze' in Den Haag maar wat aanrommelen is natuurlijk niet een heel nieuw geluid. Politici weten dat ze zelden op veel dankbaarheid kunnen rekenen, maar des te meer op kritiek. Toch is er momenteel ook wat anders aan de hand. Kritiek heeft plaatsgemaakt voor onverschilligheid. Het verhaal van "ze' in Den Haag spoort steeds minder met de belevingswereld van de kiezer. Er zijn in feite twee werelden ontstaan: die van het politiek-bureaucratisch complex met alle aanverwante belangengroepen, en de wereld van de burger die zijn zaakjes zo goed mogelijk voor zichzelf tracht te regelen. Daartussen gaapt een welhaast onoverbrugbare kloof.

DE TEGENWOORDIGE generatie parlementariërs wekt niet de indruk daarin fundamenteel verandering te willen brengen. Bijna unaniem is de erkenning dat er "iets' moet gebeuren aan de werkwijze van het parlement. Maar wat? In opdracht van de commissie-Deetman wordt driftig gestudeerd op mogelijke verbeteringen van het systeem, maar de oplossing van de één is de bedreiging voor de ander. Andere omgangsvormen tussen geestverwante fracties en een kabinet, het is vaak bepleit. Ook bij de totstandkoming van het huidige kabinet werd door de betrokken fractievoorzitters voor een minder stringent regeerakkoord gepleit. Maar opnieuw bleek het vlees zwak. Overleg tussen bewindslieden en "bevriende' parlementariërs is eerder regel dan uitzondering. Wat er aan Kamerdebat resteert is al te vaak een bevestiging van wat er in het besloten vooroverleg is besproken, waardoor het echte politieke debat bij voorbaat doodslaat.

De Kamer is in de details vastgelopen. Ook dit is geen nieuwe constatering. Toen het CDA-Kamerlid Kleisterlee in 1979 na een 23-jarig dienstverband afscheid nam van het parlement dat hij vele jaren als vice-voorzitter had gediend, waarschuwde hij tegen de “kleinste kleinigheden” waarmee de Kamer zich bezighield. Dat zag Kleisterlee als een slechte ontwikkeling want hierdoor dreigden de hoofdlijnen van het regeringsbeleid ondergesneeuwd te raken. De kritiek op het parlement is anno 1992 niet anders. De details zijn misschien alleen nog gedetailleerder geworden. De carrousel van bewindslieden, bevriende Kamerleden en ambtenaren draait gestaag door. Symbolisch voor dit alles is dat in de nieuwe vergaderzaal van de Tweede Kamer de ambtenaren tegenwoordig op de achterste rij kunnen plaatsnemen.

DAT EEN Kamerlid op de hoogte is van de details, is vanzelfsprekend geen bezwaar. Integendeel, van de medewetgever mag niet anders worden verwacht. Problematisch wordt het pas als de details de hoofdlijn gaan verdringen en het politieke debat daardoor uiterst onhelder maken. Problematisch wordt het als er nauwelijks meer sprake is van gescheiden circuits. Op dat moment dreigt de politiek te verworden tot een mechaniek voor, maar zonder de mensen. Vaak is het ook slechts beeldvorming, maar het is juist aan de Kamerleden om aan die beeldvorming wat te doen.

De Tweede Kamerleden hebben morgen hun nieuwe zaal. Proficiat. Nu de nieuwe gedachten nog.