Het is stil in de Betuwe

Betuwe bloesemland, de tijd is er rijp voor. Langs de Linge maakt u een prachtige wandeltocht.

Maar wordt u daar in de bloesemtijd niet van de sokken gereden door duizenden automobilisten? Nee, wandelaar, nee. Want aanstaande zaterdag wordt twintig kilometer Lingedijk, aan beide zijden van de rivier, hermetisch afgesloten voor de gemotoriseerde kwelgeest. Vanaf de veiling van Geldermalsen tot aan het café De Remketting tegenover Rhenoy loopt u frank en vrij.

Her en der hebben boeren zelfs hun hekken opengezet en baant u uw weg over grasdijken. Ten bate van het 125-jarige Rode Kruis (u betaalt ƒ 6,-) is een wandeling van naar keuze 5, 15 of 25 kilometer uitgezet. Twee pontons van Jan Soldaat maken een unieke oversteek over de Linge mogelijk. Kortom, wat let u nog?

Gistermorgen, even over elven. Druilregen. Zal de zon zaterdag schijnen? We starten vanaf het landgoed Mariënwaerdt, halverwege de route. Robert Croll woont in het landhuis De Hooge Spijk, op het landgoed. Hij bleef maar bellen, en uiteindelijk ben ik gezwicht. Ik krijg geen spijt. Zijn zwager Frans van Verschuer - zoon van de CHU- en Rabo-baron - bewoont het eigenlijke Mariënwaerdt, een landhuis in classicistische stijl. Daarover straks meer.

Vlak onder de Lingedijk liggen enkele vloedschuren, noodzakelijk in de tijd dat de Linge nog een zijrivier van de Waal was die regelmatig buiten haar dijken brak. Links en rechts van het nu zo rustige riviertje getuigen stroomruggen van de kracht van het vroegere water. De lichte, soms zanderige, hoger gelegen klei is uitstekend geschikt voor akkerbouw of fruitteelt. De verderop gelegen komgronden dienden lange tijd uitsluitend voor veeteelt. Dat veranderde pas met de ruilverkaveling van 1965, toen de komgronden beter werden ontwaterd.

Aan de overkant van de Linge ligt een fraaie molen. We zullen er deze zondag meerdere zien. Aan deze kant getuigt een inham van een oude afwateringsluis. De Appeldijk ligt er, omzoomd met stevige bomen, prachtig bij. De bloesem van de goudrenetten zorgt nu al voor een kleurrijk schouwspel; nog enkele dagen zon en de kleurenpracht is compleet. Afgezien van enkele passerende kano's is het stil op het water, stil op de dijken, stil in de Betuwe. Wel vallen de regendruppels gestaag, maar het zicht is goed, en wat water op je kop is zo erg niet, en als de automoblist dan ook nog thuis blijft - ach, wat wil je nog meer?

Als de Lingedijk wijkt van de rivier, lopen we dwars door een bloesemrijke bongerd naar de oever. Een vriendelijke man - door de jonge baron verzocht ons te helpen - brengt ons roeiend naar de overkant. Zaterdag ligt hier één van de twee pontons. Verderop ligt de veiling, waar u vanaf 8.30 uur verwacht wordt. Het NS-station van Geldermalsen ligt er slechts 5 minuten lopen vandaan.

Aan de overzijde lopen we langs Deil naar Enspijk, waar het tweede ponton zal liggen en waar "onze' veerman reeds met zijn roeiboot op ons wacht. De dijk is hier omzoomd met notebomen. Eind september liggen hier, verscholen tussen het hoge gras, duizenden walnoten, wat dan ook vele rapers trekt (schudden aan de boom ten strengste verboden, om over klimmen maar te zwijgen).

Na het minder aangename intermezzo van het autowegviaduct gaat de route, weer aan de overkant van de Linge, achter Rumpt langs. Protserige villa's getuigen van Neêrlands welvaart - al is het wel vooral import wat daar woont. Zo worden op de dijk veel huizen en huisjes gebruikt door "weekenders' - wat in het dorp wel eens scheve ogen geeft.

Door de polder bereiken we café De Remketting, bij Rhenoy. Net op tijd, want nauwelijks is de dorst gelest en de honger gestild of de deur gaat open en een lange rij stoere, zwartleren motorliefhebbers betreedt de taveerne. Het blijft gezellig.

Het stuk terug langs de Lingedijk is een van de mooiste delen van de route, maar dat weet de automobilist blijkbaar ook. Jammer, zaterdag beter. Het is inmiddels wèl droog. We passeren een groot wiel (diepe plas ontstaan na dijkdoorbraak), een klein wiel, en zien nu Rumpt vanaf de andere kant, de dijkkant. Dat oogt toch veel mooier.

Na een brug over de Linge volgt een prachtig stuk over een kromme grasdijk, normaal gesloten maar nu opengesteld, tussen het dorp Beesd en de rivier. Het lijkt of het dorp eerst wijkt en dan weer nabij komt. Terug onder het autowegviaduct, terug naar Mariënwaerdt.

Het landgoed verschijnt in de geschiedenisboeken als abdij. Het klooster werd in 1129 gesticht maar in de daarop volgende eeuwen keer op keer geplunderd: de ligging, op de kruising van Gelderland, Utrecht en Holland, droeg nu eenmaal niet bij aan de spirituele rust van de bewoners. Na een volledige verwoesting in 1566 werd de graaf van Bylandt in 1734 de nieuwe eigenaar waarbij het landgoed tot Heerlijkheid werd verheven: de eigenaar kreeg niet alleen de rechten van duiventil (!) en collatie (hij mocht een dominee aanstellen), maar ook die van rechtspraak, van jacht en van schouw. Het huidige herenhuis, gebouwd door Van Bylandt, staat op een kelderruimte met kruisgewelven van een van de abdijgebouwen.

Via huwelijken kwam het landgoed in handen van het geslacht Van Verschuer. De kosten van personeel en onderhoud van het 800 hectare grote landgoed, met tal van oude, monumentale schuren, boerderijen en gebouwen, moeten worden gedekt door de opbrengst van akkers, fruitbomen, slachtvee en 250 melkkoeien. Maar nog altijd is het verleden nabij. Wie vlak voor of achter het landhuis een spa in de grond steekt, loopt een gerede kans op een stuk grafsteen te stuiten.

Zaterdag 2 mei. Vertrek Geldermalsen, veilinghallen, 5 min. lopen van NS station. Kosten 6 gulden. Wie de route uitloopt krijgt een medaille.