Feest van verdringen en uitstellen

EINDHOVEN, 27 APRIL. Kampioen worden onttrekt zich aan de wet van de verzadiging. Het wordt steeds mooier, elk kampioenschap weer. Dat althans vond gisteravond zo'n beetje de complete Eindhovense bevolking bij het vieren van de dertiende landstitel van PSV. Maar kampioen worden biedt voor velen vooral de gelegenheid af te rekenen met frustraties. Kleine, maar ook grote: van de hoop op omzetverhoging tot erkenning van vakmanschap.

Lang hadden ze gewacht op het juiste moment. Gisterochtend besloten ze echter de voorraad sweaters, t-shirts en spandoeken te laten bedrukken met het korte maar krachtige "PSV is kampioen'. Maar de verkoop valt tegen. De meeste supporters zijn al getooid in rood-witte kledij. Mensen die nog wel komen kijken naar de koopwaar doen dat vooral om zo te kunnen schuilen onder de luifel van het standje. Het regent. “Voor het tweede achtereenvolgende jaar al”, vloekt de marktkoopman. Zijn vrouw en dochter knikken treurig mee. Zaterdag, bij de laatste thuiswedstrijd tegen De Graafschap, hopen ze hun waar nog te kunnen slijten. Maar dan is iedereen weer nuchter. Ook niet goed voor de verkoop.

Het gros van de supporters hangt al vanaf 's middags rond in de catacomben van het Philipsstadion. Eerst zijn ze met twaalfduizend man via het Nitstar-scherm getuige van de wedstrijd in Groningen. Daarna is het wachten op de terugkeer van de helden. In de promenade van het stadion speelt de Bobby Setter Band. Vier uur lang vrolijke deuntjes. In die tijd word bijna duizend liter bier getapt. Sommigen zijn al een delirium nabij voordat de spelers arriveren.

Voor bijna elke speler van PSV betekent het kampioenschap meer dan de dertiende in het bestaan van de club en de zesde in zeven jaar. Voor de emotionele Van Breukelen bijna per definitie. Elk kampioenschap is voor hem “steeds gekker. Ik hoop het nog een paar jaar mee te kunnen maken”.

Van Tiggelen en Van Aerle zien hun zwoegen tijdens hun blessureperiode beloond. “Na alle sores is dit de kroon op het werk”, zegt Van Aerle. Ellerman, Valckx, Linskens, Heintze en Kalusha logenstraffen met het kampioenschap de twijfel die er intern heerst over hun positie. Zo voelen ze het tenminste. Heintze neemt zijn zoontje in de armen. Pappa viert zijn zesde titel bij PSV.

Een kampioensfeest vieren is het verdringen van wat is voorgevallen en het uitstellen van wat nog komen gaat. Dat levert mooie beelden op. Robson en Romario, enkele maanden geleden nog een verbale oorlog voerend, die elkaar op de huifkar richting stadhuis vastpakken, weer loslaten en naar elkaar de duim opsteken.

Vanenburg, in gedachten al bij een Italiaanse club, die het Nederlandse vuurwerk aanschouwt. Robson, in wie het vertrouwen is opgezegd, die op het bordes van het stadhuis samen met zijn vrouw naar voren wordt geschoven. Hij mag uitgebreid afscheid van Eindhoven nemen. De kampioensschaal in zijn handen als bevestiging van zijn trainerskwaliteiten. Burgemeester Van Kemenade, die de stad eveneens verlaat en achter de hossende menigte op het podium rustig zijn pijp staat te stoppen. Weer een stukje promoztie voor Eindhoven. “Maar concreet betekent een kampioenschap vooral veel lol voor een hele hoop mensen”, zegt hij. Voorzitter Ruts die op dat moment met een mal rood hoedje op (“PSV viert feest”) in een polonaise voorbij komt.