Confrontatie met Diepenbrock bij het Residentie Orkest; Andriessen al te ingewikkeld

Concert: Residentie Orkest o.l.v. Ed Spanjaard m.m.v. Nederlands Kamerkoor. Programma: Hendrik Andriessen: Ricercare, Symphonische Etude en Vierde Symfonie; Alphons Diepenbrock: Lydische Nacht en Muziek bij de Gijsbrecht van Aemstel. Gehoord: 25/4 Anton Philipszaal Den Haag. Uitzending: Radio 4, 7/6 14.15 uur.

De honderdste geboortedag van Hendrik Andriessen vormt dit jaar aanleiding tot een reeks manifestaties waarbij vanuit diverse gezichtshoeken ruimschoots aandacht wordt besteed aan zijn compositorisch oeuvre. Zaterdagavond confronteerde het door Ed Spanjaard voortreffelijk geleide Residentie Orkest composities van Andriessen met die van Diepenbrock. Na het beluisteren van beider composities kan ik niet anders dan tot de conclusie komen dat, in weerwil van enige toevallige overeenkomst zoals bijvoorbeeld beider katholieke achtergrond, zij in artistiek opzicht hoegenaamd geen raakvlakken hebben.

De Lydische nacht (een bewerking van Eduard Reeser) is een van de vele aan de nacht gewijde composities van Diepenbrock. Het is een transparante, Griekse zomernacht vol geschitter van sterren en zonder een zuchtje wind die Diepenbrock hier met summiere muzikale middelen op buitengewoon suggestieve wijze verklankt. Reeser heeft bij de op zichzelf fraaie tekst van Balthasar Verhagen geschreven melodie instrumentaal getransponeerd: het is de zeggingskracht van Lydische nacht alleen maar ten goede gekomen.

Welk een contrast vormt in het bijzonder de doorwrochte Vierde symfonie van de doorgewinterde vakman Hendrik Andriessen met een zo simpel aandoend meesterwerk als Lydische nacht. Wat bedoeld leek als de apotheose van het concert, kwam op mij eerder over als een anticlimax: ook ten opzichte van de twee eerder uitgevoerde werken van Andriessen. Met grote kennis van zaken hanteert de componist hier een veelheid aan technieken. Talloze, op zichzelf aantrekkelijke muzikale gedachten laat hij aanvankelijk de revue passeren, maar halverwege de symfonie raakt hij verstrikt in de veelheid van zijn goede bedoelingen. Het betoog dreigt zodoende te verzanden in enigszins bombastisch aandoende retorische exclamaties. Andriessens minder ambitieus opgezette Ricercare en Symphonische etude hebben beslist een veel grotere muzikale zeggingskracht.

Zonder meer bewonderenswaardig was Ed Spanjaards directie. Hij toverde een optimale klank- en kleurschoonheid uit het instrumentaal ensemble. Diepenbrocks verklanking van Vondels Reyen van Maeghden en Burgsaeten kregen dank zij de superieure samenzang van het Nederlands Kamerkoor net het beetje extra pathetisch accent dat nodig is om te blijven boeien.