CDA-werkgroep tegen mini-stelsel sociale zekerheid

DEN HAAG, 27 APRIL. Het CDA moet de introductie van een mini-stelsel in de sociale zekerheid afwijzen. Wel zijn enkele forse aanpassingen van het systeem nodig. Eén daarvan is de afschaffing van de Ziektewet.

Dit staat in het rapport van een CDA-werkgroep die vanmiddag haar aanbevelingen heeft gepresenteerd. Als de partijraad van het CDA de aanbevelingen overneemt, worden ze onderdeel van het verkiezingsprogramma.

Een mini-stelsel, waarbij de overheid alleen een uitkering op het laagste niveau garandeert en de burger zich of particulier moet bijverzekeren dan wel via CAO's hogere sociale voorzieningen garandeert, kan volgens de CDA-werkgroep niet volledig worden doorgevoerd. Risico's als werkloosheid zijn niet of nauwelijks verzekerbaar, menen deze CDA-ers, terwijl voor verzekeringen tegen arbeidsongeschiktheid op de markt soms zeer hoge premies worden gevraagd. Bovendien bestaat het risico dat verzekeraars bepaalde groepen niet of niet volledig zullen verzekeren. Om die reden moeten WW en WAO blijven bestaan, zij het in gewijzigde vorm.

De Ziektewet kan daarentegen volgens de werkgroep wel verdwijnen. Het risico van loonderving door ziekte kan aan het bedrijfsleven worden overgelaten, zodat ook de kosten van het ziekteverzuim bij de bedrijven en de werknemers zelf komen te liggen. Via een wettelijke verplichting moet wel worden gewaarborgd dat de werkgever gedurende het eerste jaar van ziekte ten minste 70 procent van het loon aan de werknemer uitbetaalt, met het minimumloon als ondergrens. Dit systeem heeft het kabinet nu via wetswijzigingen voor de eerste zes weken van de ziekte voorgesteld; volgens de CDA-werkgroep is dat een tussenstap.

De CDA-werkgroep vindt dat het er bij WAO-uitkeringen voor arbeidsongeschiktheid niet toe doet of de oorzaak daarvan is gelegen in het werk of daarbuiten (bijvoorbeeld sport). De gelijke behandeling daarvan heeft zich in Nederland “zodanig genesteld dat er een bereidheid is daaraan in solidariteit bij te dragen”. Wel kan de AAW als volksverzekering worden afgeschaft en worden ingebouwd in de WAO. Voor werknemers verandert in die situatie niets; voor zelfstandigen die via de AAW tegen arbeidsongeschiktheid verzekerd zijn moet een onderling waarborgfonds in het leven worden geroepen. Voor vroeg-gehandicapten die nooit (volledig) aan het werk hebben kunnen gaan, is dan nog een aparte regeling nodig, die hun dezelfde rechten biedt als nu de AAW.

Pag.3: CDA: uitkering hoger bij langere werkduur

De CDA-werkgroep stond onder leiding van prof. dr. J. Kolnaar, die Kroonlid is van de Sociaal-Economische Raad (SER). De werkgroep is drie maanden na de commissie-Wolfson, die voor de PvdA de sociale zekerheid heeft bestudeerd, met haar rapport gekomen. Voor Wolfson c.s. was een ministelsel, waarin de werknemersverzekeringen WAO, WW en Ziektewet worden beperkt tot het sociale minimum, onbespreekbaar.

De werkgroep vindt het van groot belang dat de eigen verantwoordelijkheid van de sociale partners (werkgevers en werknemers) wordt vergroot. Zij pleit daarom voor een opbouwstelsel: wie langer werkt (c.q. ouder is) moet een hogere uitkering krijgen. “De band tussen de betaalde premie en de uitkering moet worden hersteld,” aldus Kolnaar desgevraagd. Die relatie is volgens hem nu al te vinden bij de WW en de binnenkort ingevoerde nieuwe WAO.

Volgens de werkgroep moeten CAO's niet meer algemeen verbindend worden verklaard, voorzover ze regelingen voor bovenwettelijke uitkeringen bevatten. Die uitkeringen hoeven dan ook niet meer te worden meegerekend bij de collectieve lastendruk (optelsom van belastingen en premies).

Op lange termijn zou in de ogen van Kolnaar c.s. de Nabestaandenwet moeten verdwijnen. Het risico van overlijden moet huns inziens worden gedragendoor particuliere levensverzekeringen. Een volksverzekering is dan niet langer nodig.

De CDA-werkgroep vindt dat het toezicht op de uitvoeringsorganisaties in de sociale zekerheid moet worden overgedragen aan onafhankelijke deskundigen. Die is nu nog voor een deel in handen van werkgevers en werknemers, via de Sociale Verzekeringsraad. De eigen verantwoordelijkheid van de sociale partners houdt volgens Kolnaar c.s. in dat de uitvoering van de werknemersverzekeringen een zaak moet blijven van werkgevers en werknemers, dus van de bedrijfsverenigingen.