IMF krijgt oog voor conjunctuurbeleid onder invloed van VS

WASHINGTON, 27 APRIL. Een sluimerend conflict over de richting van het economische beleid in de Westerse industrielanden is dit weekeinde toegedekt in een bijeenkomst van de ministers van financiën van de zeven belangrijkste industrielanden. Maar daarmee is het meningsverschil niet verdwenen.

Inzet is de vraag of in tijden van recessie het begrotingsbeleid en het monetaire beleid versoepeld moeten worden om de economie te stimuleren. Dit is een afwijking van de lijn die de afgelopen tien jaar is gevolgd waarbij de nadruk ligt op vermindering van begrotingstekorten en op het monetaire beleid ter bestrijding van de inflatie. De discussie 'groei of inflatie' raakt de kern van het economische beleid van de industrielanden en gaat om de vraag of na de nadruk op structurele aanpassingen in de jaren tachtig de conjunctuurpolitiek uit de jaren zeventig weer terugkeert. De meest uitgesproken posties worden ingenomen door Duitsland, gesteund door de meeste EG-landen, en de VS.

De Verenigde Staten, die hun begrotingstekort tot recordhoogte hebben laten oplopen en de korte rente drastisch hebben verlaagd, hebben op hoge toon geëist dat Duitsland zijn bijdrage aan het herstel van de wereldeconomie levert door de rente eveneens te verlagen. Duitsland is van mening dat de Duitse eenwording tot specifieke financieel-economische problemen heeft geleid. De Amerikanen lijden volgens de Duitsers nog steeds onder de verwerking van de economische excessen uit de jaren tachtig en zullen hun probleem van lage groei in een jaar van presidentsverkiezingen zelf moeten oplossen.

Vorige week publiceerde het Internationale Monetaire Fonds ter voorbereiding van de serie financiële bijeenkomsten die gisteren in Washington begonnen, zijn halfjaarlijkse World economic outlook. Hierin werd voorzichtig afstand genomen van het macro-economische beleid dat de Westerse industrielanden sinds 1982 zeggen na te streven. Dit zogenoemde middellange termijn-beleid werd oorspronkelijk ontwikkeld door de Organisatie voor economische samenwerking en ontwikkeling (OESO) en overgenomen door het IMF als antwoord op de hoge inflatie in de jaren zeventig en de daaropvolgende diepe recessie begin jaren tachtig. Het middellange termijn-beleid legde de nadruk op vermindering van financieringstekorten, anti-inflatiebeleid en vermindering van structurele starheden aan de aanbodskant van de economie. Hoewel het in de praktijk niet door alle landen werd nagevolgd - de Verenigde Staten lieten het begrotingsbeleid onder president Reagan volledig uit de hand lopen - werd dit hèt geloofsartikel van de jaren tachtig. Rijke en arme landen namen, al dan niet onder druk, afstand van het Keynesiaans conjunctuurbeleid en gingen over op een beleid gericht op duurzame, niet-inflatoire groei.

Met de komst van een nieuwe chief economist bij het IMF, Michael Musa, een Amerikaan afkomstig van de Universiteit van Chicago, is de bijstelling van het economische denken begonnen. Het eerste ontwerp van de World economic outlook, legde een voor het IMF ongebruikelijk begrip aan de dag voor soepel monetair beleid en voor oplopende begrotingstekorten in tijden van economische terugval. Zowel de staf als de raad van bestuur van het IMF hebben vervolgens ingrijpende wijzigingen in de World economic outlook geëist. Niettemin is sprake van opmerkelijke onevenwichtigheid: waar Duitsland wordt gemaand om zijn begrotingstekort snel te verminderen zodat de Duitse rente kan dalen, krijgen de negatieve effecten van het Amerikaanse tekort van 400 miljard dollar nauwelijks aandacht.

De theoretische rechtvaardiging hiervoor is dat in een periode van recessie de overheidsuitgaven oplopen en de belastinginkomsten dalen, zodat het financieringstekort stijgt. Een groter tekort functioneert als een bestedingsimpuls die de negatieve effecten van een recessie dempt. In de middellange termijn-strategie van het IMF was voor deze zogenoemde automatische stabilisatoren in het economische beleid geen plaats, maar nu figureren ze, zij het enigszins afgezwakt, in de World economic outlook.

Dit inzicht komt nauw overeen met het Amerikaanse standpunt, zoals vorige week bleek uit uitlatingen van de Amerikaanse onderminister van financiën, David Mulford. Mulford erkende dat de VS een hoog begrotingstekort hebben, maar dat dit het gevolg is van de recessie, terwijl Duitsland volgens hem een 'structureel' tekort heeft. Hij kritiseerde de Duitse combinatie van een groot tekort en een strak onetair beleid waardoor de rente in Duitsland, en daarmee in Europa, uitzonderlijk hoog is.

Onmiddellijk sloegen de Duitsers terug. Minister van financiën Theo Waigel erkende dat Duitsland het financieringstekort moet verminderen, maar wees Amerikaanse bemoeienis van de hand. “Als iemand kritiek op ons heeft, moet hij om te beginnen de goede getallen noemen”, zei Waigel getergd. Hij vervolgde: “Ik laat me niet uit over andere landen, maar het Duitse tekort is niet structureel. Het is het gevolg van een unieke gebeurtenis, de Duitse eenwording.”

De Duitse autoriteiten maakten duidelijk dat ze vast willen houden aan de orthodoxie van de middellange termijn-strategie. De Amerikanen veranderen in hun ogen, al naar gelang het politiek uitkomt, veel te snel van economisch beleid. Voor Duitsland staat degelijkheid voorop. Dit betekent voortzetting van het hoge rente-beleid om de inflatie te bedwingen en vermindering van het Duitse financieringstekort in de komende vier jaar. De Verenigde Staten en de Europese buurlanden weten daarmee waar ze aan toe zijn en het IMF kan de aanzet tot een herwaardering van het conjunctuurbeleid wat de Duitsers betreft weer archiveren.

Italianen ƒ 7,15 per dag