De dood speelt zich af tussen de schuifdeuren

Voorstelling: Philip van Ernst Braches door Fact. Regie: Ernst Braches; vormgeving: Theo Tienhooven; spel: Tjeerd Bischoff, Herman Egbers, Marlies Hamelynck, Mijs Heesen, Rudi van Vlaenderen. Gezien: 24/4 Lantaren Rotterdam. Tournee t/m 10/6.

Philip, het stuk waarmee regisseur Ernst Braches bij Fact debuteert als toneelschrijver, gaat over herinneringen. En over vergeten - het een kan niet zonder het ander. Een onuitputtelijk thema, met als nadeel misschien dat het op zoveel manieren vormgegeven kan worden. Het moet gezegd dat Braches een handige constructie bedacht: hij heeft de herinneringen geconcentreerd rond één persoon: Philip.

Philip verschijnt niet op het toneel, hij is dood als het stuk begint. Maar al is hij niet fysiek aanwezig, toch speelt hij een belangrijke rol. Tijdens negen scènes die telkens van te voren door de acteurs worden aangekondigd, treedt hij steeds op een of andere manier op in gesprekken van familie, vrienden en vage kennissen. Aanvankelijk is hij zelfs de hoofdfiguur. In het gesprek tussen zijn moeder en een vriend wordt zijn dood gereconstrueerd: op een bergtocht is hij uitgegleden en verongelukt. Peter, zijn vriend, zag het gebeuren maar kon niets doen - de herinnering aan die gebeurtenis grijpt hem hevig aan.

In de daarop volgende scènes is de band die tussen de sprekers en Philip bestond, minder hecht en persoonlijk. Het moment van de ontmoeting raakt steeds verder verwijderd van het tijdstip waarop hij stierf. Zo is het na elke scène minder vanzelfsprekend dat hij door iemand gememoreerd wordt, laat staan dat hij de conversatie domineert. Daarom is de verrassing des te groter als zijn naam onverwacht ergens opduikt, zoals in scène acht waarin een dementerende vrouw zich plotseling de jongen herinnert die bij een van haar dochters in de klas zat en met wie het treurig is afgelopen.

Iemand die pas gestorven is is minder dood dan iemand die al tien jaar begraven ligt: Ernst Braches laat zien dat vergeten na verloop van tijd de plaats gaat innemen van herinneren. Hij heeft daar een goede vorm voor gevonden, maar de tijd die hij besteedt aan de uitwerking ervan is te lang. Negen scènes is veel, vooral omdat ze steeds meer afdwalen van het uitgangspunt. Daar komt bij dat de humoristische toon die hij af en toe aan slaat een nogal primitieve indruk maakt en resulteert in een tekst die bol staat van cliché's en dooddoeners. Braches is beter op dreef als hij ernstig is.

Hoewel de titel naar Philip verwijst gaat het stuk ook en misschien nog wel meer om de kring van mensen om hem heen. Er komen heel wat personages in voor en de vijf acteurs nemen elk een paar rollen voor hun rekening. De kleren die ze daarbij nodig hebben kiezen ze soms uit de kledingrekken die in rijen achter elkaar hangen, afgescheiden door gordijnen die nu eens open en dan weer dicht getrokken worden. Het decor doet provisorisch aan en draagt ertoe bij dat Philip nog het meest weg heeft van een voorstelling tussen de schuifdeuren. In zo'n omgeving zie je de onvermijdelijke tekortkomingen en de niet altijd even overtuigende acteursprestaties door de vingers. Waar het om gaat zijn de momenten waarop tekst, spel en enscenering een evenwichtig geheel vormen en de toeschouwer doen vergeten waar hij zit - die momenten zijn er.