Coalitiepartijen begonnen met afscheid nemen

De Tweede Kamer neemt morgen haar nieuwe gebouw in gebruik, maar het is na afgelopen weekeinde de vraag hoelang premier Lubbers en zijn ministers achter hun regeringstafeltjes blijven zitten, ter linkerzijde van Kamervoorzitter Deetman. De scheurtjes in de coalitie worden tot breuklijnen, de onderlinge irritaties nemen toe en de tegenstrijdige uitspraken eveneens.

De begroting voor het volgend jaar wordt de krachtproef, en nog dit weekeinde verscheen vice-premier Kok weer op televisie om de uitspraken van Lubbers te corrigeren. Punten en komma's worden op weegschalen gewogen. De koppeling, lastendruk, inflatiecorrectie of denivellering: in de coalitie komt aan de manouvreerruimte een einde, de lapmiddelen zijn op.

De onvrede, vooral in de PvdA-fractie, groeit. PvdA-fractievoorzitter Wöltgens trok gisteren met zijn "onaanvaardbaar' een duidelijke lijn tegen denivellering. De dreigende crisis lijkt ernstiger dan die van vorige zomer. Toen was er een conflict in de PvdA over de WAO. Maar nu is er een strijd ontbrand tussen de PvdA en het CDA. Het "indekkingsproces' voor de zomer, als de knopen moeten worden doorgehakt, is dit weekeinde begonnen. Dit is het voorteken van een klimaat waarin de twee coalitiepartijen beginnen om geestelijk afscheid te nemen van elkaar.

Beide coalitiepartijen zijn nog huiverig voor een breuk, omdat ze nog niet klaar zijn voor verkiezingen. Het CDA staat op verlies en de PvdA wordt met halvering bedreigd. Het is voor de PvdA een gok als zij nu aanstuurt op een breuk en verkiezingen. De PvdA heeft de resterende twee jaar van deze kabinetsperiode juist hard nodig voor haar eigen vernieuwing. Zij heeft met het verzet tegen denivellering wel een mooi strijdpunt om ten minste een deel van haar vroegere aanhang terug te winnen. Maar de PvdA zou zich dan versmallen tot een soort belangengroep voor uitkeringsgerechtigden en loopt daarmee het risico na verkiezingen te moeten terugkeren in haar oude rol als "natuurlijke oppositiepartij'.

Het CDA - volgens de peilingen moet het nu rekenen op tien zetels verlies - heeft te kampen met een conjunctureel probleem. De christen-democraten zijn nerveus geworden nu de rechtervleugel dreigt weg te lopen naar de VVD. Of het nu gaat om het Plan-Simons of de inflatiecorrectie, VVD-leider Bolkestein kan een deel van de CDA-aanhang terugwinnen die de VVD in 1989 verloor. Voor het CDA is het duidelijk dat de VVD niet op de knieën zal komen smeken om weer te mogen regeren. De liberalen zijn zelfbewuster geworden na de klappen die ze in Lubbers-II te verwerken kregen. Met plezier hekelt Bolkestein “het gedraai” van het CDA. De VVD zal voor het CDA dus geen makkelijke partner zijn in een nieuwe combinatie, en zij zal optreden als de eisende partij.

Bij de PvdA hebben de problemen een structureel karakter. De partij van Kok zit in eenzelfde soort identiteitscrisis als waarin de christen-democraten in de jaren zeventig verkeerden. Zij hebben toen het CDA opgericht dat, geworteld in het middenveld van maatschappelijke organisaties, de draagbalk werd van het partijpolitieke landschap. Er wordt in D66-kringen wel eens gesproken over een "roze coalitie' (zonder CDA) maar dat blijft Spielerei. De verschillen tussen VVD, D66 en PvdA zijn sterker dan het anti-CDA sentiment. Het anti-CDA feest zou van korte duur zijn.

De PvdA heeft, net als de gereformeerden en katholieken twintig jaar geleden, haar emanciperende taak tegenover haar traditionele achterban vervuld. Veel van de geëmancipeerden stemmen op een andere partij, of blijven gewoon thuis. Dat is tragisch voor de PvdA, maar niet dramatisch voor Nederland.

Er is echter nog een factor die het verlies van de PvdA tot meer maakt dan een modegril. De sociaal-democratie verkeert niet alleen in Nederland in een diepecrisis. In de meeste Westeuropese landen staan deze partijen er slecht voor. De SPD kan - na tien jaar oppositie - nog steeds niet profiteren van de grotemoeilijkheden waarmee kanselier Kohl kampt. Het zijn juist de extreem-rechtse protestpartijen die met de winst strijken. De Franse socialisten, begin jaren tachtig aan de macht gekomen, proberen hun teloorgang tegen te houden door president Mitterrand tot goddelijke hoogte te verheffen. In Engeland heeft Labour het, na dertien jaar oppositie, weer niet gered. De Britten waren bang dat achter de façade van vernieuwing oude stokpaardjes stonden opgesteld. En in Zweden, de sociaal-democratische modelstaat, verdwenen sociaal-democraten naar de oppositiebanken.

De sociaal-democratische partijen waren in de jaren zeventig en kort daarna "natuurlijke regeringspartijen'. Ze konden tot bloei komen in een algeheel klimaat van "progressieve politiek'. Links was de regel, de mode en de koers. Dat is nu voorbij, en na de veranderingen in Oost-Europa wellicht definitief. Sociaal-democraten (tot voor kort noemden ze zich nog socialisten) onderschatten vaak de politieke portee van een gebeurtenis als de val van de Muur: ze minimaliseren het effect op hun eigen gedachtengoed. Maar de omslag in Oost-Europa was meer dan het verdwijnen van enige dictaturen, het was tevens het faillissement van de socialistische maatschappijvisie. Deze ideologie is gestorven: hoe kunnen de bladeren van sociaal-democratie bloeien, als de stam van het socialisme is uitgedroogd?

In dit ideologisch vacuüm zit de PvdA, net als de SPD, Labour, en de PS. Dit waren democratische partijen met een socialistische boodschap. Zij blijven democratische partijen, maar wat is nog hun boodschap? Er gloort niets aan de horizon, er is geen perspectief meer, zoals de vroegere PvdA-leider Den Uyl dat pleegde te verwoorden. Er is wel de verzorgingsstaat, maar die moet worden gesnoeid. De WAO is al uit zijn voegen gegroeid, de koppeling onhoudbaar en denivellering - nog een PvdA-taboe - is dringend nodig. In weinig landen is de inkomensstructuur zo egalitair als in Nederland. Het sociale vangnet is, in de stroom van goede bedoelingen, een hangmat geworden. Op het eerste gezicht een prachtig ideaal van de verdelende rechtvaardigheid maar uiteindelijk funest, ook voor de minima.

Het is dus een slecht moment voor de PvdA om te breken, maar de bsituatie is ook weer niet echt uitzichtsloos. De electorale verdeling tussen rechts en links ligt in dit land vrij stabiel rondom een 60-40 percentage. Dat schommelt wel eens, maar nooit veel. Grote verschuivingen doen zich voor binnen die percentages. Zo is een deel van de VVD- en CDA-aanhang uitwisselbaar, en dat geldt ook voor de D66- en PvdA-stemmers. Er blijft dus altijd wel een electorale markt van 35 tot 40 procent die niet snel VVD of CDA zal stemmen, en wellicht eerder is geneigd uit protest thuis te blijven.

Nu profiteert vooral D66 van de mensen met een "progressief levensgevoel' die zich afkeren van de PvdA. Het saldo van zetels die PvdA en D66 samen halen schommelt ook altijd rond de zestig. Als het goed gaat met de PvdA, gaat het slecht met D66 en omgekeerd. En als de één regeert zonder de ander (D66 kort in 1982 en de PvdA nu) gaat het goed met de partij die niet regeert. Het is als twee liften die elkaar in evenwicht moeten houden. De een stijgt onder de voorwaarde dat de ander daalt. Maar het saldo blijft gelijk: een "progressieve doorbraak' is er nooit geweest. De VVD- en CDA-stemmers kiezen voor zekerheid boven vernieuwing, ze hebben liever de status quo dan grootse experimenten. De progressieve partijen hebben het veel moeilijker: ze willen hervormen en moeten dus altijd hun achterban overtuigen van het nieuwe. Zij moeten steeds opnieuw inhoud geven aan het woord "progressief'.

Als de PvdA verkiezingen wil overleven kan zij het best zoveel mogelijk van haar ideologische ballast afwerpen. Vrijdag viert de PvdA 1 mei: PvdA-voorzitter Rottenberg spreekt dan in het Amsterdamse vakbondsmuseum. Symbolischer kan het niet, onderwetser evenmin.

Hij zou er beter aan doen naar een verbinding met D66 te zoeken. De partij Van Mierlo zal niet staan te trappelen, maar op den duur heeft D66 niet veel keus. Als D66, verleid door de macht, kiest voor een Alleingang zoals de PvdA in 1989 heeft gedaan, zal deze partij hetzelfde overkomen wat de PvdA nu overkomt. Progressieve partijvorming is nog niet actueel, maar zal het bij nieuwe verkiezingen zeker worden. Klein links heeft zich al aangepast aan de nieuwe verhoudingen en zich omgevormd tot Groen Links. Groot-links kan de reorganisatie niet te lang uitstellen.

Foto: Premier Lubbers (Foto NRC Handelsblad/ Leo van Velzen)