Haast

Ondertussen vlast Rekel op zoogdieren. Muizen, muskusratten, hazen. Gisteravond ging hij weer eens achter een haas aan. Ondanks zijn verbluffend sprintvermogen laten hazen hem normaal gesproken kansloos. Ze kunnen alleen van die rare buitelingen maken, bedoeld om verwarring te stichten, maar resulterend in een zorgwekkend verlies van voorsprong.

Hachelijk wordt de situatie als een haas met de hond op zijn hielen over de kade recht op je toe komt stormen. Bij de minste aarzeling is hij verloren. Dus moet je je zo'n beetje onzichtbaar maken om doorgang te verlenen. De hond wordt vervolgens in zijn nekvel gegrepen en het feest is afgelopen. Op zulke momenten is de ontgoocheling hem aan te zien, dan bevangt hem een diepe twijfel over het uiteindelijke nut van onze wandelingen.

Het gebeurt weleens dat een haas de moed verliest, pal voor je voeten in elkaar duikt en blijft zitten. Eén groot bonkend hart is het dan, een hart met pels en oren en ogen, ogen die blind uit hun kassen puilen.

Een keer zag ik in de verrekijker dat een haas op deze manier in elkaar dook aan de voeten van een jager, die zijn geweer al over zijn schouder had gehangen. Met zijn ene hand nam hij het dier bij de achterpoten, met de andere brak hij het de nek.

Weemoedig, de regen van gisteren, een verdwaald herfstgevoel.