Breuk dreigt over inkomensbeleid; Conflict in kabinet verder verscherpt

DEN HAAG, 27 APRIL. Het conflict in het kabinet over het inkomensbeleid voor volgend jaar is dit weekeinde verder geëscaleerd. Premier Lubbers en vice-premier Kok voeren druk overleg achter de schermen om een crisis te voorkomen.

Woensdag moet Lubbers in de Tweede Kamer opheldering geven over het kader voor de begroting van 1993 dat het kabinet vrijdag opstelde. PvdA-fractievoorzitter M. Wöltgens noemde vergroting van de inkomensverschillen “onaanvaardbaar” voor de PvdA en dreigde met een kabinetscrisis.

De crisissfeer ontstond nadat Kok een andere uitleg gaf aan het financiële kader dan premier Lubbers vrijdagavond. De premier noemde het aanvaardbaar als de laagste inkomens met 1 procent achteruit zouden gaan terwijl de hogere inkomens in koopkracht stijgen. Volgens hem is een zekere mate van denivellering zelfs “wenselijk” voor de werkgelegenheid.

De PvdA keerde zich onmiddellijk tegen deze interpretatie. Zaterdag leek de spanning te zijn verdwenen, nadat Lubbers en Kok een gemeenschappelijke verklaring lieten uitgeven waarin werd gesteld dat “er geen sprake van meningsverschillen” was over de ontwikkeling van de koopkracht. “In de zomer zal worden beslist hoe en in welke mate invulling gegeven kan worden aan het uitgangspunt de koopkracht van hen die op de koppeling zijn aangewezen zo veel mogelijk te beschermen”, zo luidde het. Kok nam echter zaterdagavond in het openbaar afstand van de interpretatie die Lubbers aan het kabinetsbesluit had gegeven. “Een mate van denivellering van min één tot plus 1,5 procent? Nee, dat is in het kabinet niet besloten. Het is gebleken dat er in het kabinet opvattingen zijn die in die richting gaan. Maar niet bij mij en niet bij mijn collega's van de PvdA.”

De PvdA keert zich tegen denivellering, het CDA heeft er geen moeite mee. Kok voegde er aan toe dat een dergelijke vergroting van de inkomensverschillen “echt niet draagbaar is voor de PvdA”. Hij noemde het “niet verantwoord” om de inkomensverschillen te vergroten met het oog op overleg met de sociale partners. Dat zal volgens hem weinig succes hebben als “de mogelijke uitkomst van het beleid een dergelijke mate van denivellering is”.

Pag.3: Overleg achter de schermen

Gisteren verzette ook PvdA-fractieleider Wöltgens zich uitdrukkelijk tegen de uitleg van Lubbers. Volgens Wöltgens heeft het kabinet besloten zich ervoor in te spannen om de laagste inkomens te ontzien en de inkomensverschillen niet te groot te laten worden. “Als het besluit van de ministerraad erin zou bestaan dat de laagste inkomens er volgend jaar met 1 procent op achteruit gaan terwijl de hoogste inkomens er ruimschoots en heel sterk op vooruit gaan, is dat voor de PvdA onaanvaardbaar”.

CDA-fractieleider Brinkman noemde de uitleg van Lubbers “aanvaardbaar” en zei volledig achter de premier te staan. “Ik heb het besluit van de premier gehoord zoals dat gisteren is uitgelegd en ik heb dat gesteund. En ik sta er nog steeds achter”. Volgens Brinkman is vergroting van de inkomensverschillen “verdedigbaar met oog op de werkgelegenheid”.

Minister De Vries (sociale zaken) lijkt een tussenpositie in te nemen. Hij zei zaterdag voor de VARA-radio dat het kabinet een “uiterste inspanning” moet doen om ontkoppeling van lonene en uitkeringen “te combineren met een pakket aan maatregelen waardoor die koopkracht van de mensen onderin beter beschermd zal worden”. Hij zei het “geen aanvaardbare uitkomst” te vinden als mensen met de laagste inkomens er meer dan 1 procent op achteruit gaan”.